• prints_10x15_39
  • prints_10x15_3
  • prints_10x15_4
  • prints_10x15_5
  • prints_10x15_7
  • prints_10x15_8
  • prints_10x15_12
  • prints_10x15_22
  • prints_10x15_23
  • prints_10x15_25
  • prints_10x15_28
  • prints_10x15_31
  • prints_10x15_34

Paris Brest Paris 2007 – de neerslag

 

Etappe 1: Saint-Quentin-en-Yvelines – Mortagne-au-Perche, 140km

Luid aangemoedigd door enthousiaste Parisiens vertrekken we om 21u tandemgewijs voor onze aller-retour naar Brest in een bont allegaartje van rijtuigen gaande van triplettes, tricycles, ligfietsen, pistefietsen tot vehikels uit het begin van de vorige eeuw. In ons fluojasje en regenvestje (ja, beste lezer, het miezert een beetje) zijn we er helemaal klaar voor.
De eerste vijftien kilometers worden we uitgewuifd door de plaatselijke bevolking die deze vierjaarlijkse fietsonderneming wel kan smaken. Door de diversiteit aan voertuigen in onze groep is het vrij nerveus fietsen. Na een uurtje komen we in een verwarrende situatie met tegenliggers terecht. Vrij snel blijkt dat niet zij, maar wel wij fout bezig zijn. De typische menselijke kuddementaliteit heeft ervoor gezorgd dat we en groupe een afslag hebben gemist, met als direct gevolg 20 extra kilometers op de teller. Wanneer we vijf kilometer verder daarenboven nog eens lek rijden is de rust in het hoofd zoek. We leggen de eerste etappe in het donker verder vrij onwennig af en bereiken behoorlijk over onze toeren na 140km om 4u des nachts de eerste bevoorradingsplaats in Mortagne. Hoog tijd voor een worstenbroodje.

Etappe 2: Mortagne-au-Perche – Villaines-la-Juhel, 81,5km

Het regent stront met haakskes en de volgende etappe wordt pas na drie valse starten ingezet. In een WK ben je dan al lang gediskwalificeerd en dat vinden we op dat moment helemaal niet erg. De moral is ver zoek.
Gelukkig ontmoeten we in de wachtzaal enkele Belgische randonneurs. Ze laten zich duidelijk minder snel uit het lood slaan door de spreekwoordelijke oude wijven waardoor het vanzelfsprekend wordt verder te fietsen. Dankzij de nachtelijke tactische bespreking komen we tot het inzicht dat we van controle tot controle moeten fietsen zonder te kijken naar de totale afstand.
We duiken opnieuw de vochtige nacht in. Als het water echt uit onze schoenen zeikt zorgt Flip Kowlier voor enig soelaas:
Kom moa bin en zet u nere vint
Ge zit ol hjil de nacht ip tsjool
Ti niet te doen in da slecht were vint
Ge kunt oljinne mor verdwoln

Aan de lange nacht blijkt uiteindelijk toch een einde te komen. De dag ziet er veelbelovend grijs uit. Een verse croissant bij de bakker zorgt voor een knapperig ochtendgevoel waarna we in Villaines onze eerste officiële stempel ophalen.

Etappe 3: Villaines-la-Juhel – Fougères, 88km

In etappe 3 scholen we ons om tot echte randonneurs. Het snellere tempo en de bijhorende vele stops worden ingeruild voor een meer gematigd voortbewegen dat we lange tijd kunnen aanhouden. De cadans van een tandem blijkt niettemin niet helemaal gelijk te lopen met die van de racefietsen. Dalen gaat snel, klimmen verloopt stukken moeizamer.
In Fougères nuttigen we met ons tweetjes drie lasagnes en onze eerste cola’s. De prijzen zijn bijzonder democratisch.

Etappe 4: Fougeres – Tinténiac, 54km

De volgende 54 km denken wij in minder dan twee uur te kunnen afhandelen, maar onze rekenmachine is duidelijk nog niet afgestemd op de Bretoense omgeving. Het parcours heeft duidelijk meer weg van Luik-Bastenaken-Luik dan Gent-Wevelgem en helaas bleek eerder op het seizoen net die laatste onze specialiteit per tandem te zijn. Voor de volledigheid: beste lezer, de hemelsluizen staan nog steeds open.

Etappe 5: Tinténiac – Loudéac, 85km

De laatste etappe van het etmaal. In kleine pelotonnetjes verplaatst de meute zich verder richting Brest. Het wordt donker, het druppelt zachtjes. Als 10km voor Loudéac de vrienden van Duinkerke weer op kop komen besluiten we voor de aanval te kiezen. Ze zullen ons geen twee keer liggen hebben (zie verslag voorbereiding PBP).
Na het ophalen van de obligatoire stempel trekken we opnieuw de nacht in en de heuvel op naar onze chambre d’hôtes. Zeven extra kilometers, daar gaan we op een dagtotaal van 475km ook niet moeilijk over doen. Een warme douche en dito bed lonken.

Etappe 6: Loudéac – Carhaix, 75km

Na een uitgebreid ontbijt bevinden we ons om 4u45 terug op het officiële parcours. Er staan 330km op de dagplanning; na de monsterrit van gisteren zullen we dit varkentje wel eens snel en efficiënt wassen.
Op de eerste helling wordt de voorderailleur wat getuned. Zo kunnen we voortaan ook gebruik maken van ons binnenblad, een klein gebaar dat onze knieën ten zeerste weten te appreciëren.
Na 35km wordt op een geheime controle de eerste slaapaanval met een stevige geut koffie tenietgedaan. Bij het krieken van de dag is het zowaar droog. Vrolijk keuvelend in internationaal gezelschap bereiken we de volgende controlepost.

Etappe 7: Carhaix – Brest, 88,5km

Vanaf Carhaix is het terug gezellig toeven in het gezelschap van de Belgische randonneurs. Het weer wordt zowaar nog enthousiaster, bijgevolg spelen we mouw- en beenstukken een eerste keer uit. Dit zal later een uniek manoeuvre blijken te zijn. Op een aflopend stuk nemen we het peloton nog eens op sleeptouw. Helaas krijgen we vrij snel een nieuwe slepende helling gepresenteerd: 10km aan 4%, meer moet dat niet zijn voor een tandem en zijn berijders.
Nadat we het hoogste punt van Bretagne overwonnen hebben, gaat het in sneltreinvaart richting Brest. We traverseren een fotogenieke brug en bereiken het keerpunt van onze trip: 613km gereden, 613km te gaan, het wordt zowaar overzichtelijk. Tijdens de controle blijkt dat het vooropgestelde tijdschema wederom te ambitieus is opgesteld. Maar niet getreurd, de zon is nog steeds van de partij.

Etappe 8: Brest – Carhaix, 85km

Met een volle maag en hernieuwde energie vertrekken we oostwaarts. Samen met ons is ook de wind gedraaid, nog steeds 4/5 op kop, een mooi gebaar van pacha mama. Het kan ons echter niet deren, we vestigden met 79km/u een nieuw snelheidsrecord.
In het pittoreske Sizun nuttigen we, op aanraden van een collega-tandem, een kilootje pannenkoeken. Wij luisteren vol bewondering naar hun plannen om de rest van de tocht in één vlotte beweging (lees: zonder slapen) af te handelen. We hebben ze daarna op elke controle teruggezien! PBP en ambitieuze plannen, een moeilijke combinatie.
Waar we in de voormiddag als heenrijder nog gekruist worden door terugkomers, zijn de rollen ondertussen omgedraaid. Een opkikker voor de moral.
De tandem heeft er ondertussen 650 feilloze kilometers op zitten. Hoog tijd voor een technisch euvel: een geblokkeerde ketting tussen het kleinste en het middenste tandwiel. Enkele gesmoorde vloeken en een paar vuile handen verder kunnen we terug op weg.
Net voor Carhaix kruisen we de rode lantaarn, dat hij van Japan komt mag geen toeval zijn.

Etappe 9: Carhaix – Loudéac, 75km

De avondetappe. Het vooropgestelde tijdschema wordt nog maar eens serieus bijgesteld: geen 15 maar uiteindelijk 20 uur zullen nodig zijn om de 330km af te werken. Tine pinkt er zowaar een traantje bij weg.
Nadat het licht gedoofd wordt, peddelen we rustig verder. Als echte randonneurs lassen we om 23u nog een pauze in, we drinken een kom soep en eten een hot dog, ons aangeboden door alweer een sympathiek stel vrijwilligers. Na de maaltijd vinden ze het hierboven hoog tijd om de kraan nog eens helemaal open te draaien. Doorweekt bereiken we om 1u30 Loudéac, één van de dorpen die we nooit bij daglicht hebben gezien.
De eerste kennismaking met de dortoirs bevalt maar matig: een ijskoude loods met 300 veldbedden en natte dekens. Ook een knisperend reddingsdekentje brengt geen soelaas. Tine pinkt er zowaar nog een traantje bij weg en Wim overweegt op dat ogenblik zelfs om zijn extra verkregen verlofdagen terug in te ruilen voor gewone werkdagen.

Etappe 10: Loudéac – Tinténiac, 85km

To quit is not an option: om 3u gaat Wim op zoek naar een douche. Lauw water en wat servetten om zich af te drogen, de dag is goed begonnen. Als troost doen we onszelf twee paar witte adidaskousen cadeau en verorberen we om 4u ‘ns morgens worst met puree, gelukkig in een verwarmde refter. 4u30, opnieuw vertrekkensklaar. Voor de volledigheid: beste lezer, de emmers worden nog steeds uit de hemel gegooid.
Na anderhalf uur worden we getrakteerd op vers daglicht en een geheime controle. Wim neemt er voor de eerste keer een power nap, 15 minuten in dromenland. Uitgeslapen en opgewekt stapt hij terug op de fiets.

Etappe 11: Tinténiac – Fougères, 54km

De lucht is weer dreigend grijs en het thuisfront wordt ingeschakeld om erger te voorkomen. Het supportteam is bereid tot offers en we ontvangen volgend hoopgevend bericht: ik hak nog een handje af bij de groten om jullie te dienen. En hup!

In Foug?res is het andermaal tijd voor een warme maaltijd. IJverige bomma?s berekenen in het restaurant de prijzen op ambachtelijke wijze.

Etappe 12: Fougères – Villaines-la-Juhel 88,5km

Het smukt zachtjes, we fietsen verder. Tijd voor een blik op de mederandonneur! Over rijtuigen durven de meningen nog al eens te verschillen, maar over twee zaken lijkt iedereen het eens te zijn: een Brooks-zadel en Assos-broek zijn onontbeerlijk om vervozing van de onderdelen die de man in zijn man-zijn bepalen, tegen te gaan.
Voorts dringt een tweede power nap zich op. Dit keer doet de graskant diens als matras.

Etappe 13: Villaines-la-Juhel – Mortagne-au-Perche, 81,5km

Na een gesmaakte spaghetti in een dynamische controlepost (elk oponthoud betekent immers minder slaap) zetten we koers richting Mortagne en een laatste slaapplaats. De wegen richting Parijs worden in het donker opgeschrikt door honderden fluovestjes, voor- en achterlichtjes. Hier geen loos gebabbel meer, maar een stil gevecht met de eigen gedachten.

Etape 14: Mortagne-au-Perche – Dreux, 74km

Behoorlijk leeg bereiken we Mortagne. De benen worden moe, we stinken als de pest, de moral is top. Gelukkig geen vriestemperaturen in het dortoir, maar na 2u kunnen we nog niet echt van een uitgeslapen gevoel spreken. Soit, nog 140km, de Van Petegem classic hebben we een tiental keer als training afgewerkt.
Wim moet de laatste etappe helmloos afleggen. Een foute wissel, het gebeurt in de beste kraamklinieken. Onderweg zien we ze meer en meer, alle schaamte voorbij, de mannen, de mannen op zoek in hun broek. Waar zit hij, hoe voelt hij en vooral, komt hij nog terug?

Een laatste croissant in de bakker, een laatste koffie in een bar tabac, we zijn zowaar afscheid aan het nemen. O ja, en nog een laatste power nap. Ook bushokjes blijken zeer geschikt.

Etape 15: Dreux – Saint-Quentin-en-Yvelines, 66km

Om 13u03 bereiken we de finish, 1288km in 88u, we hebben een cola gewonnen! Ook op deze laatste etappe worden we onderweg nog luid aangemoedigd door enthousiaste toeschouwers. De PBP-traditie leeft!

PBP 2011?

No! No! No!
Absolutely no way ever!
Don’t even think it!
No!
I’m not doing it!

Hmmmmmm…..
Met dank aan Maurice, Luc, Etienne en Micheline en de andere Belgische randonneurs.