• DSC01652
  • DSC01654
  • DSC01661
  • DSC01711
  • DSC01716
  • DSC01725
  • DSC01729
  • DSC01744
  • DSC01794
  • DSC01798
  • DSC01860
  • DSC01875
  • DSC01880
  • DSC01920
  • DSC01941_IMG_1638
  • DSC01968
  • DSC02002
  • DSC02024
  • DSC02050
  • DSC02078
  • DSC02095
  • DSC02119
  • DSC02127
  • DSC02147
  • DSC02169
  • DSC02180
  • DSC02201
  • DSC02209
  • IMG_2118
  • IMG_2124
  • IMG_2259
  • DSC01632

Mexico

 

19/10/2004   Mazatlan – Copala

73 km – 4u15min

Door het gebrek aan nachtrust had ik beslist om maar niet te hard van stapel te lopen. Ik wou vandaag de min of meer vlakke aanloop naar Durango fietsen. De eerste kilometers in het echte Mexico waren allesbehalve gezond. Katalysatoren zijn hier, net als de meeste andere milieu-aangelegenheden, geen prioriteit. Mazatlan was dan ook van behoorlijk wat dieselstofdeeltjes voorzien, in elk geval weet ik nu zeker dat Mexico City binnenfietsen geen optie is. Eenmaal buiten de stad kreeg ik een mooie viervaksbaan met ruime pechstrook aangeboden. In mijn Footprint staat de weg van Mazatlan via Tepic naar Guadalajara omschreven als de gevaarlijkste weg ter wereld. De eerste 20 kilometer viel het echter zo goed mee dat ik begon te twijfelen om alsnog die (kortere en veel vlakkere) route te nemen. Maar toen ze eerst de pechstrook halveerden om ze daarna volledig af te schaffen, besloot ik toch maar de bergen in te trekken. De eerste grote stad op deze route is Durango. De afstand, zo’n 300 km, is best te overzien maar het probleem zit in de hoogtemeters. Durango ligt namelijk op 2500 meter en ik ben Mexico helaas op zeeniveau binnen gefietst. Maar geen nood, die hoogtemeters zijn zorgen voor morgen, vandaag kon ik rustig over een lichtheuvelende weg de siërra’s tegemoet fietsen. Wat mij daarbij bijzonder opviel, was dat alles hier zo groen is, na bijna 2 maanden fietsen doorheen woestijnachtige gebieden was ik die kleur wat uit het oog verloren. Ik meen me te herinneren, dankzij mijn jarenlange aanwezigheid in België, dat deze groene kleur hoofdzakelijk door voldoende vochtaanvoer wordt bekomen. Gelukkig is het regenseizoen hier officieel achter de rug dus normaliter zou ik het toch nog zeker enkele maanden min of meer droog moeten kunnen houden. Ik hield halt in het dorpje Copala, vroeger een mijndorp en nu zonder meer een bijzonder gezellig afgelegen bergdorpje . Een Amerikaans koppel kocht hier wat gebouwen op en runt hier nu een gezellig restaurant/hotel alwaar ik als enige klant een lekkere maaltijd kreeg voorgeschoteld. Ondanks het hotel waren ze toch zo vriendelijk om mij gratis op hun terrein te laten kamperen. Op die manier blijf ik vandaag mooi binnen mijn dag budget van 20$, hopelijk wordt dat binnenkort vanzelfsprekend.

 

20/10/2004   Copala – La Ciudad

103 km – 9u17min

“Cyclists will find this road hard work in this direction, as there are many bends and steep hills …” – zo stond de etappe van vandaag in mijn Footprint omschreven. Ik was m.a.w. behoorlijk gewaarschuwd en toch … ik denk niet dat ik ooit meer inspanningen heb moeten leveren om 100 km bijeen te fietsen. Ondanks een mooie asfaltweg had ik ruim 9u nodig om tot in La Ciudad te geraken. Het grootste deel van de dag poogde ik mijn kleinste verzet rond te draaien à minimum 6 km/u. Helaas moest ik dikwijls vaststellen dat de snelheid zakte tot rond de 5 km/u. Er was één reden voor dit alles: ontelbare hellingen. Ik wist dat ik vandaag moest stijgen van zo’n 300m tot 2500m – een behoorlijk hoogteverschil maar met 8000 trainingskilometers in de benen leek me dat zeker haalbaar. Alleen wist ik niet dat na iedere 300m klimmen een afdaling van zo’n 150m zou volgen. Veel meer kan ik er nu helaas niet over kwijt. Ik ben moe en ga slapen.

 

21/10/2004   La Ciudad – Durango

143 km – 7u05min

Bij het ontwaken deze morgen voelde het bijzonder fris. De thermometer noteerde 4 graden Celsius, mijn gevoel bleek dus te kloppen. Het was me niet helemaal duidelijk of de wegomschrijving van gisteren uit Footprint ook voor vandaag nog geldig was. Volgens mijn kaart ligt Durango zo’n 500 meter lager dan La Ciudad dus er zou sowieso gedaald moeten worden. Dit bleek alvast de eerste 2 uren niet het geval te zijn. Ik probeerde het stijgingspercentage wat te negeren door een groot verzet rond te draaien maar dat kon ik natuurlijk niet zo lang volhouden. Ik zag met lede ogen aan dat mijn ‘snelheid’ terug wegzakte onder de 8km/u. Het is wel verrassend hoeveel er hier nog groeit op 2500m hoogte. Zo reed ik eerst kilometerslang door een immens naaldbos en na verloop van tijd waren er op deze hoogte zelfs loofbomen te zien. Als ik me goed herinner, staat er op de Galibier toch niet zoveel boom meer. Na verloop van tijd hadden ze hier en daar dan toch wat afdalingen voorzien in het parcours. Van 8 km/u naar 68 km/u – je moet er wel attent bij blijven natuurlijk. Fanatiek lang waren deze afdalingen echter nog steeds niet. Na 4 u fietsen, bevond ik me nog steeds op 2500 m, gelukkig stond er toen wel al 75 km op de teller (toch ruim het dubbele van gisteren). 60 km voor de finish dacht ik dat ik aan de eigenlijke afdaling naar Durango was begonnen. Helaas bleek de 5 km afdaling naar een rivier te leiden – ik kon met andere woorden langs de andere kant van de vallei terug omhoog klimmen. Zo’n 20 km verderop lapten ze me deze gemene zet nog ‘ns. Gelukkig hadden ze het landschap in een mooi kleedje gestoken, dat verzachtte het leed enigszins. Uiteindelijk werd de langverwachte afdaling 20 km voor Durango ingezet. Wat mij betrof, mocht het gerust iets vroeger maar het was niettemin genieten. Durango bleek een vrij grote mooie koloniale stad te zijn. Aan de hand van mijn gids reed ik naar ‘een goede budget-keuze’ hotel. Voor 120 peso’s boden ze me een bed, douche, toilet en zelfs tv aan. Net voor ik Durango binnenfietste, had ik vastgesteld dat mijn achterwiel wat slingerde. Er bleken 2 velgnippels (of hoe noem je het rondelleke waar de spaaknippel in rust?) gebroken te zijn. Ik vond zelf niet onmiddellijk een oplossing en ging op zoek naar een fietsenmaker. Die had ik vrij snel gevonden en hij had een creatieve werkbare oplossing. Terug in het hotel bracht ik de spaken terug op spanning en rechtte het wiel. Twee maanden na mijn vorige knipbeurt bracht ik vandaag opnieuw een bezoek aan de kapper. Je moet gelukkig niet veel Spaans kennen om je volledig kaal te laten scheren. Info voor mijn kapster-zus: de knipbeurt in de USA kostte me 8$, hier betaalde ik nog 50 peso’s. Misschien moet ik ‘ns vragen of zij ook aan huis komen.

 

22/10/2004   Durango – Sombrerete

132 km – 6u53min – gem. 19.2 km/u

Deze morgen was ik allesbehalve uitgeslapen, het goedkope hotel bleek niet echt (goed) geïsoleerd te zijn. Ruim een uur later dan gewoonlijk vertrok ik om 8u30 richting Sombrerete. In Durango wou een sympathieke taxichauffeur nog alles te weten komen over mijn trip, als wederdienst vertrouwde hij me toe dat de rit voor vandaag vlak zou zijn. Gelukkig acht ik tegenwoordig niet meer zoveel belang aan wegeninfo. Het eerste uur ging bijzonder vlot. De cruise control stond ingesteld op 25km/u en ik had alle tijd om van het landschap te genieten. Plots stopte er een taxi, een overdreven opgemaakte Mexicaanse jonkvrouw in roze minijurk probeerde mijn aandacht te trekken. Of ze niet samen met mij op de foto mocht. Ik lachte vriendelijk naar de camera en ze bedankte me met een kus op mijn wang. De rest van de dag kon ik met een lippenrode rechterwang door de Mexicaanse landschappen fietsen. Maar mooie liedjes blijven natuurlijk niet duren. Tijdens het fietsen heb ik de voorbije jaren een aparte relatie met wespen opgebouwd. Langs het kanaal van Schipdonk beet er zich ooit ‘ns een exemplaar vast in mijn lip. Tijdens een afdaling van Alpe d’Huez werd ik ‘ns bedankt voor mijn aanwezigheid met een wespensteek net onder het oog. En nu vond een Mexicaanse wesp het tijd om haar angel in mijn oorschelp achter te laten – en ik die altijd gedacht had dat die oortjes van mij best meevielen. Ik nam voor mijn doen vrij veel pauzes vandaag, de voorbije dagen zitten duidelijk nog in de benen (en het zitvlak). Mijn doelstelling om ‘ns vroeg op mijn eindbestemming te arriveren en zo van wat extra rust te genieten, begon ik snel te verdringen. Ondertussen hadden ze beslist om ook in het landschap enige verandering te brengen. Vlak zei de taxichauffeur? Aan een snelheid van 9 km/u is dat allemaal relatief. Toen ik na de zoveelste klim op een plateau aankwam, vertelde mijn gps me dat ik me op 2500m bevond, dat was toch ruim 600m hoger dan waar de taxichauffeur zich deze morgen bevond. Voor de laatste 15 km hadden ze het toetje gereserveerd. Sombrerete bevond zich op dezelfde hoogte als het plateau, dat was geen probleem. Alleen moest ik, om daar te geraken, een oneindige reeks van 250 meter dalen gevolgd door 250 meter klimmen afwerken. Behoorlijk murw gereden, bereikte ik mijn doel voor vandaag. Ik vond onderdak in het goedkoopste hotel van de stad. Dat bleek toch nog goed voor 175 peso’s of bijna mijn volledige dag budget. In de steden hier heb ik echter weinig keuze, er zijn geen kampeermogelijkheden voorhanden en niemand bezit enige vierkante meters tuin.

 

23/10/2004   Sombrerete – Fresnillo

104 km – 5u13min – gem. 19.8 km/u

Vorige nacht werd ik wakker met een fel jeukend oor. Toen ik deze morgen wakker werd en in de spiegel keek, zag ik de oorzaak van al die jeuk. Wow, nooit gedacht dat een oorschelp zo kon opzwellen. Ik wou de allergische reactie stoppen met een pilletje maar die had ik bij een bagageherziening blijkbaar al overboord gegooid, ik ga ervan uit dat de natuur het wel zelf zal oplossen. Ik was rustig aan het inpakken toen mijn buurman gewekt werd met de woorden: “son las ocho”. Tiens, op mijn wekker was het pas zeven. Blijkbaar hanteren ze hier op het vasteland een andere tijdsregeling dan op Baja, dat is me na 4 dagen dus ook opgevallen. Eigenlijk maakt het allemaal niet zoveel uit, ik sta op als het licht wordt. Of ze dat dan 6, 7 of 8u noemen, is van ondergeschikt belang. Tijdens de eerste afdaling van de dag kon ik mijn stuur nauwelijks onder controle houden. De oorzaak daarvan waren mijn tassen bevestigd op het voorvork, deze passen nl. niet perfect op de bagagedrager (Ortlieb tassen en een Odlo bagagedrager geschikt voor verende voorvork). Perfect zal ik het wellicht nooit krijgen maar met behulp van enkele snelbinders kreeg ik de fiets terug min of meer stabiel bij hogere snelheden. Het landschap was vandaag andermaal een pareltje, iedere nieuwe vallei bracht telkens iets anders. Cactussen, gecultiveerde landbouwvelden, heuse bergen, … Ergens halfweg tussen Sombrerete en Fresnillo stak ik de Tropico de Cancer over. Alhoewel de medische betekenis van het woord mij nogal bitter smaakt, nam ik toch een foto. De bananen die ik deze morgen had gekocht, bleken nog helemaal niet rijp en daardoor oneetbaar. Ik stelde het aanvullen van de noodzakelijke calorieën iets te lang uit en dat werd me 10 km voor Fresnillo aan de hand van een hongerklop nogal efficiënt duidelijk gemaakt. Er zat niets anders op dan een stop in te lassen en alle eetbare dingen die ik nog meevoerde te verorberen. Na twintig minuten was ik terug op krachten en kon ik de resterende kilometers en helling afwerken. In Fresnillo vond ik een goedkoop hotelletje (het hotelleven went snel – ik moet dringend terug beginnen te kamperen), nam een douche en ging op zoek naar een internetcafé. Daar aangekomen, bleek het artikel in De Standaard bijzonder mooi en natuurgetrouw weergegeven, waarvoor dank.

 

24/10/2004   Fresnillo – Luis Moya

122 km – 6u08min – gem. 19.9 km/u

Deze morgen heb ik voor het eerst gebruik gemaakt van de Mexicaanse tolwegen. Bij de plaatselijke bevolking zijn deze niet zo populair wegens te duur maar als fietser mag je er (met wat geluk) gratis op. Naast het weinige verkeer dat van deze snelwegen gebruik maakt, hebben ze ook als voordeel dat ze meestal over een ruime pechstrook beschikken en dat ze daarnaast hoogstens lichtgolvend zijn. Het grote nadeel is dat je meestal een heel pak kilometers bijeen moet fietsen vooraleer je nog ‘ns een dorp of stad passeert. Ik was deze morgen met flinke keelpijn wakker geworden en vroeg me onderweg af of ik toch niet beter in een hotel in Zacatecas zou halt houden. Ik bereikte Zacatecas na 70 km fietsen en een fikse klim. In de bergen rond Zacatecas bevindt zich de grootste zilvermijn ter wereld, volgens Footprint wordt er dagelijks 220 ton zilver verwerkt. Het blijft verbazen dat een groot deel van de bevolking van een land met zo’n hoeveelheid natuurlijke rijkdommen nog steeds onder de armoedegrens leeft. Het verschil tussen stad en platteland is net als op Baja bijzonder groot. Al denk ik dat je als middenklasse-Mexicaan beter af bent op het vruchtbare vasteland dan in de woestijnen van Baja. In Zacatecas geraakte ik echter hopeloos verdwaald in het stadsverkeer, om terug enig overzicht te krijgen, begaf ik me naar de stadsring. Maar toen ik die bereikte, was ik zovele meters gedaald dat verder fietsen mij minder lastig leek dan nog ‘ns de beruchte muur van Zacatecas te moeten op fietsen. Uiteindelijk fietste ik nog een heel eind verder. De weg bleek er één in dalende lijn te zijn en de middagzon zorgde voor een aangename temperatuur. In Ojo Caliente checkte ik nog ‘ns mijn mail en website. De publicatie in De Standaard heeft blijkbaar voor een ware volkstoeloop gezorgd. Straks krijg ik nog een writer’s block door al die aandacht. In Luis Moya hield ik het fietsen voor bekeken. Ik maakte terug gebruik van mijn restaurant-truc. Eerst rustig een maaltijd verorberen en dan ‘ns langs mijn neus weg informeren of ik toevallig niet in hun tuin kan kamperen. Dit bleek terug geen enkel probleem te zijn. Meer nog: Maria Conchita haalde haar beste moederinstinct boven toen ze hoorde hoe lang ik ondertussen al aan het fietsen was. Eerst kreeg ik nog een 2e bord taco-biftec aangeboden, daarna kon ik haar flan proeven en als finaal toetje, het was tenslotte zondag, kon ik een ware rocher rots-praline degusteren. Het opzetten van de tent bleek voor hen een waar spektakel te zijn. Met zijn allen stonden ze geïnteresseerd  toe te kijken hoe ik mijn huis ineen knutselde. Er waren ook enkele truckers aanwezig en het werd ondanks mijn (nog steeds) gebrekkige Spaans een leuke avond. De mannen van het zwaar vervoer vonden die Amerikafietser best sympathiek, het leek me verstandig om vanaf de vierde aangeboden Tecate de pils beleefd te weigeren.

 

25/10/2004   Luis Moya – Aguascalientes

68 km – 3u07min – gem. 21.9 km/u

Maria Conchita had me gisteren beloofd dat ze deze morgen voor verse koffie zou zorgen. Ze hield zich natuurlijk aan haar woord en toonde me ondertussen nog wat van haar familiefoto’s. De koffie mocht ik, net als alle extra’s van gisteren, niet betalen. Een jaar reizen, kost veel geld zei ze, ik weet niet of ze ooit al ‘ns een week op reis was kunnen gaan maar dat ze een goed mens is, dat wist ik wel zeker. De afstand was door de extra inspanning van gisteren beperkt tot 70 km. Ondanks een koortsig gevoel en een nog steeds pijnlijke keel bleek het een makkie te zijn. De weg was nog steeds in dalende lijn en de enige hindernissen van de dag waren enkele bruggen. Het landschap was deze keer slechts matig interessant: landbouwgronden, daar hebben we er zelfs in Vlaanderen nog enkele van. Na een goede 3 uur fietsen, bereikte ik Aguascalientes, de eerste 2 hotels die mijn Footprint mij aanraadde, bleken in renovatie. Een vriendelijke inwoner loodste me echter naar het goedkoopste hotel in de stad. Voor 60 peso’s (zo’n 5€) kon ik er een bed, douche en toilet krijgen. Daarmee was ook alles gezegd, ik zal geen foto’s nemen anders bestaat de kans dat de Belgische gezondheidsinspectie de boel hier komt sluiten. De kamer van mijn buur blijkt alvast verzegeld te zijn, ik vraag me af of ze het lijk al hebben opgehaald. Afgaande op de geur die hier hangt, valt dat sterk te betwijfelen. Ik was van plan in de loop van de middag de thermale baden ‘ns te bezoeken maar het bleek een heel gedoe om ginder te geraken. Uiteindelijk dacht ik dat mijn lichaam enkele uren extra platte rust meer zou appreciëren. Naast enkele schitterende koloniale gebouwen, een bijzonder gezellige plaza, ontelbare winkelgalerijen, een McDonald’s en een Wall-Mart heb ik hier de beste bakkerij van mijn tocht doorheen Mexico ontdekt. Hopelijk blijkt mijn lever iets sterker dan mijn nieren, overheerlijke chocolade donuts voor slechts 3 peso’s per stuk.

 

26/10/2004   Aguascalientes – San Francisco del Rincon

135 km – 7u30min – gem. 9,5km/u

De voorbije nacht was niet echt een topper wat slaap betreft. De conciërge keek de hele nacht televisie en vond dat iedereen dat mocht (moest) horen. Dit is trouwens bijzonder opvallend in de Mexicaanse steden en dorpen, er is hier zoveel lawaai. ’s Morgens vroeg zorgt er altijd wel iemand voor muziek voor de hele straat, overal waar je komt, staat de tv decibels te produceren, claxonnerende wagens, … Ik ben telkens blij als ik de stilte van de natuur kan invluchten. Deze morgen wou ik nog een voorraad lekkernijen vanuit de bakkerij inslaan maar deze bleek om 8u30 nog gesloten te zijn. Ik heb dan maar terug gewoontegetrouw 3 bananen en 5 liter water gekocht. Het lukt me tegenwoordig al aardig om vlot uit te steden navigeren. En taxichauffeurs zijn daarbij een uitstekend hulpmiddel. Vandaag zou ik een heel eind op tolwegen fietsen. Het grootste voordeel is ongetwijfeld de veilige brede pechstrook, het grootste nadeel is dat het snel begint te vervelen. Gelukkig zorgden de ambtenaren van het tolkantoor nog voor wat animo. Eerst moest ik betalen maar toen ik hen duidelijk maakte dat ik dat helemaal niet van plan was, toonden ze me een “sluipweg” waarlangs ik met mijn fiets aan de hand de autostrade terug op kon. Na 90 km hield ik het voor gezien en fietste ik via landelijke weggetjes de laatste kilometers naar San Francisco del Rincon. Het bleek al snel dat het veranderen van richting geen goede zet was. De wind werkte behoorlijk tegen, tegenwind m.a.w. Als toetje stuurden ze me in de laatste 10 km nog een nijdige helling op, andermaal bereikte ik behoorlijk afgepeigerd de finish. De truc met het restaurant werkte deze keer niet. De tuin, die er vanop afstand best kampeerbaar uit zag, bleek een stort te zijn waar je geen enkele vrije vlakke vierkante meter kon vinden. Ik zocht andermaal mijn toevlucht in een hotel. De conciërge blijkt hardhorig te zijn, zolang hij deze nacht geen tv kijkt, is dat voor mij niet echt een probleem.

 

27/10/2004   San Francisco del Rincon – La Piedad

94 km – 4u34min – gem. 20.6 km/u

Het hotel van gisteren bleek een uitstekende keuze. Ik sliep er van 21u tot 8u en was deze morgen een herboren man. Weg keelpijn, weg lopende neus, weg zweterig gevoel. Alleen de benen bleken niet helemaal hersteld van de inspanning van gisteren maar de plannen waren al bij al niet te ambitieus vandaag dus dat moest wel lukken. De eerste twintig kilometer fietste ik door zomerse Zwalm-achtige landschappen. In plaats van Roborst, Munte en Schellebelle was het nu El Pino, El Limon en Canada Negro. Toen ik het filmpje aan het opnemen was, passeerden plots 3 wielertoeristen, ik wist niet wat ik zag, dit was echt de Zwalm. Ik stak de camera en het statief snel weg en zette de achtervolging in. Helaas, de benen waren niet top. Gelukkig waren ook de wielertoeristen eerder bescheiden talenten en na 25 min achtervolgen had ik ze uiteindelijk te pakken. Het gesprek kon beginnen. Ik denk soms dat de mensen hier denken dat mijn Spaans barslecht is terwijl ze gewoon de afstand van mijn trip niet kunnen vatten. Un viaje en bicicleta de Canada a Argentina, ja ok .. maar waar begin je dan te fietsen? Niettemin, het werden enkele fijne uren en ze nodigden me uit om mee een maaltijd te nuttigen op hun keerpunt. In plaats van een spaghetti op de Kluisberg werd het deze keer een visschotel in San Miguel, er mag al ‘ns wat variatie inzitten. Bij de Moorduvels is het zo dat de persoon die eerst boven staat op de Kluisberg het rondje betaalt, ik wist niet hoe het er bij hen aan toeging maar ik mocht in geen geval betalen. Na de maaltijd moest er natuurlijk nog een stukje gefietst worden, zij fietsten door de Zwalm terug naar Leon maar ik moest via de Ardennen naar La Piedad. Uiteindelijk bleek het allemaal nog best mee te vallen. Ik verkies de lange lichtlopende hellingen boven de oneindige op en neer knikken. La Piedad was alweer een koloniale stad op mijn route. Ik heb er de voorbije dagen al een behoorlijk pak gezien. De Spanjaarden hebben met de opbrengst van het zilver dan toch iedere stad van een mooie plaza en enkele schitterende koloniale gebouwen voorzien. Indien je in één van deze steden als kleine zelfstandige dezer dagen je brood wil verdienen dan moet je gaan voor één van de volgende beroepen: fotograaf (specialisatie familie- en huwelijksportretten), opticien (vraag me niet waarom maar iedere straat telt er minstens 3), schoenenverkoper, verkoper van christelijke rommel (als daar zijn: foto’s van Cristo, kaarsen, “zientjes”, Bond Zonder Naam-spreuken, … ), politieagent (al ben ik niet zeker of deze volledig tot de klasse zelfstandigen behoren).

 

28/10/2004   La Piedad – Zacapu

99 km – 5u20min – gem. 18,6 km/u

Het was deze morgen al snel duidelijk dat de vele kilometers van de voorbije dagen hun tol beginnen te eisen. De benen bleken totaal niet gerecupereerd en draaiden behoorlijk vierkant. Tijdens het eerste uur kon ik enkele keren maar net een kramp in de rechterkuit vermijden, blijkbaar heeft er zich de voorbije dagen behoorlijk wat melkzuur opgestapeld. Rusten is natuurlijk de enige oplossing maar toch wil ik willens nillens nog een dag verder fietsen. Dat dit dan iets moeizamer gaat, zal ik er wel bijnemen. Het af te leggen parcours was andermaal niet vlak te noemen, het zou in geen geval een massasprint worden. Onderweg hield een auto mij staande. De bestuurder bleek een (mij onbekende) oud-wielrenner te zijn en was zeer geïnteresseerd in mijn exploot. Dat ik van België was, bleek een grote troef – het land van Eddy Merckx, de grootste aller tijden. De man bleek ook nog over nuttige parcourskennis te beschikken. Vandaag moest ik nog wat klimmen maar één van de komende dagen staat me o.a. een beklimming van meer dan 30 km te wachten, is genoteerd. “Het wat klimmen” voor vandaag viel nog behoorlijk tegen. Ik peddelde nog ruim een uur à 9 km/u doorheen het Mexicaanse landschap. Gelukkig vonden ze hier ook dat dit meer dan genoeg was geweest en de laatste 20 km moest ik hooguit nog enkele keren bijtrappen om aan hoge snelheid Zacapu binnen te fietsen. In Zacapu vond ik voor de tweede dag op rij een hotel economico. Voor 50 peso’s kreeg ik een ruime kamer aangeboden. De douche en het toilet zijn gemeenschappelijk maar bevinden zich in vrij degelijke staat (dit alles volgens Mexicaanse normen natuurlijk). Het venster bleek helaas niet dicht te kunnen en de muggen hadden dus vrije toegang. Om het aantal muggenbeten te beperken, zette ik uiteindelijk mijn tent in de kamer op.

 

29/10/2004   Zacapu – Patzcuaro

66 km – 3u40min – gem. 18 km/u

Deze morgen was er geen haast bij het vertrek. De opdracht voor vandaag was beperkt, in kilometers dan toch. Gisteren was ik de bossen ingereden en vandaag mocht ik er nog wat verder door fietsen. Wel vreemd, het is hier ook herfst en alle loofbomen staan hier nog in het groen. Heeft er iemand een verklaring voor? Al snel bleek dat het ook vandaag niet vlak zou zijn. De kilometerteller zakte voor ruim een uur onder de 10 km/u maar ik verkies nog steeds de langere hellingen boven het oneindig op en neer fietsen. Uiteindelijk komt er aan iedere helling een eind en kon ik rustig afdalen naar het Lago de Patzcuaro. Het eerste dorpje aan het meer was Quiroga, daar stond er een wegwijzer: Patzcuaro, 23 km. Nog 23 km tot aan de rustdagen – het was een fijn gegeven. In Patzcuaro had ik blijkbaar de afslag naar het centrum gemist. Geen nood, ook hier staat de kerk centraal en dus baande ik me een weg door smalle steegjes naar het huis van God. Helaas reed ik me onderweg vast in een markt, het was een chaos van jewelste. Zoals ik beetje had gevreesd, waren alle goedkope hotels volzet en waren de duurdere niet te betalen. Gelukkig maakte mijn Footprint melding van Villa Patzcuaro, een motel annex camping met leuke tuin. De beschrijving bleek te kloppen, het leek me een geschikte uitvalsbasis voor de rustdagen.

 

30/10/2004   Patzcuaro – rustdag

Een echte rustdag vandaag. Enkel de stad ingefietst om mijn was te doen en verder mijn fiets nog ‘ns een onderhoudsbeurt gegeven (ketting gewisseld). Voor de rest valt er weinig bijzonders te melden. Of toch, het regende hier vandaag. Het was ongeveer 2 maanden geleden dat ik dit natuurfenomeen nog ‘ns kon meemaken.

 

31/10/2004   Patzcuaro – rustdag

De hoofdreden waarom ik de voorbije dagen zovele kilometers maalde, was omdat de Tarascan inwoners van de dorpen rond het meer van Patzcuaro op een bijzondere manier El Dia de los Muertos ‘vieren’. 1 nov was voor mij, net als alle andere katholieke feestdagen, een dag als een ander. Helaas is dat sinds kort niet meer het geval. Niet dat ik terug katholiek ben geworden, maar bijna 2 jaar terug stierven 2 personen die mij bijzonder dierbaar waren. Voor Sophie en voor mijn ma wou ik deze dagen hier zijn.

 

1/11/2004     Patzcuaro – rustdag

Op het kampeerterrein zijn we ondertussen met zo’n 15 mensen. Het is een allegaartje van nationaliteiten: Canadezen, Amerikanen, Britten, Nieuw-Zeelanders, Fransen, Mexicanen en een Belg. De voornaamste gespreksonderwerpen zijn reizen en internationale politiek. Het blijft me verrassen hoeveel mensen er voor lange tijd rondreizen, je zou haast vergeten dat er ook een werkende menigte bestaat die de economie draaiende houdt. Een van de kampeerders is Walker. Hij verdient zijn boterham al fietsend. Het toeval wil dat hij de voorbije jaren telkens enkele maanden in Izegem verbleef om op Belgische bodem te koersen. Hij heeft zelfs in Gullegem gekoerst, de parochie waar ik werd grootgebracht. Hij is eerder bescheiden maar ik denk dat hij toch bijzonder talentvol is, hij fietste de voorbije jaren verschillende wereldbekerwedstrijden mountainbike en hij trainde enkele keren samen met Lance (je weet wel, die van de Tour de France). Momenteel is hij aan het dubben over zijn fietstoekomst, ofwel blijft hij koersen op het huidige niveau en wint hij zo nu en dan een wedstrijd in Amerika, ofwel gaat hij een trapje hoger. Dat trapje hoger betekent doping, want zonder speel je volgens Walker in Europese wedstrijden niet mee. Gelukkig blijkt het niet echt een dilemma te zijn, hij is niet van plan om met zijn gezondheid te gokken. In het motel streek in de loop van de namiddag ook nog een bus Nederlanders neer. Ze hadden de voorbije week meegeholpen aan een bouwproject van ‘Habitat for Humanity’ in Puebla. Ook de 76-jarige Jimmy Carter bouwde mee, benieuwd of we van George Bush binnen enkele jaren hetzelfde kunnen verwachten. In de groep bleek zich ook een Belgische deelneemster te bevinden. Meer zelfs, Evelyne Cardon bleek in Heusden te wonen, het is een kleine wereld. Samen met Walker ging ik naar de Noche de los Muertos in Tzintzuntzan. Ik vond het zeer bijzonder. De manier waarop de mensen hier hun doden herdenken, is zo respectvol, zo mooi. Ondanks de vele toeristen (net als ik) was er toch een bijzondere atmosfeer.

 

2/11/2004     Patzcuaro – rustdag

Oorspronkelijk was ik van plan vandaag mijn tocht naar het zuiden verder te zetten, maar omdat de meeste andere toeristen in Patzcuaro ook vertrekplannen hadden, leek me dat uiteindelijk niet zo’n goed idee. Ik besloot te wachten tot morgen en hoop zo de grote verkeersdrukte te vermijden. Als alternatief voor het fietsen bezocht ik nog één van de Tarascan-eilanden in het meer van Patzcuaro. Helaas bleek Janitzio toch net iets te toeristisch te zijn, het leek bij momenten wel de dijk van Blankenberge op een zomerse zondag. Terug op de camping ruilde ik mijn pocket van Minette Walters met de Nederlanders van ‘ Habitat for Humanity’ voor 2 nieuwe Nederlandse exemplaren. Zo blijft het lezen een bijzonder eenvoudige aangelegenheid. In de loop van de avond raakten Walker en ik nog in een pijnlijke situatie verzeild. Gisteren waren er 4 nieuwe mensen aangekomen en we maakten eerder bij toeval kennis met het gezelschap. Het betrof een Amerikaan van 54 en één van 76 jaar oud, vergezeld door 2 Mexicaanse dames, eentje van 19 en eentje van 22 jaar jong. Toen we dachten terug alleen te zijn, begon Walker zich luidop af te vragen wat de prijs voor deze Mexicaanse hoertjes zou zijn. Helaas bleek de deur nog halfopen te staan en bevond één van de mannen zich aan de andere kant ervan.

 

3/11/2004     Patzcuaro – Morelia

54 km – 2u32 – gem. 21.4 km/u

Na het afscheid nemen, ging iedereen deze morgen zijn eigen weg, bij mij betekent dit nog steeds zuidwaarts. Ik had niet echt een eindbestemming in gedachten toen ik deze morgen op pad vertrok. Ik veronderstelde dat mijn benen mij onderweg wel op de hoogte zouden brengen. De weg naar Morelia was een autopista, 4 vlakke rijstroken en een brede pechstrook. Ideaal om na 4 rustdagen terug wat warm te fietsen. Het vele wandelen van de voorbije dagen had mijn beenspieren stram gemaakt. Toen ik na 2u30min fietsen Morelia bereikte, was ik aan het twijfelen: nog wat verder fietsen of een hotel zoeken. De sympathieke inzittenden van een voorbijrijdende auto losten het dilemma voor mij op. Ze zouden voorrijden tot aan de jeugdherberg. Dat ging bijzonder vlot, en bovendien bleek de jeugdherberg over leuke kamers en een mooie patio te beschikken. In de loop van de namiddag bezocht ik Morelia, zoals ik de voorgaande koloniale steden had bezocht: wat kuieren over de plaza’s en passant ‘ns een kerk of museum binnenspringen. Morelia bleek bijzonder mooi te zijn, de Unesco heeft het centrum als werelderfgoed beschermd.

 

4/11/2004     Morelia – Ciudad Hidalgo

101km – 6u00 – gem. 16.9 km/u

Ik was van plan via Mil Cumbres (duizend bergtoppen) naar Ciudad Hidalgo te fietsen, over deze route had ik op het internet wat info opgezocht, één bron was in elk geval vrij duidelijk: continuously strenuous. Ik was deze morgen rond 8u uit de hostel vertrokken, maar al snel bleek dit geen bijzonder goede keuze te zijn. Gedurende ruim een half uur moest ik stapvoets de ochtendfiles doorheen Morelia trotseren. De colectivos (goedkoop busvervoer in oude vw-camionettes) laveerden van links naar rechts en hielden halt op de meest onmogelijke plaatsen, met de zwakke weggebruiker werd er alvast weinig rekening gehouden. Eenmaal uit de verkeersellende vond ik snel de weg naar Mil Cumbres. Vanaf de eerste kilometers was het vrij duidelijk: vandaag moest er geklommen worden. Het hellingspercentage viel al bij al best mee en de eerste uren kon ik mijn ‘snelheid’ rond de 12km/u houden. Het was net als fietsen in de Ardense bossen maar dan op 2000m hoogte. Na 3u30 klimmen dacht ik de lijn voor de bergprijs overschreden te hebben, maar het duurde uiteindelijk nog ruim 45min alvorens de afdaling werd ingezet, het hoogst bereikte punt was volgens de gps 2853m. De afdaling was, net als de klim, zeer gelijkmatig. Door een uur aan 40km/u te fietsen, krikte ik de gemiddelde snelheid nog een beetje op. Ciudad Hidalgo bleek een vrij grauwe, vuile stad te zijn. Het feit dat de meeste Mexicanen hun afval gewoon op straat deponeren, werkt dit natuurlijk een beetje in de hand. Ik vond een slaapplaats in een, voor mijn budget, te duur hotel. In ruil kreeg ik wel een super douche en kabeltelevisie (goed voor een Rolling Stones special en Thelma en Louise in het Spaans.) De maag werd gevuld met een half kippetje. Pasta, groenten en een halve kip voor 30 peso’s, maw een goedkope en gezonde maaltijd.

 

5/11/2004     Ciudad Hidalgo – Zitacuaro

49 km – 2u40min – gem. 18.3 km/u

Vandaag was ik van plan een alternatieve route naar Zitacuaro te fietsen, deze zou me langs de Reserva Ecologica El Campanario moeten brengen, het overwinteringsgebied van de Monarch-vlinders. Helaas was de afslag naar Irimbo nergens te vinden. Wegaanduidingen zijn hier in Mexico, net als vele andere evidente dingen, niet echt een prioriteit. Geen erg, de weg via Tuxpan was niet bijzonder druk en het landschap mocht best gezien worden, het vlinderreservaat kon ik vanuit Zitacuaro nog steeds per bus bezoeken. Ik fietste een hele tijd op een licht stijgende weg van waarop ik een schitterend uitzicht had op de diverse valleien. Het was een aangename verrassing dat die weg niet eenmaal in één van de valleien dook, voor een keer was het efficiënt klimmen in de Mexicaanse siërra’s. In Zitacuaro vond ik een onderkomen voor 90 peso’s in hotel Carolina. Daar wisten ze me te vertellen dat de Monarch-vlinders dit jaar nog niet waren aangekomen. De Monarch-vlinders verblijven tijdens de zomer in de Great Lakes van Canada en Amerika. Wanneer het daar te koud wordt, pikken ze een stevige zuidenbries op en laten zich zo’n 6000 km verder brengen, terug naar hun geboortegrond (een beetje zoals de zalm maar dan in de lucht). Later op de avond ging ik nog naar ‘Los Diarios de Motocicleta’ kijken, helaas betrof het een Spaans gedubde versie. zonne-energie Sinds enkele dagen heb ik terug een probleem met het opladen van de batterij via het zonnepaneel. Ik veronderstel dat de batterij ‘ns zwaar werd overladen en daardoor min of meer om zeep is. Mijn eerste batterij is gesneuveld na zo’n 2 maanden intensief gebruik en dit exemplaar heeft het ongeveer even lang volgehouden. Het zonnepaneel heeft uitstekend dienst geleverd in Canada en Amerika. Hier in Mexico vind ik echter regelmatig een betaalbaar hotel alwaar ik mijn elektronica kan opladen, maw ik ga niet op zoek naar een nieuwe (zware) batterij. Het zonnepaneel verstop ik begin januari in Tines bagage. Mijn conclusie: wanneer je van plan bent om zowat altijd te kamperen is een flexibel zonnepaneel de ideale energieleverancier. Het grootste nadeel blijft echter het gewicht van de batterij (bijna 2 kilo), bovendien zou je er moeten kunnen voor zorgen dat de batterij niet overladen kan worden.

 

6/11/2004     Zitacuaro – San Andros

117 km – 7u25 – gem. 15.7 km/u

Er waren 2 mogelijkheden vanuit Zitacuaro, enerzijds richting Toluca fietsen of anderzijds afdalen naar Valle Bravo. De voordelen van mogelijkheid 1: een autopista, maw afgevlakte hellingen en een pechstrook. De nadelen: Toluca is de vierde grootste stad van Mexico en ligt op slechts 50 km van de hoofdstad, rustig zal het onderweg dus niet zijn en bovendien is Toluca ook nog ‘ns de hoogstgelegen stad in Mexico, maw hoe geleidelijk ook, er zal sowieso geklommen moeten worden. De voordelen van mogelijkheid 2: rustige wegen doorheen landelijke dorpjes, de nadelen: onmogelijke stijgingspercentages en wat zoekwerk naar de juiste weg. Ik heb er eigenlijk stilaan genoeg van om iedere dag een andere plaza te verkennen en bovendien breng ik binnen enkele dagen een bezoek aan Mexico City, dus tijd voor natuur en mogelijkheid 2. De eerste 40km moest ik toch de weg naar Toluca volgen. Het verwonderde me dat deze weg zo sterk steeg, Toluca ligt op 2500m en ze hadden ruim 100km om deze hoogte te bereiken. Maar zo werkt dit hier natuurlijk niet, na 2u30min fietsen, bevond ik me op 2850m hoogte. Ondanks de helblauwe lucht en een nadrukkelijk aanwezige zon was het er niet bijzonder warm. Een halfuur later was ik aan de afslag naar Valle de Bravo, het werd onmiddellijk een stuk rustiger, althans wat het verkeer betrof want de weg bleef de eerste kilometers stijgen. Het was een bosrijke vallei, ver kon je niet zien maar het was toch fijn fietsen in de bossen. Uiteindelijk werd ook de afdaling ingezet, ik kon ruim een halfuur aan zo’n 50km/u fietsen. Dit was natuurlijk bijzonder fijn maar dat beloofde weinig goeds aangezien ik min of meer terug op dezelfde hoogte moest zien te komen. Het stadje Valle de Bravo viel wat tegen, veel te toeristisch en de weg was geplaveid met onmogelijke stenencombinaties. En ontbrekende steen merkte ik net te laat op, maar de wielen gaven gelukkig geen kik. Ik vulde mijn maag in Valle de Bravo met een 5-tal taco’s, deze verteerden helaas niet zo goed met als gevolg dat ik er de hele verdere namiddag kon van nagenieten. De huizen langs de weg waarlangs ik Valle de Bravo verliet, zagen eruit als beschermde burchten. Overal Bekaert-draad van 3m hoog, meestal voorzien van de nodige stroom – en ik die dacht de elektriciteit hier duur was. Het fietsen liep nog steeds lekker, in Zitacuaro had ik zo’n 4kg achtergelaten (batterij, sandalen en convertor 12v – 110v) en dat was wel degelijk merkbaar. Na 6u fietsen, bereikte ik Temascaltepec, ik vond niet onmiddellijk de juiste weg en informeerde bij enkele taxichauffeurs. Die verklaarden me gek toen ik hen uitlegde welke weg ik wilde volgen, volgens hen was dat niet meer dan een pad met keien en zou ik hopeloos verdwalen. Het was al bij al lang geleden dat ik nog ‘ns gek had gedaan en uiteindelijk kreeg ik ze zover dat ze me op weg zetten. Het begon inderdaad met keien maar na enkele kilometers werd het zowaar terug asfalt, afgezien van het stijgingspercentage viel het allemaal best mee. In San Andros kon ik in een tuin kamperen, dit lijkt me hier nog steeds de veiligste optie. De uiterst sympathieke eigenaar bracht me naderhand een stoel en een goed gevulde fruitschaal. Later op de avond vertelde hij me dat de weg richting Ixtapan de la Sal verderop onmogelijk was. Volgens hem was de enige veilige optie terugkeren en via Toluca fietsen. Tja, dat zullen we dan morgen wel zien zeker, het kompas heb ik alvast bovengehaald en de gps werd van nieuwe batterijen voorzien.

 

7/11/2004     San Andros – Villa Guerrero

94km – 6u44 – gem. 13.9 km/u

Gisterenavond werd ik nog voor een koffie en een stuk cake uitgenodigd bij Thimotie en zijn esposa. Zijn vrouw was een stuk genuanceerder omtrent mijn geplande route. Volgens haar rijden er zelfs auto’s naar boven langs deze weg, de splitsingen zouden het enige obstakel kunnen zijn. Om 8u werd ik door mijn gastheer en -vrouw uitgezwaaid. De eerste kilometers verliepen, dankzij hun uitgebreide beschrijvingen, zeer vlot. Toen ik naar mijn aanvoelen iets te lang moest fietsen vooraleer ik aan de volgende splitsing was, informeerde ik ‘ns bij de bewoonster van een berghut. Deze authentieke Mexicaanse dame was duidelijk niet opgezet met mijn aankloppen: eerst een hele tirade over de Verenigde Staten en toen ik haar duidelijk gemaakt had dat ik daar niets mee te maken had, stuurde ze me – zo bleek later – de verkeerde weg op. Gelukkig botste ik onderweg (zonder veel erg) wel nog op een vriendelijke dame en deze zette me terug op de goede weg. Volgens de kaart was de afstand van San Andros tot de beoogde geasfalteerde weg zo’n 10km. Al snel bleek echter dat dit niet klopte, na 10km begon de dirt-road pas goed. Eerst was het aarde en zand, dan gravel en uiteindelijk kon ik het grootste deel van de weg tussen enorme stenen laveren. Maar de benen waren goed, de weg vrij duidelijk en het landschap adembenemend. Ik moest nog 2 keer voet aan de grond zetten, wegens te steil, alvorens ik na 2u20min klimmen 19 km verderop de geasfalteerde weg bereikte. Die weg verliep helaas niet in dalende lijn, integendeel hij steeg nog verder tot 2900m, het voorlopige nieuwe dak van deze trip. Onderweg had ik een schitterend zicht op de vulkaan van Toluca (4690m) en eenmaal de afdaling naar Coatepec was ingezet, kon ik ook een glimp opvangen van de besneeuwde top van de Iztaccihuatl vulkaan (5230m). Omdat de taco’s me gisteren niet zo waren bevallen, probeerde ik het deze middag met een hamburger, lekker licht verteerbaar voedsel. Ik vroeg de uitbaatster van de eettent ook hoeveel kilometers het nog was naar Ixtapan de Sal. Een gesprek moet ergens beginnen, niet. Tot mijn verbazing beschikken ze hier in Mexico over andere fysica wetten, ze wist me namelijk te vertellen dat het nog 10 tot 12 km was, afhankelijk van de snelheid die ik behaalde. Uiteindelijk was het 6 km, ik had maw flink doorgetrapt. In Ixtapan de Sal kocht ik vers water en enkele chocolade donuts. Verder bracht ik een kort bezoek aan de virtuele wereld. In tegenstelling tot wat de gemiddelde snelheid doet vermoeden, waren de benen nog steeds top, ik besloot om nog tot Villa Guerrero verder te fietsen. Daar aangekomen, gebruikte ik nog ‘ns mijn restaurant-truc, voedselconsumptie in ruil voor een overnachtingsplaats. Die had het beoogde resultaat – meer zelfs, de maaltijd (kip in champignonsaus) die ik voorgeschoteld kreeg, was tot nog toe de beste op Mexicaanse bodem.

 

Calorieën

Ik heb begrepen dat enkelen maar matig geïnteresseerd zijn in mijn dagelijkse voedingspatroon, maar omdat mijn brandstof vrij belangrijk is en omdat ik er tijdens het fietsen soms nogal op gefocust ben, zal ik het helaas blijven vermelden. Wat de rubriek “Koken met Evelien” betreft, deze is wegens gebrek aan zelf geprepareerde maaltijden voorlopig afgevoerd. Meer zelfs, ik overweeg momenteel om mijn kookgerief begin januari met Tine terug naar België over te laten vliegen.

 

8/11/2004     Villa Guerrero – Cuernavaca

93km – 6u35min – gem. 14.1 km/u

Deze morgen was ik om 8u terug op pad. Ik bereikte door toedoen van een vlakke weg vrij snel Tenancingo. Na een korte klim kreeg ik een ongelofelijke vallei te zien. Wow. De afdaling naar Malinalco was vrij spectaculair, ik was blij dat ik van de andere kant was gekomen. In Malinalco wou ik de ruïnes van een pre-hispanic tempel anno 1152 bezoeken. Helaas, net nu ik nog ‘ns wat cultuur wou meepikken, bleek het sluitingsdag te zijn. Gelukkig is de natuur wel 7 dagen op 7 open. Mijn kaart was andermaal niet zo duidelijk en ik had dan ook geen flauw benul van wat me voor de rest van de dag nog te wachten stond, de kilometers kon ik min of meer nog gokken (ik bleek er 25 km naast te zitten) maar het hellingsprofiel was een groot vraagteken. Zulke dingen worden onderweg natuurlijk vrij duidelijk. Er bestond niet lang twijfel over, de rest van de dag zou vrij pittig worden. Eerst moest ik (bijzonder) stevig klimmen tot aan het pelgrimsoord Chalma. Ook de filialen van de katholieke kerk blijken geen sluitingsdagen te kennen. Ik kon er maar net wat gewijd water ontwijken. Van Chalma tot Cuernavaca bleek ik op een rollercoaster te zitten, voor de aandrijving moest ik wel zelf zorgen. Bordjes met het opschrift ‘disminuya su velocidad’ komen bijzonder cynisch over als je slechts 6 km/u rijdt. De afdaling van zo’n 1000m, waar ik al een hele dag recht op had, situeerde zich in de laatste 10 km. Wegens diverse putten en de vele verkeersdrempels (meestal een rij stenen dwars over de weg) was een nieuw snelheidsrecord helaas niet mogelijk.

 

9/11/2004     Cuernavaca – Mexico City

Cuernavaca was de dichtste plaats bij Mexico City waar ik me met de fiets wou wagen. Deze morgen nam ik van hieruit de bus voor een blitzbezoek aan de hoofdstad. De busrit maakte me snel duidelijk dat ik de juiste beslissing had genomen. Eenmaal we de vallei van Mexico City waren binnengereden, was de verkeerschaos al snel niet meer te overzien, we hadden ruim 2 uur nodig om de 90 km te overbruggen. Vanaf de busterminal nam ik de metro richting historisch centrum. Terug bovengronds waren de eerste dingen die ik vaststelde: prikkelende ogen en kortademigheid, de smog deed wel degelijk zijn werk. En dat hadden verschillende architecten hier in de loop van de jaren ook gedaan, enorme bouwsels overtreffen hier elkaar. La Catedral, Templo Mayor, Palacio Nacional – om er maar enkelen te noemen – zijn bijzonder indrukwekkend. Met een tussenstop in het schitterende postgebouw (en ik vond dat op de Korenmarkt in Gent ook al niet mis) wandelde ik naar het Palacio de Bellas Artes. Hier hebben ze heel wat werken van Diego Rivera, deze man zijn muurschilderingen waren nu net de hoofdreden van mijn bezoek aan Mexico City. De zaal ‘Diego Rivera’ bleek helaas gesloten te zijn, gelukkig had hij in de jaren ’30 op één van de muren in het museum “The Controller of the Universe” achtergelaten, een toch wel vrij indrukwekkend werk. Daarna wandelde ik via het Almenada-park naar het eigenlijke Rivera-museum. Helaas, voor de deur een bordje: “Wegens renovatie gesloten vanaf 9/11 …” Zeg nu nog maar ‘ns dat het beperkte aandeel cultuur in deze trip kwaad opzet is. Over de rest van de dag kan ik vrij kort zijn. Een chocoladedonut met pudding was me duidelijk misvallen, ik bezocht na de middag enkel nog (diverse keren) het toilet van mijn hostel. Een stel vriendelijke Aussies, met wie ik de kamer deelde, gingen voor mij nog enkele liters water en cola kopen. Ik hoopte er met deze generische geneesmiddelen terug bovenop te geraken.

 

10/11/2004   Mexico City

De nacht had enige beterschap gebracht. Ik besloot me terug aan te sluiten bij de actieve bevolking en schreef me in voor een excursie georganiseerd door Mex Tours, het betrof een uitstap naar de piramides van Teotihuacan. Vooraleer we deze bereikten, werd echter nog een tussenstop gemaakt bij de Onze Lieve Vrouw van Guadeloupe. Dit bleek, na het Vaticaan, de grootste katholieke opbergplaats ter wereld te zijn. Uustakker, maar dan in ’t groot. We hadden geluk, net vandaag vond er een wedstrijd blote-knieën-kruipen op de heilige grond plaats. Die Spanjaarden hebben hier goed werk geleverd. Helaas kon ik als ketter niet op een mirakel rekenen, de buikpijn nam terug toe en mijn benen waren met moeite in staat om mijn (bescheiden) gewicht te dragen. Teothiacuan was mijn eerste serieuze archeologische ruïne op Mexicaanse bodem. “The place where men become gods” dateert van ergens 800 voor Christus en op haar hoogtepunt zou de stad zo’n 125000 mensen gehuisvest hebben. De trappen naar de top van de piramides van de zon en de maan bleken voor mij vandaag iets te hoog te zijn, maar ik was al bij al tevreden met de gemaakte uitstap.

 

11/11/2004   Cueranava – rustdag annex ziekteverlof

De chocoladedonut heeft mijn darmflora en -fauna danig in de war gestuurd. De situatie is nog niet stabiel te noemen en er zat dus niet veel meer op dan nog een extra dag plafondstaren in te lassen. Op een meer energiek moment toch nog tot aan het wassalon gewandeld. Hier op het Mexicaanse vasteland mag ik dat niet langer in eigen beheer doen. Je dropt je was in een lavanderia en een halve dag later kan je alles mooi geplooid terug ophalen, dit alles voor een democratische 20 peso’s.

 

12/11/2004   Cuernavaca – Cuautla

55km – 3u03min – gem. 18km/u

Deze morgen moesten de benen dus terug aan het werk. Ik was van plan om via Tepotzlan naar Cuautla te fietsen maar na een half uur klimmen zag ik van dat plan af, de benen waren duidelijk nog niet klaar voor veel hoogtemeters. Gelukkig was er ook een vlakke alternatieve route. Ik draaide 180 graden en daalde de geklommen meters terug af, vrij snel bereikte ik de juiste weg. ‘Weg’ is wel een behoorlijk understatement voor een autostrade met 8 rijvakken, en toen na enkele kilometers ook nog ‘ns de wegmarkeringen verdwenen, was de chaos compleet. Een 10-tal kilometer verderop werd het gelukkig iets rustiger, dat ik de overbrugde afstand zonder kleerscheuren had overleefd, was misschien alsnog een mirakel van het lieve vrouwtje van Guadeloupe. Heel veel was er onderweg niet te zien, het was wellicht best mooi maar een dikke smog beperkte het zicht. Fietsen is hier toch niet altijd even gezond. De kilometerpalen klopten terug langs geen kanten maar na goed 2u fietsen was ik toch in Cuautla. Daar kon ik bij Julie en Fred terecht, een Frans koppel dat ik in Patzcuaro had leren kennen – ze zijn hier als onderwijzers aan de slag. Ter verwelkoming kreeg ik er een gezond middagmaal voorgeschoteld, daarna bracht ik samen met Fred de middag door in de aguas hediondas. Het zwembad wordt er gevuld dmv een natuurlijke sulfurbron, het stonk er maw behoorlijk naar rotte eieren. Bij thuiskomst bleken er verse Bretoense pannenkoeken klaar te staan, de Fransen waren precies op de hoogte van mijn voedselfixatie. Daarna bezochten we nog ‘ns Cuautla centrum en gingen we naar de opening van een tentoonstelling waarvoor Fred enkele werken had gemaakt. De avond werd, of wat dacht je, met een gezonde verse maaltijd afgesloten. Er kwam ook nog een Chileense vriend van Fred en Julie langs, hij wou graag de fietser van Canada naar Argentinië ontmoeten. Met een beetje geluk ontmoet ik hem nog ‘ns ergens in de loop van de maand mei in Chili.

 

13/11/2004   Cuautla – Izucar de Matarmos

66km – 3u30min – gem. 18.9 km/u

De morgen rustig begonnen. Ik heb eerst nog ‘ns uitgebreid gebruik gemaakt van de faciliteiten die me door Julie en Fred werden aangereikt. Pannenkoeken als ontbijt, een warme douche en scheerbeurt in een comfortabele badkamer en een leuk telefoontje met het thuisfront. Ik was vandaag van plan om zo’n 100 km te fietsen maar al vrij snel bleek dat ik nog altijd niet top ben. Het eerste uur vormde dankzij het vlakke parcours geen probleem maar toen de klimkilometers eraan kwamen, was ik snel buiten adem. Ondanks enkele extra pauzes kwam er niet echt verbetering in de zaak, ik besloot dan ook om mijn lijf niet langer af te matten en ik hield het na 3u fietsen voor bekeken in Izucar de Matarmos. Daar vond ik een vrij goedkoop hotel maar de kwaliteit was eerder mager te noemen. Gelukkig was ik te moe om het me allemaal veel aan te trekken. Dat ik de kamer niet kon afsluiten, maakte het stadsbezoek wel extra spannend.

 

14/11/2004   Izucar de Matarmos – Chila

125 km – 7u30min – gem. 16,6 km/u

Gisteren niet bijster goed geslapen in mijn basic hotelkamer, het bed deugde niet, er was te veel lawaai en de beschimmelde muren zorgden voor een constante aanvoer van muffe lucht. Volgende keer zal ik toch iets grondiger rondkijken vooraleer ik toezeg. Deze morgen was het om 8u al vrij druk voor een zondag. Toen ik een bord zag “Mario Marin por gobernar” viel mijn frank, vandaag worden er hier verkiezingen gehouden. Zou extreem-rechts hier, in een land waar er echte problemen heersen, eveneens een populaire partij zijn? Betreffende het fietsen: ik vrees dat ik nog steeds niet top ben. Weinig kracht in de benen en snel buiten adem zijn tegenwoordig mijn deel. Na een uurtje fietsen staken me op een helling enkele wielertoeristen voorbij, aanklampen lukte me niet, zelfs niet toen ik zag dat er enkele met een vaste pion reden (of maw slechts 1 versnelling). Ik besloot om me er niet al te druk in te maken, die vorm komt ooit wel terug. Ik was van plan om in Neuvos Horizontes een hapje te eten maar daar besliste een plaatselijke zwerver anders over. Hij had zijn broek langs achteren open gescheurd en met het aanschouwen van zijn edele delen verdween mijn appetijt. Nochtans zijn er hier op het Mexicaanse vasteland weinig zwervers te zien. Zelfs in Mexico City was het aantal bedelaars vrij beperkt. De meeste mensen doen hier actieve pogingen om zelf in hun onderhoud te kunnen voorzien. Waarschijnlijk zal je niet rijk worden met de verkoop van bv. zelfgemaakte yoghurt maar je kan er blijkbaar wel mee overleven. In Amatitlan begon mijn maag dan toch terug te rommelen en zocht ik een taco-stand op. Ik had het andermaal getroffen: de bejaarde uitbaatster was geïnteresseerd  in mijn verhaal en besloot me na het nuttigen van de taco’s vol te stoppen met een rijk aanbod aan fruit: papaya, bananen, sinaasappelen en nog enkele tropische dingen. Daarna moest ik nog een plaatselijk dessert proeven, gelukkig ben ik geen moeilijk mens. In het restaurant streken ook 2 journalisten neer en voor ik het wist, had ik een artikel incl. foto versierd in de “Sol de Puebla”. Helaas fiets ik morgen Oaxaca binnen, een andere provincie met een andere plaatselijke krant. De weg was ondertussen terug vrij heuvelachtig geworden. Volgens mijn gps bevond ik me op “slechts” 1550m maar ook op die hoogte moet er soms aardig worden geklommen. Het landschap was ook een stuk dorrer dan de voorbije weken, er doken her en der terug cactussen op. In Chila besloot ik halt te houden. Omdat ik er nergens een restaurant met tuin kon vinden, zou ik voor het eerst op het Mexicaanse vasteland wildkamperen. De gevonden plaats leek me geschikt, nu maar hopen dat ik meer geluk heb dan Walker (die ik leerde kennen in Patzcuaro) en zijn vriend, die op het strand kampeerden. Zij werden enkele weken terug midden in de nacht door 4 kerels eerst grondig in elkaar geslagen en daarna beroofd. Voor de vriend van Walker was de surfvakantie, met een gebroken rib, meteen afgelopen.

 

15/11/2004   Chila – Nochixtl

115 km – 7u17min – gem. 15.6km/u

Van een bijzonder goede nachtrust genoten. Sinds de invoer van het winteruur is het hier rond 18u al donker, zonder elektriciteit betekent dat vele uren extra slaap. Om 7u30 had ik alles opgekraamd, inclusief een door ochtenddauw natte tent, goed voor minstens een kilo extra gewicht. Nog voordat ik 100m gefietst had, vlogen de wielertoeristen mij om de oren. Tiens, en ik dacht dat het maandag was vandaag. Bij navraag bleek dit ook te kloppen, alleen hadden de plaatselijke Moorduvels voor vandaag en morgen een 2-daagse voorzien. Ze trokken met zo’n 40 wielertoeristen, 2 vrachtwagens, een bus en een pickup waarop het vrouwke van Guadeloupe was tentoongesteld naar een bedevaartsoord in de buurt van Oaxaca. Ik had geluk, de wielertoeristen bleken van diverse pluimage te zijn en ik kon zonder veel problemen volgen met de mindere goden. In tegenstelling tot de wielertoeristen van gisteren beschikten de meeste fietsers hier wel over versnellingen, alleen weigerden ze deze te gebruiken. Ze trokken en sleurden zich een weg naar boven. Inderdaad – naar boven. Gisteren had ik het verslag van Nick nog ‘ns nagelezen (hij fietste het voorbije jaar in 22 maanden van Alaska naar Patagonië) en hij had het over een climb, climb, climb day. Naast het klimmen was er vandaag ook nog de factor wind. Of beter de factor tegenwind – dan was er ‘ns een stuk afdaling, maar veel harder dan 20 km/u viel er toch niet te fietsen. Hmm, lang geleden dat ik hier nog wat over het weer schreef. Wel, laten we het eenvoudig houden, indien er geen weerbericht is, kan je ervan uitgaan dat het hier zo’n 25 graden, zonnig en windstil is. Dat we ondertussen half november zijn en ik me regelmatig boven de 2000 m bevind, is voor het weer hier van ondergeschikt belang. Voor de namiddag was er een fijne gebeurtenis gepland: km 10000 werd namelijk een feit. Ik vierde het bijzondere moment met een industriële muffin (sinds het chocoladedonut-voorvalletje ben ik geen bakkerij meer binnen geweest). De meesten van de wielertoeristen hadden ondertussen voor de bus gekozen. Hoewel de mannen hier nogal macho zijn, maken ze van hun watjes-fietsprestatie blijkbaar geen probleem. En dat terwijl de laatste 30 km zeer goed te doen waren, er zat zelfs 10 km vlakke weg in. In Nochixtlan kon ik andermaal geen restaurant met tuin vinden. Ik nam er mijn toevlucht tot een hotel economico (lees: een verbouwde paardenstal).

 

16/11/2004   Nochixtlan – Oaxaca

82 km – 4u16min – gem. 19.2 km/u

Het toevluchtsoord van gisterenavond bleek andermaal een misstap te zijn. Toen ik door de muffe lucht in ademnood geraakte, stak ik het licht aan en ging voor het eerst tijdens deze trip op zoek naar mijn astma-puffers. Onderweg stootte ik op een mega-kakkerlak van ruim 10 cm groot, om het veiligheidsgevoel wat te verhogen, zette ik mijn binnentent op en ging verder een onrustige nacht tegemoet. Ik had vandaag terug 2 mogelijkheden, mijn Footprint raadde me de tolweg aan en dat leek mij, na de stevige voorbije dagen, ook de beste oplossing. Alleen moest ik daarvoor een nogal duidelijk fietsverbod-bord negeren, maar ik besloot het erop te wagen. De weg was een cuata-autopista waardig, afgevlakte hellingen en een ruime pechstrook. Het eerste uur was goed voor 24 km, dat was al een tijdje geleden. Een halfuurtje later kwam de eerste politiewagen voorbij, daar ze gewoon doorreden, nam ik aan dat ze mijn aanwezigheid hier geen probleem vonden. Ook aan het tolhuis verliep alles vlekkeloos, deze keer hoefde ik zelfs geen sluipweg te gebruiken, ik kon gewoon doorfietsen. Wat de exacte afstand tot Oaxaca was, was vrij onduidelijk. Mijn Footprint had het over 103 km, mijn wegenkaart over 90 km en het infobord langs de weg over 68 km. Uiteindelijk bereikte ik het centrum na 80 km fietsen, de wegenkaart kwam dus het dichtst in de buurt. De buitensteden van Oaxaca zijn zoals alle andere in Mexico: vervuilde lucht en chaotisch verkeer, gelukkig went zo ongeveer alles. Eenmaal in het centrum ging ik op zoek naar een slaapplaats – keuze genoeg hier, Oaxaca telt zomaar eventjes 160 hotels. Ik was het gesukkel in omgebouwde paardenstallen wat beu en liet me leiden door de zin: “Brand new, friendly and clean with garden”. Het Paulina Youth Hostel lijkt me buitengewoon geschikt voor een verblijf van 3 nachten.

 

17/11/2004   Oaxaca – rustdag

Mijn eerste indruk van Oaxaca viel gisteren een beetje tegen. Maar misschien was ik gisteren gewoon te moe en moest ik Oaxaca vandaag opnieuw een eerlijke kans geven. Enkele dagen geleden had ik het nog over het beperkte aantal bedelaars in Mexico, wel ik heb de indruk dat ze zich hier allemaal hebben gevestigd. Helaas is de enorme hoeveelheid aan toeristen hiervan wellicht de grootste oorzaak. Ik besloot de tips uit mijn gids te volgen en begaf me naar de Santo Domingo. Toen ik de kathedraal bezichtigd had, was ik voornamelijk geschokt door zoveel dure schoonheid. Een portaal vol bedelaars en dan binnenin zowat de hele kathedraal met goud bezet. Proper werk, dat wel, maar als ik zulke dingen zie, vraag ik me steeds af waarom zo’n rijke organisatie de dag van vandaag nog steeds van heel wat landen subsidies ontvangt. Na het nuttigen van een comida corrida, de plaatselijke dagschotel (meestal spotgoedkoop, zo rond de 25 pesos, maar niet altijd even voedzaam en lekker), bracht ik een bezoek aan het Centro Cultural Santo Domingo. In dit schitterende museum, het wordt het Louvre van Oaxaca genoemd, kreeg ik de geschiedenis van Oaxaca te zien van de pre-hispanic times tot het heden. Mijn Footprint vertelde me dat ik er minstens 4 uur moest spenderen maar zolang hield ik het nu ook weer niet vol. De rest van de dag bracht ik al kuierend door op de plaza’s. Iedere stad die zichzelf respecteert, bezit er minstens 2: de Zocalo en de Alameda. Op deze plaza’s heerst er altijd een gezellige drukte. Het is ook de uitgelezen plaats voor de plaatselijke bevolking om hun grieven te spuien, er is altijd wel ergens een betoging of stil protest of er hangen minstens wat spandoeken.

 

18/11/2004   Oaxaca – rustdag

Vorige nacht terug bijzonder goed geslapen, de bedden in het Paulina Youth Hostel blijken perfect, net zoals alle andere faciliteiten hier. Deze plaats is misschien zelfs te perfect, te clean om nog Mexico te zijn. Zo zag ik dat het personeel hier gisteren een opleiding kreeg over de ISO 9000-norm, als dat maar goed komt. Vandaag stond een bezoek aan de historische site van Monte Alban op het programma. Deze ligt op een heuvel van 400 m zo’n 10 km hier vandaan, of maw eveneens een ideale gelegenheid om de fietsspieren ‘ns los te gooien. Ik had duidelijk meer energie dan bij mijn bezoek aan de tempels van Teotihuacan, want na het fietstochtje was ik nog in staat om alle mogelijke trappen op te klimmen. De stad, daterend van zo’n 200 voor Christus, had, in tegenstelling tot die van Teotihuacan, eerder een politieke dan een religieuze bestaansreden. Ongelofelijk dat mensen toen in staat waren om op zo’n onherbergzame plaats een dergelijke stad te bouwen. Het aanschouwen van een graftombe met het skelet van een jonge vrouw bracht me nogal abrupt terug in het heden. Ik kon het vandaag plots ook niet langer hebben om al die bedelaars zomaar te negeren. In de bakkerij kocht ik voor enkelen wat croissants en chocoladekoeken, niet dat ik hiermee een probleem heb opgelost natuurlijk. Het gebaar bleek uiteindelijk zelfs niet voldoende om mijn geweten te sussen.

 

19/11/2004   Oaxaca – El Cameron

131 km – 6u38 – gem. 19.7 km/u

Deze morgen eerst nog ‘ns een stevig ontbijt genuttigd in de hostel en daarna op weg, de volgende halte/rustplaats op mijn trip wordt San Cristobal de las Casas, zo’n 600 km hiervandaan. Het verlaten van Oaxaca ging gepaard met de gebruikelijke uitlaatgassen maar na een half uur smogtrappen kwam ik dan toch terug in de gezonde natuur terecht. Het eerste dorp op mijn weg was El Tule, daar hadden ze als attractie de grootste boom ter wereld. De highway 190 ging daarna over een vlak parcours verder tot in Mitla, het was goed om ‘ns enkele uren de grote molen rond te draaien. Op de eerste helling van de dag kreeg ik plots een fietser in zicht. Ik had vroeger ook al zulke waanvoorstellingen gehad, dus wachtte ik rustig af tot ik iets dichterbij kwam. Toen ik het uiteindelijk allemaal iets scherper kon zien, bleek het wel degelijk een fietser te zijn, meer zelfs het was een fietser met een trailer. Toen ik na nog 15 min doortrappen mijn doel te pakken kreeg, bleek de fietser een behoorlijk aantal zaken met mij gemeenschappelijk te hebben. Om te beginnen, was hij op weg naar Argentinië, hij was eveneens einde juni van start gegaan en tot hiertoe had hij zo ongeveer dezelfde route als ik gevolgd. Het grootste verschil: Niklaus was vanuit Anchorage (Alaska) vertrokken en had in dezelfde tijd zo’n 5000km meer gefietst dan ik. Het betrof maw een stevig fietsend exemplaar, afkomstig uit Zwitserland. De rest van de dag werd er nog wat geklommen en gedaald maar vooral veel gekletst over dingen die we onderweg hadden gezien en/of meegemaakt. Als ik in staat ben om hem te volgen, ziet het ernaar uit dan ik een bijzonder fijne compagnon heb voor de komende dagen, weken of maanden. Rond 17u fietsten we El Cameron binnen, we vonden er niet onmiddellijk een geschikte slaapplaats en na het inslaan van wat voedsel reden we nog wat verder. Een dirt-road leidde ons uiteindelijk naar een goed gelegen wildkampeerplaats.

 

20/11/2004   El Cameron – Juchitan de Zaragoza

141 km – 7u13min – gem. 19.6 km/u

Vandaag fietsten we verder richting kust. Onze slaapplaats bevond zich op 600 m en onze bestemming op zo’n 200 m, dat zag er al bij al niet zo slecht uit, dachten we. Maar het blijft fietsen in Mexico natuurlijk, ze hebben altijd nog wel ergens 1 sierra op overschot. Zo ook vandaag, na één uur fietsen waren we exact 10 km verder en bevonden we ons op 1650 m hoogte. Daarna volgde een afdaling waarna we het volgende uur terug naar 1600 m konden stijgen. In Jalapa del Marques nuttigde ik een kippetje en enkele pannenkoeken als dessert. Daarna volgde dan uiteindelijk toch de afdaling naar Istmus of Tehuantepec. Op deze plaats is Mexico nog slechts 250 km breed, het is de geografische scheiding tussen Noord- en Centraal-Amerika. Door die specifieke ligging en de geringe hoogte zijn de voornaamste kenmerken van Istmus: een hoge vochtigheidsgraad, tropische temperaturen en een bijzonder tochtgat. Dat van die vochtigheidsgraad was snel duidelijk, het zweet druppelde niet langer over mijn gezicht, het stroomde. Wat de wind betrof, hadden we geluk vandaag, hij blies in ons voordeel. De laatste 26 km legden we in 1 uur af, niet slecht op een bepakte mountainbike. De totale afstand van vandaag was 141 km, gisteren bedroeg deze 130 km. Het grote verschil tussen Niklaus en mij is niet de snelheid waarmee we fietsen maar wel het aantal uren dat er gefietst wordt. Ik fietste tot ik moe begon te worden, hij fietst tot het zo ongeveer donker wordt. Indien ik mijn lijf aangepast krijg aan de extra fietsuren, wordt Tierra del Fuego misschien toch een optie, afwachten maar.

 

21/11/2004   Juchitan de Zaragoza – San Pedro Tapanatepec

116 km – 6u01min – gem. 19.3 km/u

Deze morgen konden we kennismaken met de stevige wind van de Istmo Tehuantepec. Op zo’n moment is het bijzonder fijn om met 2 fietsers onderweg te zijn, we losten elkaar af alsof we al jaren voor hetzelfde team reden. Na 30 km maakte de carretera een bocht naar rechts en werd de wind plots onze bondgenoot. We bleven echter bijzonder stevig doorpeddelen. Toen we na een goede 2u fietsen een pauze inlasten, stelde ik voor om het tempo toch iets te laten zakken, Niklaus bleek dit gelukkig een goed voorstel te vinden. Na 80 vlakke kilometers bereikten we Zanatepec, “Bij Mary” leek ons een geschikte plaats voor het middagmaal. De kip op Oaxacaanse wijze smaakte voortreffelijk. Na de middag was de resterende fietsopdracht beperkt. Het was een goed uur fietsen tot in San Pedro, alwaar we voor de verandering nog ‘ns wat voedsel en water insloegen. Daarna begon de zoektocht naar een geschikte kampeerplaats, dit verliep vandaag echter niet zo vlot. Hier in Oaxaca beschikken ze blijkbaar niet over bijster veel zijwegen. Rond 17u30 begon de tijd te dringen, gelukkig passeerden we plots een privé-terrein. De eigenaar gaf niet thuis, we besloten de honden te negeren, openden het hek en zetten onze tenten op, een beetje spanning mag wel.

 

22/11/2004   San Pedro – Ocozocoautla

116 km – 6u48 – gem. 16.8 km/u

Deze morgen werd ik rond 6u gewekt door een vriendelijke boer met de vraag wat we precies op zijn land deden, kamperen vond hij een aannemelijke uitleg. De eerste kilometers van de dag waren terug in stijgende lijn, een mens wordt het zowaar gewoon. Na een goede 10 kilometer reden we Chiapas binnen, dit is de laatste Mexicaanse staat op mijn route. Dat het ook één van de armste staten van Mexico is, werd vrij snel duidelijk. De kartonnen huizen, die ik sinds Baja California niet meer had gezien, kwamen terug te voorschijn. De strijd die Comandante Marcus hier met zijn Zapatisten in de jaren ’90 voerde, heeft op het terrein ogenschijnlijk weinig opgeleverd. De regering maakt ondertussen wel werk van de beloofde landhervormingen maar dat neemt nogal wat tijd in beslag, met als gevolg dat de situatie hier op bepaalde plaatsen nog steeds gespannen is. De weg werd uiteindelijk, in tegenstelling tot wat een plaatselijke inwoner ons toevertrouwde, zacht glooiend. Na een goede 4u fietsen bereikten we Cintalapa, tijd voor een middagmaal. Vandaag stond er spinazie op het menu, nu maar hopen dat ik zo sterk word als Popeye Meirhaege. Na de middag was het tijd voor nog een col van 2e categorie, de punten voor de bergprijs gingen naar Niklaus. Daarna namen we een geaccidenteerde dirt-road om een waterval te bezichtigen, vooraleer we deze te zien kregen, moesten we eerst zo’n 500 trappen afdalen. Uiteindelijk bleek de waterval nogal povertjes te zijn, veel moeite voor weinig resultaat dus. We fietsten nog 15 kilometer in de avondzon en zochten een hotel in Ocozocautla. Dit bleek vrij gecompliceerd te zijn, we werden van hot naar her gestuurd alvorens we het enige hotel van de stad bereikten. Toen we later op de avond nog ‘ns het centrum ingingen om wat voedsel in te slaan, werden we als aliens bekeken. Iedereen, van jong tot oud, staarde ons ongegeneerd minutenlang aan. Wellicht zien ze hier niet meer dan 2 (wieler)toeristen op een jaar.

 

23/11/2004   Ocozocoutla – Media de la Nada

67 km – 4u14 – gem. 15.6 km/u

Vandaag stond een bezoek aan de Sumidero canyon op het programma. Via de buitenring van Tuxtla, de hoofdstad van Chiapas, fietsten we door een smogrijke omgeving – het moet niet altijd gezond zijn – naar Chiapa de Corzo. Na een goede 2 u fietsen waren we klaar voor de boottocht door de canyon. Op sommige plaatsen is de canyon meer dan 1000 meter diep, best spectaculair maar ik zou er nu ook niet speciaal voor naar Mexico reizen. Op de weg terug, de canyon is 35 km lang, toonde de gids ons enkele bijzondere exemplaren uit de dierenwereld. De eerste 2 kokodrillen leken echter meer dood dan levend, ik hou het op opgezette specimen maar helemaal zeker ben ik niet. Een kleurrijke leguaan en een kolonie pelikanen bleken wel bijzonder levendig te zijn. Na de lunch, deze keer koos ik voor bescheiden quesotaco’s con pollo, besloten we nog wat klimkilometers te fietsen, zo wordt de opdracht voor morgen iets eenvoudiger. Chiapa de Corzo bevindt zich op 450 m, San Cristobal de las Casas, de aankomst voor de etappe van morgen, op 2100 m. Na anderhalf uur fietsen waren we op 1100 m, na het aanschouwen van een sfeervolle zonsondergang gingen we op zoek naar een plaats om onze tent op te zetten. Deze vonden we andermaal op een privé-terrein, ondanks het feit dat er licht brandde, bleek er niemand thuis te zijn. Omdat het ondertussen bijna 6 u was – rond die tijd is het hier momenteel pikdonker – hadden we niet veel alternatieven. We openden het hek en namen bezit van een mooie plaats in de tuin onder de bomen. Night of the vampires Toen het daglicht verdwenen was, kwamen er plots honderden vleermuizen te voorschijn. De vruchten in de bomen waren blijkbaar lekkernijen voor hen. Eerst vonden we het nog sympathiek maar toen er her en der uitwerpselen neerkwamen, was het toch heel wat minder. Ik weet niet wat 1 vleermuis aan fecaliën produceert maar de hoeveelheid van honderden is in elk geval indrukwekkend. Echt hygiënisch en gezond kon het allemaal niet zijn, ik besloot uiteindelijk om mijn tent te verplaatsen en zo het opkuiswerk te beperken.

 

24/11/2004   Media de la Nada – San Cristobal de las Casas

50 km – 4u – gem. 12,5 km/u Bij het eerste licht, zo rond 6u30, begon ik het buitenzeil van mijn tent te reinigen. Het was echt een zootje, ik had de indruk dat mijn nuchtere maag het ontbijt meer apprecieerde dan het opkuiswerk. Een uur later waren we klaar voor nieuwe klimkilometers. Het percentage was niet overdreven, het aantal kilometers wel. Na een uur fietsen waren we 10 kilometer verder en 500m hoger, na 2 uur exact het dubbele. Naar goede Mexicaanse gewoonte klommen we natuurlijk iets hoger dan onze eindbestemming. Het voordeel is dan wel dat je de fietsdag met een afdaling kan afsluiten. In San Cristobal de las Casas vonden we vrij snel een mooie en goedkope posada. Na een verkwikkende douche waren we klaar voor een busrit, de bus bracht ons in 5 u naar Palenque, zo’n 250 km verder. Morgen staat er een bezoek aan de ruïnes op het programma.

 

25/11/2004   Palenque – rustdag

De organisatie van onze daguitstap verliep vlekkeloos. Hier in Palenque zijn er ongelofelijk veel “reisbureaus” die trips naar de ruïnes, Misol-Ho en Agua Azul organiseren. Met het weer hadden we deze keer iets minder geluk. ’s Morgens regende het nogal heftig in het junglegebied en dat zou in de loop van de dag nog enkele keren worden herhaald. Maar met 2 regendagen op een totaal van 60 dagen in Mexico hoor je mij niet klagen. De ruïnes van Palenque zijn natuurlijk een klassieker. De Maya-stad middenin de jungle, die vooral om strategische doeleinden werd gebouwd, bereikte zijn hoogtepunt tussen 600 en 800 voor Christus. De vele toeristen maakten het me soms lastig bij het fotograferen van de diverse tempels maar ik veronderstel dat ik bij anderen even vaak door het beeld liep. Naast de toeristen was ook het dierenrijk bijzonder actief, we hoorden de apen brullen maar niemand liet zich zien. Na de middag werden we naar de waterval van Misol-Ho gebracht. Deze was best spectaculair maar bij watervallen krijg ik langzamerhand het gevoel dat het steeds meer van hetzelfde is. Daarna stond nog een bezoek aan Agua Azul op het programma, inderdaad terug een variatie op het thema waterval. Bovendien was door de regen van de voorbije uren het azuurblauwe water veranderd in een bruine smurrie, het was meer Agua Morena. De geplande frisse duik werd ingewisseld voor tortas de pollo in het plaatselijke restaurant. De terugweg was nog een avontuurlijke onderneming. Omdat we geen zin hadden om eerst 60 km terug te rijden naar Palenque om van daaruit dan over dezelfde weg in een toeristenbus naar San Cristobal terug te reizen, besloten we onze plan te trekken met het beschikbare openbaar vervoer. Eerst werden we al liftend door een pick-up enkele km’s verder gebracht. Daarna reden we 100 km over bergwegen met een open colectivo mee en voor de resterende 60 km namen we, kostendelend met 2 Mexicanen, een taxi tot in San Cristobal. De taxi werd beschermd door 3 beeltenissen van Juffrouw Guadeloupe en dat was, rekening houdend met het rijgedrag van de chauffeur, niet overdreven veel.

 

26/11/2004   San Cristobal de las Casas – rustdag

De dag werd gestart met een uitgebreid ontbijtbuffet. Daarna de gebruikelijke zaken voor een rustdag: de was, een internet-update en enkele uren extra slaap meepikken. In de loop van de namiddag slenterde ik nog wat door San Cristobal, volgens mij is het een bijzonder gezellige stad, een aanrader voor elk Mexico-bezoek.

 

27/11/2004   San Cristobal de las Casas – Lagunas de Montebello

140 km – 7u20min – gem. 19.1 km/u

Ons verblijf in Posada Jovel zit er op, dit was met voorsprong het gezelligste en properste hotel waar ik tijdens mijn reis in Mexico verbleef. De laatste activiteit was er het ontbijtbuffet, mijn maag is de laatste 24 uren echter maar matig enthousiast dus beperkte ik me tot wat yoghurt en enkele pannenkoeken. Het was deze morgen mistig en op 2100 m levert dat geen bijzonder hoge temperaturen op. Omdat de weg hoofdzakelijk dalend zou zijn, besloot ik een lange broek aan te trekken. Na een uur fietsen bleek de inschatting toch verkeerd te zijn, de voornaamste oorzaak hiervan was een stijgende weg ipv een dalende. Na 4 u fietsen stonden we toch 90 km verder. In Comiton zochten en vonden we een restaurant voor de lunch. De patron vond dat ons bezoek een streepje muziek verdiende en draaide de volumeknop naar een pijnlijk hoog niveau. Het is ongelofelijk hoeveel lawaai die Mexicanen kunnen verdragen. Na de middag namen we een alternatieve route naar de Lagunas de Montebello. De eerste 30 km waren nog geasfalteerd, de resterende 20 km was een dirt-road die me aan de Lembeekse bossen deed denken op een zonnige namiddag. In het afgelegen El Triunfo konden we nog vaststellen dat inteelt ook op Mexicaanse bodem geen goede zaak is. De Lagunas van Montebello liggen in een nationaal park maar hier in Mexico stelt dat niet zoveel voor. We waren pas 5 km in het park toen we een enorme vuilnisbelt langs de kant van de weg passeerden. Uiteindelijk bereikten we net voor zonsondergang een eerste laguna, Laguna Bosque Azul. De omweg van 80 km die we voor dit bezoek maakten, bleek een peulschil tov de aanwezige natuurpracht.

 

28/11/2004   Lagunas de Montebello – Ciudad Cuauhtomoc

103 km – 4u32min – gem. 22.7 km/u

Deze morgen werd ik gewekt door de regen, voor mijn moral betekent dit doorgaans weinig goeds. Gelukkig is Niklaus ook een goed-weer-fietser, daarenboven had hij door een combinatie van een defecte tentrits en honderden mosquitos de voorbije nacht geen oog dicht gedaan. Het vertrek werd enkele uren uitgesteld. Om 10u hadden we onze regentenue aangetrokken en waren we klaar voor de laatste dag op Mexicaanse bodem. De multi-colour meren van de Lagunas de Montebello zagen er bij dit weer nogal grijs uit, we spendeerden er dan ook niet veel tijd meer en fietsten richting grens. Het fietsen verliep vrij vlot en na een uur was ook de zon terug van de partij. Een lekke band van Niklaus zorgde nog voor wat oponthoud. Sinds we samen fietsen, is het toch al zijn 4e exemplaar. Mijn Marathon XR’s daarentegen geven geen kik, mochten deze nu nog ‘ns wat beter bollen dan werd ik er een absolute fan van. De resterende kilometers verliepen hoofdzakelijk in dalende lijn. We passeerden, hopelijk de laatste, topes en nog een laatste helling voordat we Ciudad Cuauhtomoc bereikten. Net tegenover de douane was het hotel Camino Real gelegen, volgens mijn Footprint ‘extremely clean’ maar ik denk dat dit een grapje van de auteur was. Niettemin besloten we er de nacht te spenderen.

Mijn paard van Troje

De afgelopen 5 maanden kon ik er iedere dag op rekenen, slechts een enkele keer waren er wat mankementen. Een klein onderhoud iedere 2000 km is ruim voldoende en op het vlak van voeding hoef ik enkel wat druppels olie te voorzien. Omdat ik ook de komende maanden nog graag van zijn diensten gebruik zou maken, heb ik deze avond mijn paard getaped. De hoogglanzende laklaag werd verborgen onder een mat bruine plastiek-laag, hopend dat dit voldoende is om eventuele belagers te misleiden.