• DSC03088
  • DSC03089
  • DSC03093
  • DSC03098
  • DSC03164
  • DSC03187
  • DSC03247
  • DSC03249
  • DSC03251
  • DSC03273
  • DSC03283
  • DSC03382
  • DSC03386
  • DSC03394
  • DSC03409
  • DSC03415
  • DSC03425
  • DSC03433
  • DSC03451
  • DSC03463
  • DSC03533
  • DSC03559
  • DSC03588
  • DSC03668
  • DSC02869
  • DSC02876
  • DSC02884
  • DSC02886
  • DSC02893
  • DSC02918
  • DSC02920
  • DSC02932_IMG_2873
  • DSC02953
  • DSC02954
  • DSC02961
  • DSC02966_IMG_2897
  • DSC02966_IMG_2900
  • DSC02969
  • DSC02973
  • DSC02981
  • DSC02985
  • DSC02985_IMG_2926
  • DSC02992
  • DSC03001
  • DSC03004
  • DSC03014
  • DSC03021
  • DSC03030
  • DSC03036
  • DSC03041
  • DSC03042
  • DSC03058
  • DSC03069

Peru

 

17/01/2005   Cancas – Talara

110 km – 5u14 – gem. 21 km/u

Deze morgen werd al snel duidelijk dat de kustlijn in Peru niet overal even vlak is. Niet dat we in ademnood kwamen, maar er moest toch geklommen worden. Rond 11u kwam ook de wind stevig opzetten. Het is niet slecht om op zo’n moment met 2 fietsers onderweg te zijn, al zit de trailer van Niklaus soms behoorlijk in de weg. Er was vandaag ook plaats voor enige feestelijkheden, op kilometer 15000 werden de drinkbussen nog ‘ns bijgevuld. Enkele plaatselijke inwoners boden ons nog een eigen brouwsel aan, maar ik hield rekening met mijn Europese maag en weigerde beleefd. Het is opvallend hoe warm (en niet alleen letterlijk) we hier terug worden onthaald. Enthousiast gezwaai, omhoog gestoken duimen, claxonneren, een praatje maken, … ‘wereldfietsers’ zijn hier een graag gezien volkje. De vele kilometers van de voorbije dagen leverden me ook nog een stel vuile handen op, het was nl. alweer tijd voor een kettingwissel. Voor de fietstechneuten: beide Rolff-kettingen en de Sram tandwielen zien er na 15000 km nog zo goed als nieuw uit, enkel het Shimano LX ‘middenblad’ vooraan begint duidelijke tekenen van verval te vertonen.

 

18/01/2005   Talara – Media de la Nada

174 km – 8u17 – gem. 20.9 km/u

Deze morgen verlieten we Talara, olie is de enige bestaansreden van deze woestijnstad. Alle water wordt via 40 kilometer pijplijnen uit de Rio Chira gehaald. Al snel bleek dat de wind terug van de partij was. We beukten ons getweeën een weg naar Sullana. Na een maaltijd – de plaatselijke keuken kon me nog niet overtuigen – fietsten we onder een stevig brandende middagzon verder naar de oasestad Piura. In Piura nuttigden we andermaal een warme maaltijd. Twee restaurantbezoeken in 40 kilometer, ik denk dat dit een nieuw record moet zijn. De genuttigde koolhydraten moesten ons samen met 10 liter water de Desierto de Sechura helpen overbruggen. Vandaag namen we 40 kilometer voor onze rekening. morgen volgen de resterende 165 kilometer. Bij de eerste woestijnkilometers na Piura werden we er nog maar ‘ns op gewezen dat Peru een land van vele arme mensen is. Het doorsnee Vlaamse duivenkot biedt meer comfort dan deze krotten die de inwoners tegen de woestijnwind zouden moeten beschermen. In mijn Footprint werd onze route doorheen de woestijn afgeraden wegens niet veilig genoeg. Ook enkele lokale mensen gesticuleerden diefstal-bewegingen net voordat we de eigenlijke woestijn inreden. Daardoor gingen we na 2 uur fietsen omzichtig te werk bij het zoeken van een geschikte wildkampeerplaats. Dwz we zorgden ervoor dat niemand ons de woestijn zag induiken, helaas verloren we in onze haast de stekelige woestijnplanten uit het oog. Bij Niklaus was dit goed voor 4 lekke banden, ik was bedeeld met 1 exemplaar. Op deze manier was de avondactiviteit snel geregeld.

 

19/01/2005   Media de la Nada – Lamboyeque

164 km – 8u51min – gem. 18.5 km/u

Nadat Niklaus deze morgen eerst nog een lek repareerde (de meeste binnenbanden waren in het bezit van 2 of meer lekken) waren we klaar voor meer zon en zand in de Desierto de Sechura. Het waren echter niet deze natuurelementen die onoverkomelijk bleken te zijn, het was opnieuw de wind die ons parten speelde. 165 kilometer wind op kop. Geen windvlagen of -stoten zoals ik ze van de Vlaanders ken, maar een constante blinde muur waar we ons doorheen probeerden te knokken, voor iedere meter moest er gestampt worden. Na enkele uren waren we dan ook door onze beste krachten heen, gelukkig hadden we afwisselend ons dip-moment. Een Frans koppel dat met de wagen onderweg was van de Verenigde Staten naar Ushuaia was een welgekomen onderbreking tijdens het harde labeur. Om beurten hadden we blijkbaar gedacht dat ons doel voor vandaag onhaalbaar was, maar uiteindelijk bereikten we net voor de duisternis Lamboyeque. We waren 12 uur onderweg geweest en hadden net geen 9 uur op de fiets gezeten. Deze rit was zonder twijfel één van de lastigste etappes van mijn trip, nog nooit had een bus of pick-up er zo verleidelijk uitgezien als vandaag.

 

20/01/2005   Lambyeque – Guadeloupe

95 km – 5u – gen. 19.5 km/u

Deze morgen voelden de benen nog vermoeid na de inspanning van gisteren maar dit was duidelijk niet bij iedereen het geval, Niklaus blijkt zijn benen ogenschijnlijk nooit te voelen. Het eerste uur kregen we het gezelschap van een Peruaanse rennertje. Hij bleek niet al te snugger te zijn – zo bleef hij beweren dat we noordwaarts aan het fietsen waren – maar dat kan natuurlijk geen beletsel zijn om een groot renner te worden. Na Morsefu kwamen we in een nieuwe woestijnzone (incl. wind) terecht, gelukkig was de afstand deze keer beperkt tot zo’n 30 kilometer. Midden in de woestijn had de plaatselijke Ivago een vuilnisbelt georganiseerd. Dit leverde enkele leuke foto’s van smeulende bergen op, maar toen ik merkte dat er ook mensen op deze vuilnisbelt woonden, vond ik de ‘geschoten plaatjes’ eerder ongepast. Kort na de middag kruiste Helmut uit Germany ons pad, een wereldfietser op weg naar het Noorden. Veel woorden zal ik er niet aan vuil maken, hij bleek vooral vol van zichzelf te zijn. Hij stelde niet één vraag over onze tocht. In Chepan waren we van plan om halt te houden, deze stad leek ons echter te chaotisch om een rustige avond door te brengen en dus beslisten we om verder te fietsen tot Guadeloupe. In het geharrewar te Chepan had iemand de koersbroek van Niklaus weten de stelen. Neen, niet deze rond zijn lenden maar het exemplaar dat op zijn trailer lag te drogen.

 

21/01/2005   Guadeloupe – rust/hersteldag

Dat het kan verkeren wist Bredero al. De benen van Niklaus mogen dan wel supersterk zijn, zijn maag is dat sinds enkele dagen niet meer. Guadeloupe is zeker niet de meest gezellige stad maar Niklaus’ spijsverteringsstelsel dwong ons om hier een rust/hersteldag in te lassen. Om te fietsen moet je nu eenmaal over voldoende krachten beschikken. In de loop van de dag zette mijn maag nog een solidariteitsactie op touw. Blijkbaar zijn we de Peruaanse keuken nog niet gewoon. Nochtans zou dat met (eenzijdige) maaltijden van rijst, bonen en kip niet echt een probleem mogen zijn.

 

 

22/01/2005   Guadeloupe – Trujillo

141 km – 7u33min – gem. 18.7 km/u

Vandaag stond er nog een dag fietsen langs de Peruaanse woestijnkust op de planning. Dit landschap biedt weinig variatie en het begint me na 5 dagen van monotoon fietsen dan ook stilaan te vervelen , verlangend kijk ik uit naar de Andes cols. In de woestijn kruiste een Japans tandem-koppel ons pad. Het bleken bijzonder vriendelijke mensen met een goed humeur, nuttige tips en een luisterend oor. ’s Avonds bleek ook nog ‘ns dat ze superbescheiden waren, in het gastenboek van de Casa de ciclista lazen we dat ze sinds ’97 op pad waren, ze hadden 75 landen doorkruist, goed voor een totale afstand van zo’n 80000 kilometer. In Paijan bleek ook de plaatselijke bevolking zeer geïnteresseerd  in onze onderneming. Natuurlijk kenden ze België, enerzijds van het voetbal – ze kenden meer spelers van Brugge en Anderlecht dan ik, maar dat is niet zo moeilijk – en anderzijds van FN, blijkbaar schiet de politie alhier met Belgisch tuig. Naarmate we ons doel naderden bleek nog maar ‘ns dat we beter rekening houden met een foutenmarge op de kaartkilometers. Vandaag hadden we terug 20 kilometer meer afgelegd dan voorgeschreven. In Trujillo vonden we een onderkomen in een Casa de ciclista. Luchio en zijn familie stellen hun huis (gratis) ter beschikking voor alle wereldfietsers onderweg naar Noord of Zuid, ik ben er fietser nr. 620 op de lijst.

 

23/01/2005   Trujillo – rustdag in de casa de ciclista van Luchio

Deze morgen brachten we een bezoek aan Chan Chan. Deze stad was aardig om zien, maar voor een cultureel wow-effect zal ik wellicht tot Machu Pichu moeten wachten. Voor de rest spendeerde ik het grootste deel van mijn tijd in de sofa van de Casa de ciclista. De diverse gastenboeken zijn een waar plezier om te doorbladeren. Een groot aantal van de wereldfietsers die ik tijdens mijn ‘reisvoorbereiding’ via hun website leerde kennen, zijn hier blijkbaar ook gepasseerd: iris en tore op reis, gringo trip, back in the world, dick en els, luc soetaert, marco en chantal. Het was een blij weerzien. Hoe spectaculair mijn avontuur voor sommigen ook mag klinken, ik ben dus niet de eerste die er voor een jaar met de fiets op uittrekt. De afgelopen 20 jaar passeerden in de Casa de ciclista van Luchio zelfs 15 landgenoten, de meesten onderweg van Noord- naar Zuid-Amerika of andersom. Eén van Luchio’s gasten bleek niet over een fiets te beschikken, een Fransman legde de afstand van Alaska naar Ushuaia in 18 maanden al lopend af. Verder bleek de vrouw van Luchio een postre-specialiste te zijn. Haar torta de chocolate was een ware lekkernij. In de voormiddag had ik me bij een straatventer voor 10 centaves laten wegen. 78 kg voor 1m97, die 4 stukken taart zullen wel niet echt een probleem vormen, denk ik.

 

24/01/2005   Trujillo – Media de la Nada

129 km – 6u40min – gem. 19.3 km/u

Vandaag kregen we nog een woestijnstrook voorgeschoteld, het was het laatste obstakel op onze weg vooraleer we de Andes indoken. De voorbije dagen was ik zo onrustig als een tiener voor een schoolreis, die Andes-cols konden niet snel genoeg komen. Na 90 kilometer was het dan eindelijk zover. Iets na Chao sloegen we linksaf een private dirt-road in, het losse zand werd voor vast gesteente gewisseld. Meer zelfs, de natuur had het gesteente van alle mogelijke tinten tussen rood en bruin voorzien. We kregen er een ongelofelijke hoeveelheid natuurschoon te zien. Naast de natuur bleek ook de dirt-road van schitterende kwaliteit te zijn. Na 30 kilometer genieten beslisten we onze tenten op te slaan. Dicht bij de natuur, meer hoeft dat soms niet te zijn. Enkel midge-achtige vliegjes kwamen de rust nog enigzins verstoren.

 

25/01/2005   Media de la Nada – Huallanca

85 km – 7u22min – gem. 11.5 km/u

Vandaag fietsten we verder langs de Rio Santa, deze had door de jaren heen een schitterende vallei uitgeslepen. Na zo’n 20 kilometer waren we aan het einde van de private weg, niet dat dit veel verandering met zich meebracht. Ook op de openbare weg zouden we vandaag van gemotoriseerd verkeer weinig last hebben. In de loop van de dag passeerden we enkele ‘slapende dorpen’ zoals Chuquicara en Yuramarca, fietsers worden ook hier bijzonder enthousiast onthaald. Voor de rest was er van moderne beschaving weinig te merken. Met alweer een aanbod van vele kilometers natuurschoon vormde dit natuurlijk geen enkel probleem. In de loop van de middag kruiste nog een Schot ons pad, hij bleek een fijn mens op stap met een gedateerde Land Rover. Hij was zijn wereldreis 3 jaar terug in Belgiëbegonnen. Via Europa, Azie, Noord- en Midden-Amerika was hij nu in Peru beland. Toen we hem vroegen hoe Colombia geweest was vertelde hij doodleuk dat hij er 2 maanden vergeefs naar guerilla’s had gezocht. In Huallanca vonden we een onderkomen in een ‘bescheiden’ pensionnetje. Voor 7 soles de man kregen we er bed aangeboden, momenteel is het echter nog bang afwachten of we voor dit bedrag ook enig water ter onzer beschikking krijgen.

 

26/01/2005   Huallanca – Huaraz

112 km – 7u17min – gem. 15.4 km/u

Vandaag volgden we verder de Rio Santa. Na een pittige ochtendklim kwamen we in de Cacon del Pato terecht. De canyon was best spectaculair maar naast de hoge granieten muren is er in een canyon natuurlijk niet zoveel te zien. De dirt-road liep doorheen een 40-tal tunnels, de ene was al ‘angstaanjagender’ dan de andere. Het blijkt geen eenvoudige klus te zijn om in het donker op een rechte lijn te fietsen wanneer je in de verte enkel een kleine cirkel ziet. Iets voor Sucre werd de vallei terug breder, de dirt-road werd er voor asfalt ingeruild. We kregen nu ook geregeld een glimp van de Cordillera Blanca te zien. Dit met eeuwige sneeuw bedekte bergmassief huisvestigt enkele van Peru’s hoogste toppen, oa. de Alpamayo en de Huarscaran. In Caraz nuttigden we nog maar ‘ns een bord spaghetti. Na de middag restten er ons nog 70 klimmende kilometers tot in Huaraz. Op asfalt verloopt dit iets vlotter dan op dirt-road en ook het stijgingspercentage was eerder bescheiden. Enkel een fikse regenbui zorgde nog voor enige verwarring.

 

27/01/2005   Huaraz – Carpa

70 km – 5u33min – gem 12.4 km/u

Deze morgen waren we wat aan de late kant, de spannende halve finale tussen Federer en Safin in the Australian Open zorgde voor enig oponthoud. Huaraz is de uitvalbasis voor klimmers en hikers in de Cordillera Blanco, daardoor is het aanbod aan toeristische accommodatie iets groter dan in de gemiddelde Peruaanse stad. We hadden gisteren dan ook van de gelegenheid gebruik gemaakt om een luxueus hotel – inclusief televisie – te boeken, kostprijs 100 soles voor een kamer ofte zo’n 15$ de man. De weg verliep vanaf Huaraz nog steeds in stijgende lijn, mijn benen konden dit gegeven maar matig appreciëren. Het ontbrak me aan ‘jus’ vandaag. Na zo’n 40 kilometer trappen, iets voorbij Cortac, namen we een dirt-road die ons in een 3-tal dagen tot in Huanuco zou moeten brengen. Het landschap was andermaal schitterend, ze beschikken hier in Peru blijkbaar over een voldoende groot en gevarieerd aanbod. Helaas bleven we vandaag ook niet van regen gespaard, de dirt-road werd daardoor een pak zwaarder. In Carpa waren we tot op een hoogte van 4130 meter geklommen, het movingsouth-hoogterecord vraagt dezer dagen een regelmatige update. We fietsten nog een uurtje verder en sloegen dan middenin een groots berglandschap onze tenten op. Warm zal het hier deze nacht, op zo’n 4300 meter hoogte, wellicht niet zijn.

 

28/01/2005   Carpa – Pachas

96 km – 7u17min – gem. 13.1 km/u

De voorbije nacht was een wakkere nacht, niet de koude speelde me parten maar wel de hoogte. De 4300 meter bracht een stevige koppijn met zich mee. Dit in combinatie met een rusteloos hoofd, herinneringen weet je wel, zorgden deze morgen voor een stevig slaaptekort. Niettemin wachtte vandaag een heuse fietsopdracht. Daar het ochtendritueel bij mij – ook bij vriestemperaturen – iets vlotter verloopt dan bij Niklaus, kon ik met 10 minuten voorsprong aan de klim van de dag beginnen. Door de actuele quiz-vraag kan ik helaas niet in detail treden. maar laten we het op een klim tot ongeveer Mont Blanc hoogte houden. De klim begon alvast veelbelovend. Neen, de benen waren niet super maar het landschap was dit wel. Iedere nieuwe bocht was goed voor een ander uitzicht over de vallei. De toeristische dienst van Peru had hier en daar ook een spectaculaire gletsjer voorzien. Helaas begon na enkele uren klimmen de hoogte steeds meer haar tol te eisen, in 3 dagen van zeeniveau naar meer dan 4700 meter is misschien toch net iets te snel. De benen voelden compleet futloos, een overschakeling van kracht- naar souplessefietsen zorgde voor een wel heel luidruchtige ademhaling. Het was dan ook nog enkele uren hard zwoegen alvorens de col te bereiken maar één blik in de nieuwe vallei was voldoende om alle hard labeur te doen vergeten. Het zien van mijn eerste alpaca’s was eveneens goed voor de moral. Na de klim hadden we recht op zo’n 60 kilometer afdalen, hoofdzakelijk volgden we de loop van een rustige rivier waardoor we tijdens de afdaling voldoende de tijd kregen om rondom ons te kijken. 7 kilometer voor de finish stuurden ze ons nog een helling naar boven. Niklaus trok nog ‘ns alle registers open terwijl ik er maar net in slaagde Pachas te bereiken voor het losbarsten van een hevige regenbui. Pachas is een arm Peruaans bergdorp, zo hebben we er de voorbije dagen helaas wel meer gezien. De huizen zijn er van een zeer bedenkelijke kwaliteit en daarin moeten de mensen hier op 3400 meter zien te overleven. In het enige ‘restaurant’ van het dorp konden ze ons enkel een waterachtige bouillon serveren en als drank was er alleen ‘koffie’ te krijgen, frisdranken zijn hier een luxe-product.

 

29/01/2005   Pachas – Huanuco

124 km – 8u18min – gem. 14.9 km/u

Tegen de morgen was natuurlijk heel het dorp op de hoogte van de aanwezigheid van 2 gringos. Toen we Pachas uitfietsten stond iedereen ons dan ook aan te staren. De meesten begroetten ons met een ‘buenos dias’ maar voor sommigen was het contrast tussen onze wereld en die van hen toch net iets te sterk, zij riepen ons woorden als plata (geld) en ricos na. Vandaag stond nog een volledige dag dirt-road op het programma. De kwaliteit ervan durft soms nogal te verschillen, gaande van een stofferige zandbak tot een wegdek overvloedig bezaaid met keien. Onderweg passeerden we terug verscheidene afgelegen bergdorpen. Het was opvallend hoe verlegen vele mensen waren, sommige kinderen waren zelfs ronduit bang en vluchtten een helling op of af. In Huancapallac bereikten we met 3900 meter het hoogste punt van de dag. Vanaf hier konden we over een afstand van 59 kilometer (volgens de kaart 30) ruim 2000 meter afdalen. De voornaamste obstakels tijdens de afdaling waren enkele wel zeer hardnekkige honden en een dorp vol dronkelappen. Net voor Huanuco werden we nog even door de politie tegengehouden maar ik had de indruk dat deze vooral op zoek waren naar een avontuurlijk verhaal om later in het politiekantoor aan de collega’s te kunnen vertellen.

 

30/01/2005   Huanuco – rustdag

De fiets bleef aan de kant vandaag. Twee jaar terug stierf Sophie. Wel of niet fietsen zal aan deze harde realiteit niets veranderen, toch opteerde ik vandaag voor een dag zonder ‘afleiding’.

 

31/01/2005   Huanuco – Cerro de Pasco

122 km – 8u04min – gem. 15.1 km/u

Voor vandaag stonden er terug behoorlijk wat stijgingsmeters op het programma, 2436 om exact te zijn. De weerswaarnemingen beloofden echter weinig goeds, het zag er nogal Belgisch druilerig uit. Na 3 dagen van dirt-road liep het asfalt bijzonder lekker en in tegenstelling tot wat ik vooraf op diverse websites had gelezen valt het stijgingspercentage hier in de Peruaanse Andes bijzonder goed mee, de triple wordt (zelfs op dirt-road) weinig bovengehaald. Net voor San Rafael reed ik me, tot groot jolijt van de plaatselijke bevolking, vast in een modderbad. Had ik de verkeersborden en wegblokkering niet genegeerd dan was ik van 30 minuten kuiswerk gespaard gebleven. Door het aangenaam stijgingspercentage op een geasfalteerde weg zonder veel verkeer was er vandaag ruim de tijd voor een koffiekrans. Diverse thema’s werden aangesneden, maar het thema ‘de koers en haar coureurs’ vormde andermaal de hoofdbrok. Sinds enkele dagen zijn we ook in de achtervolging op een virtuele fietser. Het zou een klein mannelijk exemplaar betreffen op een fiets uitgerust met fietstassen. Een kleine week geleden werd voor het eerst melding gemaakt van zijn bestaan, hij lag dan één dag voor op ons. Enkele dagen later was zijn voorsprong geslonken tot 2 uur maar we kregen hem helaas niet te pakken. Na onze rustdag dachten we terug terrein te hadden verspeeld, maar volgens diverse bronnen fietste hij vandaag 30 tot 45 minuten voor ons uit. Helaas, ook nu zouden we hem niet te zien krijgen. Naast mannelijk en klein is het volgens ons ook een bijzonder sterk exemplaar. In Cerro de Pasco vonden we een onderkomen in Hospedaje ‘Santa Rosa’, zoals het een heilige past, was alles piekfijn in orde. Cerro de Pasco is – althans volgens zijn inwoners – met zijn 4330 meter de hoogstgelegen stad ter wereld. Volgens vele bezoekers is het echter ook een bijzonder lelijke stad, al vind ik zelf dat het nog wel meevalt, alleen zouden ze de verwarming hier iets hoger mogen zetten.

 

1/02/2005     Cerro de Pasco – La Oroya

135 km – 5u26min – gem. 24.9 km/u

Santa Rosa had 4 dekens voorzien en dit bleek geen overbodige luxe voor een overnachting op 4300 meter hoogte. Ondanks haar goede zorgen voelden de benen deze morgen toch wat vermoeid aan. Gelukkig stond er vandaag een zo goed als vlakke etappe op het programma. We fietsten zowat de hele dag op de hooggelegen vlakte van Junin. Gelegen op zo’n 4250 meter en met een lengte van zo’n 100 kilometer zou het één van de grootste high-altitude plains ter wereld zijn, op deze hoogte veranderen koeien in lama’s. Meestal voorzien ze hier ook behoorlijk wat wind maar wij hadden blijkbaar geluk. Het was eveneens op de vlakte van Junin dat de Spanjaarden in 1824 door de Peruanen werden verslagen, een veldslag alhier zal wel geen kattenpis geweest zijn. Wat we in de loop van de middag in onze nek kregen was ook geen kattenpis maar een hagelbui. Het was een koude en pijnlijke ervaring. Dankzij onze hoge gemiddelde snelheid waren we om 15u al op onze bestemming. La Oroya bleek een weinig frisse en zeer vervuilde stad te zijn. In enkele mastodont fabrieken worden hier zowat alle ertsen uit de omgeving gesmolten, of maw een ideaal kuuroord voor astmapatiënten. De opbrengst van deze bijzonder ongezonde, vervuilende industrie gaat voor 95% procent naar Amerika en Canada, de resterende 5% wordt door de Wereldbank aangeslagen om de intresten op de schulden van Peru af te betalen.

 

2/02/2005     La Oroya – Huancayo

128 km – 4u59min- gem. 25.6 km/u

Deze morgen werd ik om 5u gewekt door het getoeter van taxi’s. Dit getoeter is een ware pest in de Peruaanse steden, ipv dat een klant de taxi wenkt, poogt de taxichauffeur hier dmv enerverend luidruchtig getoeter de klant te wenken. Dit haalt natuurlijk niets uit maar helaas, ze volharden. Op fietsgebied stond alweer een licht lopende etappe gepland en dat terwijl we ons nog steeds in de Andes bevinden. Maak jullie geen zorgen, vanaf morgen fietsen we terug op dirt-road over cols van meer dan 4000 meter. Niklaus had andermaal maag- en stoelgangproblemen, deze dwongen hem op zeer regelmatige basis tot een sanitaire stop. Een Europese maag kan blijkbaar toch niet zo eenvoudig worden omgebouwd tot een Midden- of Zuid-Amerikaanse versie. Niettemin waagde ik me vandaag aan een inheemse culinaire specialiteit: cuy picante ofte pikante cavia. Ik denk niet dat het even verslavend is als de americain van de Kokodril te Gent maar het was zeker niet slecht. Voor de geïnteresseerd en, het betrof een bruin-witte cavia, volgende keer probeer ik een zwart exemplaar. Jos Verwaest – een fietsende Vlaming, al vele maanden onderweg in Zuid-Amerika – had me getipt om in Huancayo in de Casa de la Abuela te overnachten. Het bleek een bijzonder nuttige tip (waarvoor dank Jos) want we vonden er inderdaad handige fietsinfo voor onze verdere route naar Cusco, inclusief een veelbelovend hoogteprofiel.

 

3/02/2005     Huancayo – Quichuas

113 km – 6u19min – gem. 17.8 km/u

Volgens de wegbeschrijving die we in de Casa de la Abuela hadden gevonden was het over met de lichtlopende asfalt, vanaf nu kon er terug over dirt-road gepeddeld worden. Maar de wegbeschrijving dateert van anno ’98 en sindsdien heeft men ook in Peru niet stilgezeten. De 70 kilometer dirt-road tot Izcuchaca werd vervangen door een gloednieuwe asfaltlaag, we kregen maw nog even respijt. In Izcuchaca was het alweer lunchtijd, het aanbod was terug vrij beperkt: pollo met rijst. Het aantal kippen en kilo’s rijst die ik de voorbije maand heb binnengespeeld zijn ondertussen niet meer bij te houden. De Peruaanse keuken kent niet zoveel variatie, ik denk dat het voornaamste ingrediënt hier ‘goedkoop’ is. Na de middag fietsten we verder – alsof we enige keuze hadden – door de vruchtbare en mooie Mantara vallei, het wegdek was ondertussen wel degelijk in dirt-road veranderd. In de Mantara-vallei wordt intensief aan akkerbouw gedaan, maar net zoals in de rest van de Peruaanse Andes is ook veeteelt hier vrij populair. De voorbije dagen konden we meerdere keren tussen een boer op stap met zijn volledige veestapel laveren. Een gemiddelde veestapel bestaat hier uit 3 ezels, 4 koeien, 8 schapen en 2 geiten. In Quichuas zat onze fietsdag er al weer op. We vonden er een onderkomen in het enige hostal van het dorp. De aangeboden accommodatie was net als de prijs eerder minimaal te noemen.

 

4/02/2005     Quichuas – Mayoc

86 km – 5u58min – gem. 14.3km/u

De voorbije nacht speelde de maag van Niklaus terug op, zijn spijsverteringsorgaan vraagt dezer dagen serieus wat aandacht. Een slaaptekort en slappe benen (om van de stoelgang nog maar te zwijgen) waren voor hem geen rustdag-argumenten en dus werd er ook vandaag terug gefietst. Tijdens de voormiddag dwaalden mijn gedachten af naar de begrafenisvoorbereidingen van twee jaar terug. Ik fietste in een nogal sombere stemming voorop, terwijl Niklaus – enkele honderden meters achterop – zijn vermoeide lichaam tot enige actie poogde aan te zetten. Voeg daar nog wat regendruppels aan toe en de sfeer was compleet. Vakantie, een mens wordt er niet altijd vrolijk van. Tijdens de lunch in Anco wisten de twee verlegen tienerdochters van de restaurantuitbaatster ons wat op te monteren. Het zou me niet verwonderen mochten ze deze nacht over een witte prins op een aluminiumen paard dromen. Ook de zonnestralen hadden een positieve uitwerking op de moral, na de middag kon ik terug genieten van de schitterende Mantara-vallei. Naast putten en stenen hadden ze onderweg ook enkele rivierdoorsteken voorzien. Eén keer bleek het water te diep om al fietsend de overkant te halen en zat er niets anders op dan blootvoets het koude water te trotseren. In Mayocc bleek het hostal-aanbod terug bijzonder mager te zijn. We beslisten nog enkele kilometers verder te fietsen en een wildkampeerplek te zoeken. Deze vonden we middenin de cactussen, de fiets vertransporteerden we deze keer iets omzichtiger dan in de Desierto de Sechura.

 

5/02/2005     Mayocc – Ayacucho

79 km – 5u27min – gem. 14.6 km/u

Deze morgen kon ik nog even genieten van onze mooie, rustige kampeerplek. Een schitterend zicht op bergen vol cactussen en nu en dan een overvliegende zwerm papagaaien, niet slecht als randactiviteit bij een ontbijt. Na 30 kilometer wel heel slechte dirt-road bereikten we Huanta. Niklaus hoopte dat een extra ontbijt hem ook dito krachten zouden opleveren maar dat bleek in de loop van de middag helaas tevergeefs te zijn. Bij het uitfietsen van Huanta bleek dat ik, ondanks de goede zorgen, toch een lekke band aan onze cactus-kampeerplaats overhield. Geen erg, denk je dan. Ware het niet dat mijn TopPeak mini-pomp terug dienst weigerde en Niklaus, samen met zijn pomp, ondertussen zo’n 5 minuten fietsen verder was. Pompfabrikanten zouden zich er bewust moeten van zijn dat hun tool dient om je uit de nood te helpen. Schroefdraad in plastiek, hoe komen ze erbij? Suggesties ivm een echt degelijke mini-pomp kunnen steeds discreet en vrijblijvend gemeld worden. Gelukkig was er een benzinestation in de buurt en kon ik daar mijn achterband van de nodige lucht voorzien, na 25 minuten gesukkel kon ik uiteindelijk de achtervolging inzetten. Goede benen en een gezonde dosis pomp-frustratie zorgden ervoor dat ik na 25 kilometer klimmen en 10 kilometer dalen de leidende (lijdende?) Niklaus terug te pakken had. Er restten ons nog 10 klimkilometers tot in Ayacucho. Alaaf, alaaf, alaaf, in Ayacucho bleek het vandaag carnaval te zijn. Een belangrijke activiteit in deze context is het werpen van waterballonnen. Gringo’s blijken hiervoor een geliefkoosd doelwit te zijn, gelukkig scheen de zon en steeg de temperatuur vandaag tot zo’n 30 graden.

 

Fietstechniek, het middenblad

Tijdens een nieuwe kettingwissel bleek mijn middenblad plots wel heel veel slijtage te vertonen. Het miste 2 tanden en de rest zag er niet bepaald veelbelovend uit. Vervangen leek me de enige oplossing en ik had geluk, in de tweede ‘fietsenwinkel’ die ik bezocht vond ik een nieuw passend Shimano middenblad (type onbekend). Alleen bleek niemand in Ayacucho over een voldoende grote imbussleutel te beschikken om mijn crank er af te nemen. Geen nood, ik verwijderde het buitenblad en draaide het binnenblad los waardoor ik de nodige ruimte kreeg om met enig trek- en duwwerk het middenblad te verwijderen, wederom iets bijgeleerd vandaag. Na een korte testrit bleek de 8000-kilometer oude Rohlof-ketting zich voorbeeldig te gedragen op het nieuwe middenblad, nu maar hopen dat hij dit ook doet bij een echte praktijk-test.

 

6/02/2005     Ayacucho – rustdag

De buikregio blijft Niklaus parten spelen. Na 5 dagen van losse stoelgang voelt hij zich nogal slapjes. Omdat we ons de komende dagen terug naar de Middle of Nowhere zullen verplaatsen lijkt een voorafgaand dokterbezoek geen slecht idee, voor een doe-vakantie als de onze moet je nu eenmaal over al je krachten kunnen beschikken. Ayacucho is best een gezellige stad. De koloniale plaza is hier minstens zo mooi als deze in Oaxaca of San Cristobal te Mexico. Naast de plaza hebben de Spanjaarden hier ook 33 kerken nagelaten. Volgens mijn gids zitten er enkele bijzondere exemplaren tussen maar ik weet ondertussen sinds mijn bezoek aan de Santa Domingo in Oaxaca dat kerken vol bladgoud bij mij enkel ergernis opwekken.

 

Geluk

Enkele dagen terug ontving ik een mail met een fragment van Vera Hoorens over ‘geluk’. De mail was verstuurd naar aanleiding van het ‘geluksboekje’ dat deze maand bij uitgeverij Van Halewijck verschijnt. Omdat ik hier over ruim voldoende denktijd beschik heb ik de afgelopen dagen een poging gedaan om uit te zoeken wat het woord ‘geluk’ voor mij (tegenwoordig) betekent. Voor de liefhebbers, bijgevoegd mijn hersenspinsels. Afgelopen maand was er een reactie op de website waarin stond dat velen slechts kunnen dromen over een dergelijke (fiets)reis. Ergens impliceert dit dat ik ‘geluk’ heb dat ik deze reis kan maken. Tot op zekere hoogte klopt dit ook: ik beschik over voldoende (net genoeg) financiële middelen, over voldoende fysieke krachten, … Maar ik ben natuurlijk lang niet de enige die over deze mogelijkheden beschikt en toch maakt niet iedereen die dat ook wil zo’n reis. Heb ik het ‘geluk’ dan afgedwongen, heb ik ernaar gestreefd? Neen, niet echt. Het was eerder het noodlot (een dosis bad luck) dat ervoor zorgde dat ik deze trip nu maak. In het West-Vlaams hebben ze het over ‘sjanse’. Meestal wordt dit woord echter gebruikt om aan te geven dat iemand aan ‘ongeluk’ is ontsnapt. Het huis in ontploft, maar ‘sjanse’, er was niemand thuis. Misschien is ‘geluk’ wel meer dan het niet hebben van ‘ongeluk’. Toen Niklaus’ stuur zowat een maand geleden aan het uiteinde afbrak, zei ik dat hij ‘geluk’ had dat het niet in het midden was doorgebroken. Hij snapte totaal niet hoe ik kon zeggen dat hij geluk had met een gebroken stuur. Is ‘gelukkig’ het gevoel dat bij ‘geluk’ thuishoort? Volgens mij niet, de mensen die hier in de Peruaanse bergen in bouwvallige krotten leven kan je bezwaarlijk gelukzakken noemen en toch zijn ze volgens mij niet ongelukkig. Zouden de mensen in armere landen minder gelukkig zijn dan in rijke? Je hebt natuurlijk een noodzakelijk minimum maar eenmaal de primaire behoeften zijn vervuld (en dan heb ik het niet over centrale verwarming) denk ik dat rijk of arm weinig invloed heeft op al dan niet ‘gelukkig’ zijn. Geld maakt niet gelukkig, zou er dan toch iets van aan zijn? Na Sophies dood hebben diverse woorden voor mij een volledig andere betekenis gekregen, ‘geluk’ is daar oa één van. ‘Geluk’ kan nooit meer zo onbezorgd zijn als vroeger. Het ‘geluk’ uit het verleden valt helaas ook niet vast te houden, het was een momentopname. De vrijheid die ik hier momenteel op reis ervaar is voor mij een zekere vorm van ‘geluk’. Daarnaast heb je de steeds verbazende natuur, de ‘onmogelijke’ fietsopdracht, het intens beleven van iedere dag, … Dit zijn momenteel de bepalende factoren in mijn geluk van het heden.

 

7/02/2005     Ayacucho – Orcos

117 km – 8u53min – gem. 13.1 km/u

Het dokterbezoek van Niklaus is geen maat voor niets geweest. Twee pillen bleken voldoende om de toestand in zijn buikregio volledig te normaliseren. Daarenboven hadden de pillen ook een positieve uitwerking op zijn moral, mannen en ‘ziek zijn’ het blijft een moeilijke combinatie. Gelukkig beseffen de meesten onder ons dit zelf ook. Vandaag kregen we terug een behoorlijk pak dirt-road klimkilometers voorgeschoteld. Wanneer de conditie top is, is dat een bijzonder fijne opdracht. Na enkele kilometers klimmen werden we door een Belgische non op visite uitgenodigd. Helaas hadden we een strak tijdschema, de koffie zal voor een volgende keer zijn. Over een afstand van zo’n 60 kilometer stegen we van 2700 tot 4400 meter. De Peruanen hadden alweer een zeer geleidelijk klimmende weg aangelegd, vriendelijke mensen zijn dat hier. De natuur was terug behoorlijk spectaculair. Geen gletsers deze keer enkel aarde, gras en stenen, maar dat was wat mij betreft ruim voldoende. Het weer was eveneens een meevaller, in de bergen rondom ons donderde en bliksemde het vrij intensief maar wij konden zo goed als de volledige dag in de zon fietsen, ondertussen genietend van de dreigende wolkenformaties. Op het einde van de rit bleek Orcos 15 kilometer verder te liggen dan op de kaart werd aangegeven. Om 18u begonnen we aan een tijdrit tegen de zon(sondergang). In de buurt van Zion National Park had ik zo’n opdracht ooit succesvol afgewerkt en ook vandaag lukte het ons. Een pittige dirt-road downhill bracht ons in 45 minuten 15 kilometer verder en 1300 meter lager. We bereikten Orcos in het schemerduister, 5 minuten later deden ze het licht helemaal uit.

 

8/02/2005     Orcos – Uripa

70 km – 5u33min – gem. 12.5 km/u

Vandaag zetten we onze afdaling van gisteren nog even verder. In tegenstelling tot gisterenavond pakten we het deze keer iets rustiger aan, kwestie van lijf en fiets heelhuids beneden te krijgen. Toen mijn ketting door een bruusk manoeuver plots in de knoop raakte leek het even fout te lopen maar met de nodige kalmte en een paar kleine technische ingrepen werd de situatie snel terug rechtgezet. Onderweg passeerden we enkele afgelegen bergdorpen, gringo’s werden er met een glimlach verwelkomd. Toen we uiteindelijk de brug over de rio Pampas bereikten, bevonden we ons ruim 2400 meter lager dan het vertrekpunt van gisterenavond. De enige correcte weg vanaf hier was een stijgende weg. De volgende dagen zal dit col-rivier-col scenario nog diverse keren worden herhaald. Buiten de dagelijkse lekke band van Niklaus viel er voor de rest weinig nieuws te rapen. In Uripa vonden we een onderkomen in een goed hostal, dit was lang niet zo vanzelfsprekend in een stad die hoofdzakelijk uit lemen bouwsels is opgetrokken. Warm water was er niet voorhanden, de douche was goed voor een kippenvel-moment.

 

9/02/2005     Uripa – Media de la Nada

80 km – 6u53min – gem. 11.5 km/u

Deze morgen verlieten we onder druilerige weersomstandigheden het dorpje Uripa (mijn betekenis van het woord ‘druilerig’ is na 7 maanden zon misschien wel enigzins vertekend). Na een halfuurtje fietsen kregen we plots het gezelschap van een nest kinderen. Deze waren zo sympathiek om ons de helling op te duwen, gelukkig was de wagen van de koersdirectie niet in de buurt. Na een kwartier was het aantal duwende kinderen in die mate geminderd dat ik voor iedereen een pakje koeken in voorraad had. Enigszins tot onze verbazing bereikten we na 11 kilometer klimmen Abra Soracchocha (4150 m), volgens onze wegbeschrijving hadden we 30 kilometer nodig om tot op deze hoogte te klimmen. Een aangename verrassing maw, dit in tegenstelling tot de regen die ons langs de andere kant van de vallei stond op te wachten. Toen we na een uur afdalen eenmaal vuil genoeg waren kwamen ze met de opklaringen aandraven. En er waren vandaag nog verrassingen voorzien, rond de middag was er één in de vorm van een extra col. Goed voor een uur klimwerk, we zouden het anders nog koud kunnen gekregen hebben. Uiteindelijk konden we toch de afdaling naar Andahuaylas inzetten. Eenmaal in dit dorpje aangekomen wachtte ons een nieuwe verrassing, ze beschikten er over een pizzeria. Na het nuttigen van een familiepizza (per persoon welteverstaan) besloten we nog een uurtje verder te fietsen. Daarvoor dienden we eerst nog wat aankopen te doen. Toen ik terug uit het winkeltje kwam (we hanteren voor veiligheidsredenen een beurtrol-systeem) zag ik Niklaus omringd door minstens 25 geïnteresseerd en, zowaar een nieuw record. Uiteindelijk klommen we nog het vooropgesteld uur de bergen in en vonden we aldaar een geschikte en mooie wildkampeerplaats.

 

10/02/2005   Media de la Nada – Abancay

135 km – 8u53min – gem. 15.1 km/u

Deze morgen hadden ze een mistgordijn opgetrokken, op deze manier kregen we helaas bijzonder weinig van de (pampa)omgeving te zien. Niettemin zetten we onze tocht naar Cusco verder. We klommen tussen geurende gekapte naaldbomen omhoog. Het deed me terugdenken aan een koud novemberweekend in de Ardennen vorig jaar. Ik testte er of ik het wel aandurfde om alleen ‘wild’ te kamperen, het resultaat was – maar dat konden jullie wel raden – positief. De 30 kilometer lange klim naar abra Huayllaccasa (4150m) was door een hardnekkig klevend wegdek bijzonder lastig, we hadden ruim 3 uur nodig om de col te bereiken. Na een korte afdaling was het in Kishuara lunchtijd. We vormden er andermaal de attractie van de dag maar ik was te moe om het gezelschap te entertainen, gelukkig zijn we met op zo’n momenten met 2 op stap. Na de middag klommen we nog ‘ns tot 4000 meter en daarna was het tijd voor 55 kilometer dirt-road downhill. De fiets kreeg het andermaal hard te verduren maar hij doorstond de nieuwe materiaaltest met verve. De headshock voorvering zorgde er oa voor dat ik ook nog schouders had na de afdaling. Een gebroken derailleur-kabel bij Niklaus bezorgde ons nog enig oponthoud (die reservekabel was dus toch geen zo’n slecht idee). Onder andere daardoor was het vandaag voor de zon derde keer goede keer. Wij trokken vandaag aan het kortste eind en bereikten Abancay ruim in het donker.

 

11/02/2005   Abancay – Limatombo

120 km – 7u03min – gem. 16.9 km/u

Vanaf vandaag kon er terug op asfalt worden gefietst. Voor we zover waren gunde ik mijn Cannondale, na 7 dagen dirt-road, eerst nog een poetsbeurt. Ook de banden werden terug op spanning gebracht. De ontbijtzaal van het hotel bleek een uiterst comfortabel fietsatelier te zijn. De eerste kilometer bleek op het einde van de rit de steilste te zijn. Dat nam niet weg dat we ook vandaag nog maar eens naar 4000 meter klommen, dit gevolgd door alweer een afdaling naar één of andere rivier. De voorbije dagen heb ik de tuinarchitect die dat hele rivier-gedoe heeft uitgevonden meerdere keren verwenst. Afdalen op asfalt verloopt gelukkig een stuk vlotter dan diezelfde activiteit op dirt. Het was alweer een tijdje geleden dat ik de kilometerteller nog ‘ns boven de 70 km/u zag stijgen. Na de lunch was de hemel een beetje opgeklaard. Wat zon, wat wolken en voor de rest een blauwe hemel maw een geschikte fotografeeraangelegenheid. Aan deze activiteit kwam echter abrupt een einde toen Niklaus er voor de 3e keer in slaagde in 1 vlotte beweging alle 4 zijn banden plat te zetten, hierbij wel enigzins geholpen door een fanatiek stekelige plant. Het kostte ons ruim anderhalf uur om de situatie terug recht te zetten. Nadien restte ons nog slechts1 ding, zo snel mogelijk de resterende 20 klimmende kilometers afleggen. Net voor het donker – het begint zo stillaan een slechte gewoonte te worden – en voor een hevige regenbui bereikten we Limatombo.

 

12/02/2005   Limatombo – Cusco

78 km- 5u13min – gem. 15.6 km/u

In rechte lijn naar enkele welverdiende rustdagen. Abra Huilque (4100m) was onze laatste hindernis op weg naar Cusco. Ik had het gevoel dat mijn benen dit gegeven maar matig konden appreciëren. De col was weliswaar geasfalteerd maar het stijgingspercentage was duidelijk hoger dan de voorgaande dagen. Na 26 kilometer ofte 2u30 klimmen kon de afdaling naar Cusco worden ingezet. Ik voelde me als duif op weg naar zijn nest op het einde van de Barcelona-vlucht. Na enkele weken van bescheiden bergdorpen is de voormalige hoofdstad van het Inca-rijk een welgekomen verandering. Als westerse toerist vind je hier alles wat je thuis ook hebt: leuke restaurants en café’s, gevulde supermarkten en vriendelijke mensen. Dat we voor het eerst sinds weken terug bedelaars te zien krijgen zal wel de prijs van het toerisme zijn.

 

13/02/2005   Cusco – rust- & cultuurdag

We begonnen de zondag met een uitgebreid ontbijt. In Cusco beschikken ze voor deze activiteit over een ruim aanbod geschikte eetetablissementen. 10 soles (zo’n 3 $) voor een alles-erop-en-eraan ontbijtbuffet, de prijzen vallen in dit toeristisch oord best mee. Na de middag brachten we een bezoek aan de Inka-muren van Saqsaywaman. De stenen passen met een ongelofelijke perfectie in elkaar. Dit was wellicht geen eenvoudige klus rekening houdend met het gewicht van deze massieve granieten blokken (tot 130 ton per stuk). In Saqsaywaman lieten we ons verleiden tot een paardgewijs bezoek aan enkele omliggende Inka-sites (oa. Q’enqo en Tambomachay). Mijn witte hengst gedroeg zich voorbeeldig en dat vereenvoudigde zeer zeker de zaken. We galoppeerden – althans dat gevoel had ik – door alweer schitterende berglandschappen van de ene Inka-bezienswaardigheid naar de andere. Een echt ‘zadel’ was niet in de prijs inbegrepen, volgende keer kan ik maar beter een koersbroek aantrekken.

 

14/02/2005   Cusco – Aguas Calientes – movingsouth cultuurdag

De dag werd gestart met een uitgebreide fietsonderhoudsbeurt. Ketting gewisseld, roterende onderdelen van olie voorzien, versnellingen afgesteld, wielen gerecht, … en vastgesteld dat de as van het achterwiel na 12000 km intensief gebruik toch enige speling vertoont. Gelukkig beschikken ze in Cusco – volgens diverse bronnen – over een voortreffelijke fietsenhersteller. Bij Flamingo tours hebben we ons een 2-daags Machu Picchu arrangement geboekt. De fameuze Inca-trail was helaas geen optie, ieder jaar in februari is het pad wegens onderhoudswerken gesloten (goed excuus, niet?). Een bezoek aan de Inka-stad is tegenwoordig vrij prijzig, 100$ blijkt het minimum te zijn. Ik heb nog even getwijfeld of ik dit bedrag niet beter bij een gezin in de Peruaanse bergen kon achterlaten, ze zouden er ongetwijfeld een half jaar kunnen van verder leven. Onze trip begon met een busreis naar de Inka-site van Ollantaytambo. Na een vleugje cultuur vervolgden we onze weg per trein naar Aguas Calientes. Flamingo tours had er tot onze tevredenheid een ok-hotel voorzien.

 

15/02/2005   Machu Picchu – movingsouth cultuurdag

In het gezelschap van 3 Zwitsers vertrokken we om 5u ’s morgens richting Machu Picchu. Na een uur stevig doorstappen had ik er het eerste ingangsticket van de dag te pakken. We hadden het ‘rijk’ ruim een uur voor ons alleen want de bussende toeristen kwamen pas vanaf 7u aan. De eerste blik op de verlaten stad was overweldigend. Snel wisselende wolkenformaties zorgden voor enkele leuke foto’s. Wellicht door het zien van zoveel overweldigende schoonheid liet ik plots mijn fototoestel uit mijn handen vallen. De kostprijs van mijn bezoek aan Machu Picchu werd daarmee met 400$ verhoogd. Gelukkig wist ik de extra gecreëerde kosten vrij snel te relativeren. Flamingo tours had eveneens voor een rondleiding met gids gezorgd, deze kweet zich bijzonder enthousiast van zijn taak. Na 2 uur aandachtig geluister waren we toch wat wijzer geworden, niettemin is er voor vele dingen tot op de dag vandaag nog geen (sluitende) verklaring gevonden. Na de rondleiding beklommen we nog de Huayna Picchu, vanop deze berg worden de meeste postkaartfoto’s geschoten. Na een half uur klimmen kregen wij helaas alleen een potdicht wolkendek te zien. Eenmaal terug in Aguas Calientas begaf ik me met een gehuurde zwembroek naar de thermale baden. De naar sulfer ruikende baden hadden het gewenste onspannende effect op de beenspieren. Of de hygiënische omstandigheden aan Vlarem-normen voldeden valt te betwijfelen.

 

16/02/2005   Cusco – praktisch geregel

De morgen begon wat chaotisch, in het hotel hadden ze ons vergeten te wekken waardoor we over welgeteld 15 minuten beschikten om onze trein van 5u45 te halen, net zoals in de meeste Amerikaanse films liep dit goed af. Eenmaal terug in Cusco lagen er een behoorlijk aantal praktische zaken op hun afhandeling te wachten. Het achterwiel moest gerepareerd worden, een digitale camera-marktonderzoek moest uitgevoerd worden, een wedstrijdprijs moest aangekocht worden, een postpakket diende verstuurd te worden,… Om 18u waren alle zaken afgewerkt, het digitale camera marktonderzoek had zelfs tot een aankoop geleid. ’s Avonds waren we in Mama Africa afgesproken met Geoff. Ik had Geoff – een Britse ingenieur die zijn job vaarwel zegde – ontmoet op de ferry van La Paz naar Mazathlan, we hadden er samen met een Mexicaan en een Amerikaanse jongedame een fijne overzet van gemaakt. Hij had zo min of meer, zij het per openbaar vervoer, dezelfde reisroute als ik voor ogen en beloofde mij een pint wanneer onze paden elkaar opnieuw zouden kruisen. Vanavond was het dus zover, Geoff bleek nog steeds een bijzonder fijne kerel te zijn. We wisselden onze reiservaringen uit in het gezelschap van enkele zeer gesmaakte cocktails.

 

17/02/2005   Cusco – Sicuani

146 km – 6u11min – gem. 23.6 km/u

Ons verblijf in Cusco liep vandaag ten einde. We hebben er enkele fijne dagen gespendeerd. Dat we in dit toeristisch mekka het ‘echte’ Peru niet te zien kregen was natuurlijk enigzins te verwachten. Deze morgen sprongen we enigszins onvoorbereid op de fiets, we wisten dat we verder zuidwaarts moesen maar dat was dan ook zowat het enige. Het fietsen verliep dankzij een stevige rugwind vrij vlot, de cocktails van voorbije avond zorgden wel voor enkele extra plaspauzes. Onderweg werden we terug vriendelijk begroet, ‘buen viaje’ riepen mensen die wellicht nooit in hun leven één reis zullen maken. In Quiquijane was het alweer lunchtijd. Ons Cusco-consumentengedrag moesten we enigszins bijstellen, er was keuze uit 1 menu: soep, vis en rijst. De maaltijd bleek bijzonder lekker, de kostprijs van dit alles was een derde van de prijs van een cocktail van gisterenavond. Na de middag bleek dat het regenseizoen hier nog lang niet ten einde is. Fietsen met plassen in de schoenen, het was alweer een tijdje geleden. In Sicuani hielden we het voor bekeken, of misschien beter: ‘In Sicuani werden we terug bekeken’. Ze krijgen hier duidelijk minder toeristen over de vloer dan in Cusco.

 

18/02/2005   Sicuani – Ayaviri

113 km – 5u37min – gem. 20 km/u

Nogal wat mannen in Sicuani verdienen hun boterham als fietstaxichauffeur. Maar of het op die logge stalen constructies zonder versnellingen ook gezellig fietsen is, daar vrees ik toch een beetje voor. Vandaag moesten we abra La Raya over, het was ons laatste col op Peruaanse bodem. Omdat ik gisteren waarschijnlijk iets te hard had getrapt, moest ik met appelmoes-benen tot op een hoogte van 4312 meter zien te geraken. Dit bleek allesbehalve een eenvoudige klus te zijn. Onderweg waren diverse (tiener)herders op stap met hun alpaca’s. Een kudde kan tot 400 beesten bevatten, je kan daar volgens mij behoorlijk wat handschoenen en mutsen uit krijgen. In Cusco proefden we reeds alpaca-steak, maar die had niet echt een bijzondere smaak. In Santa Rosa kruisten andere wereldfietsers ons pad. Pat & Cat zitten ondertussen meer dan 1000 dagen in het zadel. Ze fietsten reeds door Noord-Amerika, Europa (incl. Belgie) en Afrika. Momenteel fietsen ze dus door Zuid-Amerika, van Patagonie naar Venezuela. Tijdens een fijne lunch werden naast praktische tips ook leuke verhalen uitgewisseld. Meer info op www.worldriders2.com. De resterende kilometers tot in Ayaviri bleken vlak te zijn. Vlakke kilometers op 4000 meter hoogte zou dit de Altiplano kunnen zijn?

19/02/2005   Ayaviri – Puno

144 km – 6u47min – gem. 20.7 km/u

Gisterenavond bleek dat ik toch nog maar beter wat aan Spaanse woordenschat kan werken. In het hotel vertelden ze me dat er ‘ahora’ warm water zou zijn, ik dacht dat ‘nu’ de vertaling van ‘ahora’ was, maar blijkbaar is de vertaling ‘binnen 2 à 3 uur’. We fietsten vandaag richting Puno en Titicaca-meer. De weg was zo goed als vlak maar een vlakke weg op 3900 meter is toch niet helemaal hetzelfde als een vlakke weg op zeeniveau. Na 3 weken klimmen en dalen in de Peruaanse Andes veronderstel ik dat mijn lichaam voldoende aan de hoogte is aangepast, ik heb echter het gevoel dat mijn recuperatie op deze hoogte heel wat trager verloopt. Het was bij momenten dan ook zwoegen om in het wiel van Niklaus te kunnen blijven. 45 kilometer voor Puno doorkruisten we Juliaca. Juliaca kwam onmiddellijk op 1 binnen in de lijst ‘meest chaotische stad van mijn trip’. In grotendeels ondergelopen straten verplaatsten collectivo’s, bussen, tricitaxi’s en gemotoriseerde taxi’s zich als zelfmoordpiloten naar god weet waar. Het was er ‘gezellig’ fietsen. Ook tussen de steden Juliaca en Puno bleek het verkeer een stuk drukker te zijn dan op de bergwegen van de voorbije weken. Wanneer er geclaxonneerd wordt, is het blijkbaar de bedoeling dat je zo snel mogelijk de berm induikt. Een kruis meer of minder langs de weg, ze liggen er hier niet wakker van. Bij aankomst in Puno bleek het andermaal karnaval te zijn. Vorige zondag in Cusco hadden ze ons echter verzekerd dat dit de allerlaatste karnavaldag was. Ik krijg zo langzamerhand genoeg van het scheerschuimgebeuren.

 

20/02/2005   Puno – rust- en cultuurdag

Vandaag begaven we ons op het azure water van het mystieke lago Titicaca, met zijn 3800 meter het hoogstgelegen navigeerbaar meer ter wereld. We brachten een bezoek aan de ‘drijvende eilanden’ van de Uros. De eilanden bestaan uit niets meer dan opeengestapeld riet, ook de huizen en boten zijn er uit riet vervaardigd. Ooit leefden de Uros-people er van visvangst en waterplanten, maar tegenwoordig halen ze hun inkomsten bij de toeristen. De rieten eilanden zijn drijvende souvenir-shops geworden. Het bezoek had een hoog Bokrijk-gehalte, je kreeg weliswaar een idee van hoe het vroeger moet geweest zijn maar ik kon de peep-show maar matig appreciëren.

 

21/02/2005   Puno – Copacabana (Bolivia)

148 km – 7u00min – gem. 21 km/u

Deze morgen werd ik rond 6u30 door de regen gewekt. Dit maakte me niet onmiddellijk bijzonder enthousiast, ik besloot me voor nog een halfuur tussen mijn 4 dekens te nestelen. Niklaus volgde een soortgelijk scenario. Om 7u werd de ochtendroutine dan toch op gang getrokken: douchen, aankleden, ontbijten, fietstassen opvullen, ketting oliën, fietstassen monteren, drinkbussen vullen, kilometerteller resetten. Om 8u15 waren we vertrekkensklaar, de hemel was tegen die tijd ook opgeklaard. Vandaag konden we Lago Titicaca (ofte grijze poema) vanuit alle hoeken en onder diverse lichtomstandigheden bewonderen. We fietsten de hele dag langs de – zo goed als – vlakke oevers van het meer. Het was een fijne, gezapige fietstocht. Enkele kilometers na Yunguyo bereikten we de grens met Bolivië. De douaneformaliteiten verliepen vlekkeloos, de corrupte ambtenaren waar mijn Footprint voor waarschuwde, waren hoogstwaarschijnlijk in verlof. We draaiden onze klok een uur vooruit en fietsten de resterende 8 kilometer tot Copacabana. Deze stad bleek bijzonder gelegen. Naast de mooie ligging beschikken ze in de kathedraal alhier over nog enkele bijkomende toeristische troeven. Ze bezitten er een ‘maagd’ (de donkere maagd van het meer?) die mirakels produceert en er is de dagelijkse wijding van voertuigen, het volgen van rijlessen lijkt mij persoonlijk een veiliger optie.