• DSC00755
  • DSC00775
  • DSC00777
  • DSC00787
  • DSC00792
  • DSC00818_009
  • DSC00819_010
  • DSC00828_019
  • DSC00859_040
  • DSC00862_042
  • DSC00864_044
  • DSC00865_045
  • DSC00881_057
  • DSC00906_083
  • DSC00915_090
  • DSC01035_0048
  • DSC01041_0053
  • DSC01082_0075
  • DSC00711
  • DSC00726
  • DSC00741

USA – Utah

 

7/08/2004     Mountain View – Manila

Deze morgen pas om 11u beginnen fietsen. Eerst was ik bij de plaatselijke bibliotheek lang geweest maar door de hoge pc-security was het eigenlijk een maat voor niets. De eerste 2 uren waren best pittig fietsen. De wind blies eveneens nog steeds stevig uit zuiden, ondertussen weet ik dat windmolens in een vallei doorgaans weinig goeds betekenen. Na de klim mocht ik de helling ook gedeeltelijk afdalen, in berglandschappen fietsen is soms vrij voorspelbaar. Ik maakte van de gelegenheid gebruik om mijn snelheidsrecord wat scherper te stellen en bracht het op 69,7 u km/u, bijna 30km/u sneller dan de voorgeschreven maximum bob-trailer snelheid (oeps, nog steeds zonder helm). Doordat de route ook nog wat naar het oosten afweek en de wind op kop dus zijwind werd, bereikte ik vlot Manila. Tja, eenmaal je de straalstroom hebt opgepikt, kan het vrij snel gaan (met dank aan de mannen van het KMI). In het stadje was er enkel een KOA campground en ik herinnerde me nog, ondanks de amnesie, dat deze vrij duur waren. Geen erg, op de kaart stonden er nog diverse andere kampeerplaatsen aangegeven en na een cola en een ijsje fietste ik verder. Het terrein werd helaas terug iets zwaarder (hellingen en wind) en op de eerste kampeerplaats was er tot mijn verbazing nergens water te vinden. Omdat ik in Manila had nagelaten deftig inkopen te doen, was de aanwezigheid van water nogal essentieel. Toen er op de kampeerplaats enkele kilometers verder terug geen water beschikbaar was, stelde ik me de vraag waarom ik in Manila mijn watervoorraad niet had aangevuld. Ik moest me het antwoord schuldig blijven. Op de kaart zag ik dat er verderop een recreation area was en dat was aan het water van Flaming Gorge gelegen. Na een halfuurtje bereikte ik de Flaming Gorge. De ene boot na de andere werd hier te water gelaten, ik had gelezen dat er een kampeermogelijkheid was op een eilandje maar zonder boot was dit nogal moeilijk. Ik zou het vannacht met een veredelde parkeerplaats moeten stellen. Het filteren van het meer-water bleek ook nog een hele klus te zijn. Ik had de vorige keer al gemerkt dat mijn MSR miniworks niet te enthousiast was maar het verergerde precies nog. Nadat ik de handleiding ‘ns had gelezen, bleek dat hij dringend aan een schoonmaakbeurt toe was, normaal moet je 1 liter water per minuut kunnen filteren en ik was al ruin een halfuur aan het pompen om een kleine 2 liter gefilterd te krijgen. Na het reinigen verliep het filteren inderdaad veel vlotter. Ik had me voorgenomen om deze avond nog ‘ns wat Spaans te studeren, het was ondertussen al enkele dagen geleden. Mijn overbuur dacht daar echter anders over, hij had steak voor 2 man klaargemaakt. Voor ik het goed besefte, waren we enkele uren verder (niet dat de steak zo taai was maar er volgde nog een conversatie enz.) en dan was het plots bedtijd.

 

8/08/2004     Manila – Vernal KOA Campground

Deze morgen was ik al om 7u op pad. Ik fietste gisteren de staat Utah binnen, de temperatuur begint hier serieus op te lopen en ik hoop door een vroeger vertrekuur de grote hitte zoveel mogelijk te kunnen voorblijven. Mijn buurman had me gisteren verteld dat het tot aan de dam van Flaming Gorge stevig klimmen zou zijn, om daarna downhill richting Vernal te fietsen. Wat het klimmen betrof, had hij in elk geval gelijk, na 2 uur fietsen was ik slechts 12km verder maar wel een behoorlijk aantal meter hoger. Het uitzicht dat ik over Sheep Creek cadeau kreeg, was vrij spectaculair. Onderweg had ik ook een poema-achtig iets gezien, helaas gesneuveld langs de kant van de weg. Na nog een uur klimmen, was ik ter hoogte van de dam, volgens de buur was hier een winkel en begon de afdaling naar Vernal. Helaas hij was 2 maal fout, er was noch een winkel, noch een afdaling te bespeuren. Het volgende uur begon ik de buurman serieus te vervloeken, want de weg steeg gestaag verder. Een uur na de dam fietste ik een bordje ‘summit’ voorbij. Zou dit dan de top zijn? Helaas een kwartier later was ik al terug aan het stijgen, blijkbaar was er hier geen gebrek aan summits. Uiteindelijk zag het er na 4 uur en 30 minuten fietsen dan toch naar uit dat ik aan de afdaling kon beginnen. Geen minuut te vroeg wat mij betrof. Het was ondertussen al behoorlijk warm geworden (we haalden vlot 36gr Celsius vandaag) en het rustige verkeer van deze morgen was ook al een tijd verdwenen. Ik ben van plan om de betrouwbaarheid van mijn bronnen in de toekomst beter te controleren, want beter helemaal geen info dan foute info. Eenmaal in Vernal (de hoofdstad van de dino’s) aangekomen, bleek al snel dat een KOA campground de enige optie was. Ik had geen zin in nog meer fietsen vandaag dus spendeerde ik 23$ voor een kampeerplaats. Om mijn geweten te sussen, maakte ik ruimschoots gebruik van de faciliteiten. Gedoucht, geschoren, kleren gewassen en gezwommen. Als een herboren man kan ik morgen terug op weg.

 

9/08/2004     Vernal – Duchesne

Vanaf Vernal moest ik de highway 191 nemen om verder zuidwaarts te geraken. De eerste 90 km loopt deze weg westwaarts, richting Salt Lake City, wat betekende dat er behoorlijk wat verkeer was te verwachten. Gelukkig hadden ze de highway voorzien van een ruime shoulder. Meer nog, ze hadden hem licht aflopend gemaakt tot in Duchesne. Fijne mensen toch die Amerikanen. Na 2uur fietsen stond ik 50km verder en deed ik een website-update in Roosevelt. De security policy was hier indrukwekkend, ze moesten mijn paspoort hebben en ik moest een document van 6 pagina’s doornemen en daarna ondertekend terugbezorgen. Ze hadden het blijkbaar vooral op porno gemunt. Voor mij nu niet echt een probleem. In het geniep plugde ik mijn card-reader in maar al snel bleek dat ik mijn teksten wegens beveiliging niet zou kunnen uploaden. Nadat ik mijn vriendelijkste persoonlijkheid had bovengehaald, kon ik in het secretariaat van de bib mijn ding doen. Met de nodige diplomatie krijg je toch heel wat gedaan – misschien moet ik daar bij terugkomst in België proberen ook maar ‘ns werk van te maken. Na de update fietste ik verder richting Duchesne, het was ondertussen 11u geworden en de ochtendkoelkast hadden ze geruild voor een goedwerkende broeikas. Gelukkig was de weg nog steeds aflopend. Het landschap zag er helemaal anders uit dan het dorre gedoe van gisteren. De Duchesne river loopt door de vallei en deze zorgt voor genoeg vocht om de streek van diverse groene tinten te voorzien. Voor ik het wist, fietste ik de stad in. Ik besloot onmiddellijk verder te fietsen richting kampeerplaats, volgens de kaart was deze slechts enkele kilometers verderop. Wat de kaart me andermaal niet vertelde, was dat er nog even geklommen moest worden – wat mij betreft, zijn de Rand McNally kaarten (door vele fietsers aangeraden) echt onvoldoende, hoogtelijnen zijn echt onontbeerlijk (tenzij je in Nederland gaat fietsen misschien). Na nog een halfuur fietsen bleek er helemaal geen state park en camping meer te zijn, naast onvolledig zijn de kaarten dus ook nog behoorlijk gedateerd. Ik fietste 7 kilometer terug naar Duchesne en hoorde in het city office of ik in het stadspark kon kamperen, dit was gelukkig geen enkel probleem. In Duchesne was het county fair. Vandaag bestond die voornamelijk uit een grote veemarkt. Op hetzelfde terrein bevond zich het stadspark, ook enkele cowboys hadden er hun tent al opgeslagen. Voor het avondeten opteerde ik voor een 14″ pizza, een inch blijkt toch behoorlijk groot zijn (inderdaad 2,54cm). Straks moet ik hier mijn etappes toch wat langer maken kwestie van alles verbrand te blijven krijgen. Het was nog steeds bijzonder warm en ik besliste om mijn tent zonder bovenzeil (rain flag noemen ze het hier) op te zetten. Om 21u15 werd het donker en ging ik slapen, althans dat was mijn theoretisch plan. In de praktijk ging de meest woelige nacht van de trip van start. Eerst was er een roedel kinderen die een nachtspel rond mijn tent verzorgden. Gelukkig riep moeder om 23u en was het spelen voorbij. Daarna had een of andere onverlaat enkele hekken van de schapenboxen opengezet, met als logisch gevolg: alle schapen gingen lopen. De wet van actie en reactie zorgde er op zijn beurt voor dat alle schaapeigenaars in paniek op zoek gingen naar hun kudde. Rond 1u hadden ze echter het grootste spektakel voorzien: The Sprinklers. Neen, geen lokale popgroep maar wel de watersproeiers om het gras groen te houden. Deze zitten strategisch opgesteld en op een vooraf geprogrammeerd uur treden ze in werking. En ik had geen rain flag opgezet, nog voor ik goed en wel wakker was, was ik al volledig gedoucht. Thuis kan dat misschien handig zijn maar hier in geen geval. Ik poogde mijn bovenzeil alsnog te bevestigen maar de sproeiers waren te krachtig om het goed te krijgen. Uiteindelijk heb ik de tent en inhoud naar de kiosk gebracht en heb ik daar de nacht doorgebracht, geeuw. Gelukkig was er een warme wind zodat alles tegen de morgen min of meer droog was.

 

10/08/2004   Duchesne – Price

Omdat mijn kaarten mij wat in de steek laten, had ik gisteren voor de tocht van vandaag ‘ns bij een motorrijder geïnformeerd. Hij was langs die weg gekomen en zou het dus wel weten. Ik vroeg hem of het flat of hilly was, barely hilly was zijn antwoord. Het eerste uur legde ik 15km af, niet zo bijster veel maar de weg was dan ook lichtoplopend. Althans dat dacht ik, want ik fietste door een smalle vallei en optisch was het alsof de weg dalend was. Vrij vervelend voor de moral. Het was een schitterende vallei, nooit gedacht dat er zo’n groene stukken Utah bestonden. Ik stel hier eigenlijk iedere dag opnieuw vast dat ik bijzonder weinig afwist van dit continent, behalve dan het feit misschien dat er hier nogal wat extreem-rechtse-oer-katholieke-nationalistische-gewapende types rondliepen. Tijdens een pauze checkte ik ‘ns mijn achterwiel, het draaide nog steeds perfect dus moest de weg wel degelijk oplopend zijn. Voor de opname van het filmpje moest ik een stukje terugfietsen (speciaal voor jullie fiets ik dus elke dag een minuutje terug). Omdat het terugfietsen bijzonder vlot verliep, was ik toen helemaal zeker: de weg was wel degelijk uphill. Na 2u30min klimmen pauzeerde ik even. Wat mij betrof, was deze route tot hiertoe behoorlijk hilly. Het zwaarste klimgedeelte moest dan helaas nog komen. Ik had het kunnen weten, de mensen die voorbij kwamen, zwaaiden net iets te enthousiast. Ik kreeg nog 5 miles à 8% voorgeschoteld. Barely hilly verdomme, mijn gps vertelde me op de col dat ik me op een hoogte van 2525m bevond, zowaar het dak van de trip tot op heden. Ook op mijn kaart was nergens een col te bespeuren, misschien is deze col een goed bewaard militair geheim. Motorrijders zijn dus net als vissers als weginformanten compleet onbetrouwbaar. Je kan zo vanuit Bourg d’Oisans de Lautaret oprijden, boven op die col links de Galibier opdraaien om dan na een uurtje afdalen aan de voet van de Télégrapheaan een fietser te zeggen dat de route al bij al vrij vlak is. Vlak of niet, de route was in elk geval bijzonder mooi geweest. Na het klimmen kreeg ik ook nog 7 miles à 8 procent cadeau, goed voor een nieuw snelheidsrecord: 74,2 km/u (oeps, jawel zonder …). Nadat ik me geïnstalleerd had op een bouwvallig kampeerterrein plande ik de middagactiviteit. Ofwel naar het dino museum ofwel naar de Wall-Mart. Ik koos voor de Wall-Mart, een super megagroot warenhuis. Je kan er terecht voor voeding, geneesmiddelen, kledij, kampeergerief, verf en andere doe-het-zelf artikelen, elektronica, geweren en ander sportgerei, … Ik vermoed 3 keer zo groot als de Makro in Eke. Ik kocht er een flesje cola en een banaan. Na het winkelen plaatste ik nog enkele foto’s online. De bibliotheek was wegens onderhoudswerken gesloten dus moest ik ergens anders terecht. Volgens de toeristische dienst waren er helaas geen andere cyber places. Op mijn weg richting camping passeerde ik een pc-winkel en besliste mijn kans te wagen. Andermaal met succes, 2 uurtjes gratis internet bij enkele leuke mensen. Ze beschreven de route voor morgen als lichtdalend en waarschuwden me om in elk geval genoeg drank mee te nemen, want in de 100 km woestijn waar ik door moest, zou ik niets tegenkomen. Koken met Evelien Na de pizza van gisteren koos ik vandaag voor de Taco Bell. Lekkere Mexicaanse taco’s en burrito’s voor een spotprijs.

 

11/08/2004   Price – Green River

Deze morgen, bij het opvouwen van het tentzeil, merkte ik dat er best een aardig briesje stond. Al snel bleek dat het briesje uit de juiste richting kwam en me in geen tijd naar de andere kant van de woestijn zou brengen. Dat was inderdaad de opdracht voor vandaag. In de 60 miles tussen Price en Green River was er niets behalve zand en wat stenen. Het verkeer op highway 191 viel best mee en was zeker niet storend (in tegenstelling tot de generator van mijn kamperende buurvrouw die hier al 2 uur staat te ronken), de shoulder was ruim genoeg voor mij en mijn bob. Na 2 uur fietsen werd me duidelijk dat informatici tot op heden de meest betrouwbare weginformanten zijn. De weg was inderdaad licht aflopend en de schaarse hellingen aanwezig waren bezwaarlijk obstakels te noemen. Ik stond dan ook in geen tijd in Green River. Een goede 100km aan een gemiddelde snelheid van 27,1km/u. Dit was 3u en 40min lang genieten op de fiets. Het grote mes ronddraaien op een 100km rechte weg en nog ruim voldoende tijd om ‘ns rond te kijken. Tijdens het fietsen kunnen de gedachten nogal ‘ns vreemde sprongen maken. Zo kwam ik vandaag in de Higro begin jaren ’90 terecht. Ik volgde er een ontspannen opleiding graduaat grafische bedrijven en onze prepress docent van dienst was Dhr Mondy. Hij had het voortdurend over de op til zijnde digitale revolutie, alles zou WYSIWYG worden. Dhr Mondy raakte daar behoorlijk opgewonden van. Wel, ik kan jullie verzekeren dat het hier wel degelijk allemaal What You See Is What You Get is. Net voor ik Green River binnen fietste, kocht ik me een meloen. Inderdaad, er werd een nieuwe fruitsoort aangesneden in de movingsouth-trip. De informaticus van gisteren had me namelijk gezegd dat Green River bekend is om zijn meloenen, zowel de waterversie als de cavaillon. De vriendelijke vrouw van het kraampje gaf me een prachtexemplaar voor slechts 50 cent. Ze kon bovendien maar niet geloven dat ik in 3u40min met de fiets van Price naar Green River was gereden, ze hadden er met de wagen meer dan een uur voor nodig. In elk geval de cavaillon was een heerlijk stuk fruit, voor herhaling vatbaar. In de city hall van Green River ben ik traditiegetrouw gaan informeren naar bibliotheek en kampeermogelijkheden. Er was een beetje tot mijn verrassing een bibliotheek aanwezig en kamperen mocht niet in het stadspark maar kon wel tegen betaling in het Green River State Park. Het Green River State Park bleek een oase van groen, ruim voorzien van stevige bomen en dus ook schaduw. Een pareltje, zonder meer de beste kampeerplaats van deze trip (een absolute aanrader voor mensen met plannen richting Arches en Capitol Reef NP). De beslissing om hier een rustdag te houden, was dan ook snel genomen.

 

12/08/2004   Green River

Vandaag rustdag. Veel is er eigenlijk niet gebeurd, maar dat is wellicht de bedoeling van een rustdag. Mijn fiets stond deze morgen wat te zonnen, maar de voorband vond dat blijkbaar niet zo’n goed idee en begon spontaan leeg te lopen, lekke band nr. 5 was een feit. Ik heb een aantal uren in de bibliotheek doorgebracht. Een website update uitgevoerd en nog wat informatie opgezocht over de parken in Utah. Doordat ik momenteel iets sneller fiets dan voorzien, moet ik het voorlopig zonder de Utah reisgids stellen, die ligt momenteel nog in België. De fiets was andermaal aan een kettingwissel toe. Alleen vuile handen zijn een vervelend gevolg van dit karweitje, het duurt een tijd voordat ze terug proper zijn, meestal tot enkele dagen voor een volgende kettingwissel. De informaticus van Price had me naast de meloenen nog andere eetwaar aangeprezen in Green River, er zou hier een zeer goede hamburgertent zijn. Alleen was ik de naam vergeten, mijn gok was waarschijnlijk niet de juiste want de hamburger bleek niets bijzonders te zijn.

 

13/08/2004   Green River- Moab Negro Bill Campground

Vrijdag de 13e, wat kan dit betekenen voor Moving South? Tot voor de middag niets dan goeds. Na een uurtje fietsen op de interstate 70 was er een off-road mogelijkheid. Ik heb mijn nieuwe achterwiel nu ruim een week, het werd dus stilaan tijd voor een echte test. De 40 km gravel verliepen prima en de omgeving was indrukwekkend. Na 3 uur fietsen kwam ik in de laatste rechte lijn naar Moab. Highway 191 bracht me op mooie asfalt richting bestemming van vandaag, althans tot er plots een bord stond met de aankondiging voor wegenwerken de volgende 9 miles. Nog geen mile verder had ik het vlaggen, de achterband liep leeg en dat viel niet te negeren. Alles mooi afgeladen (het loskoppelen van een geladen bob-trailer is wel een probleem zonder steun) en het bandje gewisseld. In de buitenband vond ik een stukje metaal, de boosdoener van dienst. Na een kwartiertje pompen kon ik terug verder. Lekke band nr. 6 hebben we dus ook gehad. Helaas, nog geen 2 mile verder hoorde ik dezelfde band terug leeglopen, nr. 7 dus. Ze volgen elkaar tegenwoordig wel heel snel op. Ik had nochtans de oorzaak van het vorige lek gevonden, maar nu bleek het velglint het probleem te zijn. Toen ze in Idaho Falls het wiel klaarmaakten, had ik er eerlijk gezegd mijn twijfels over hun ‘velglinten’, een stuk tape zou moeten dienen als velglint, maar ik zei niets, met het gekende gevolg. Omdat mijn 2e reserveband (te) ver zat opgeborgen, poogde ik de lekke band eerst te herstellen. Helaas bleek dat niet te lukken, er was duidelijk meer dan 1 lek, of mijn rustientjes deugden niet, of mijn handelingen, of een combinatie van dit alles. Uiteindelijk heb ik dan toch mijn volledige bagage uitgepakt om mijn 2e reservebandje te recupereren. Na een kwartiertje pompen kon ik terug verder. In theorie althans, want toen ik mijn bob-trailer terug wilde aankoppelen, bleek plots een koppelingshaakje van de bob-trailer zoek. Zonder koppelingshaakje kon ik helaas niet verder, ik dacht dat ik ergens een reservehaakje had zitten maar dat vond ik nergens. Bij een fietsherstelcursus van de vakantiefietser had iemand me hiervoor een creatieve oplossing verteld: een reservespaak op maat knippen en plooien en je kan terug verder. En inderdaad, het werkte. Uiteindelijk fietste ik met 2 uur vertraging een broeierig Moab binnen. Ik was vandaag slechts een kleine 500 m gedaald, maar de temperatuur had een serieus tandje bijgestoken. De komende anderhalve maand haal ik wellicht zonder problemen dagelijks de 100gr Fahrenheit (-38/2.6 zoiets ongeveer), ik kan er maar beter aan beginnen te wennen. In Moab besloot ik een fietsenwinkel op te zoeken. Een nieuw velglint en 2 reservebandjes kon ik wel gebruiken, bovendien wou ik ‘ns laten nakijken of de wielen nog wel recht waren. Aan fietsenzaken geen gebrek in de stad van de mountainbike, er waren er 5. Ik pikte er willekeurig eentje uit, maar toen ik uiteindelijk de rekening kreeg, dacht ik dat die toch niet de goedkoopste was geweest. Voor een halfuurtje werk (hij brak een spaak tijdens het rechten van het achterwiel), een velglint en de bandjes betaalde ik dik 60$. Hoe zit het met die wisselkoers? Staat de dollar nog steeds zo laag? Ik mag hopen van wel. Na een bezoek aan de supermarkt en een source fietste ik volgeladen met voedsel en 10 liter water richting kampeerplaats. Het bleek een mooie stek te zijn, alleen was ze nogal sober uitgerust. Naast de afwezigheid van water waren er ook geen tafels aanwezig, m.a.w. walking dinner deze avond.

 

14/08/2004   Moab Negro Bill – Arches Devils Garden Campground

Deze morgen een poging gedaan om nog een halfuurtje vroeger op te staan, nl. 5u30, maar deze poging is slechts gedeeltelijk gelukt. Niettemin om 6u30 was ik toch al aan het fietsen en er was zowaar een fris briesje aanwezig. In Arches moest ik me registreren voor de kampeerstek van deze avond, ik was er niet alleen. De kampeerplaatsen zijn hier beperkt en de vraag is dus groter dan het aanbod. Ik had tot 12u om mijn registratieformulier op de camping te deponeren, deze lag 18 miles verder dus dat kon niet echt een probleem zijn. Of toch? De tocht doorheen Arches begon alvast met een stevige klim. Het was zo’n 10 miles tot aan de afslag naar de Window Arches. Nog geen 8u ’s morgens en de zweetdruppels plensden al van mijn voorhoofd. Dat vonden de Mont Ventoux-vliegen super, die waren hier blijkbaar op retraite. Na anderhalf uur klimmen was ik aan de afslag, de gemiddelde snelheid stelde voorlopig niet zoveel voor. En mijn benen blijkbaar ook niet, ik had totaal geen kracht vandaag. Ik fietste naar de Window Arches en ontbeet daar nog ‘ns opnieuw, misschien zou dat beterschap brengen. Gelukkig was het landschap wel top. De natuur had enkele indrukwekkende formaties voor mij klaargezet. Na het bezoek aan de Window Arches besliste ik om maar meteen naar de campground door te fietsen. Met die benen zou het duidelijk niets worden vandaag, de andere Arches zette ik voor morgen op de planning. Na 3u40min zwoegen, bereikte ik uitgeteld de Devils Garden Campground. Ik vond nog een mooi plaatsje beschikbaar en besloot om eerst wat water in te slaan. Op de terugweg reed ik lek, alweer, goed voor lekke band nr. 8. Dit gaat tegenwoordig wel bijzonder vlot. Het gaatje bleek zich opnieuw langs de velgzijde te bevinden, wellicht nog een overblijfsel van het slechte velglint van gisteren. Na het herstellen van de band heb ik me enkele uren rustig gehouden om daarna nog wat Arches in de buurt te bekijken. Het blijft verbazend hoe zo’n constructies gevormd worden. Voor ik hier kwam, dacht ik wel eens dat het hele Arches-gedoe opgezet spel was van de Amerikaanse toeristische dienst, maar het is wel degelijk allemaal echt, geen papier mach? ofzo. Voor het avondeten werd ik bij een sportieve vader en zoon uitgenodigd. Ze hadden lekkere spaghetti klaargemaakt en of ik geen zin had … Alweer een voedzame maaltijd in aangenaam gezelschap. De voorbije dagen vond ik nochtans dat het er hier in Utah precies iets koeler aan toeging (behalve het weer dan), wellicht net iets te veel toeristen om bij de plaatselijke bevolking nog een glimlach op de lippen te toveren.

 

15/08/2004   Arches Campground – Moab

Gisterenavond nog een ranger-talk meegepikt over het ontstaan van Arches. Veel van die voorstellingen worden door vrijwilligers gegeven, soms is het interessant, soms iets minder. Gisteren was het best interessant maar werd het nogal amateuristisch gebracht. Samenvattend was het ontstaan een kwestie van 300 miljoen jaar en veel zoutafzetting. Deze morgen heb ik me zowaar overslapen, ik werd pas wakker om 6u20 terwijl het voorziene tijdstip 5u30 was. Niet dat ik daardoor mijn vliegtuig in Buenos Aires ga missen. Voor vandaag had ik wat hiking en biking gepland. Klinkt sportief, niet? Ik begon met een wandeling naar Landscape Arch, de grootste Arch van het park. Het was nog aangenaam fris om 7u30 en er waren ook nog geen toeristen te bespeuren, dat was weer goed geregeld. Daarna fietste ik verder naar Delicate Arch, de benen voelden al bij al toch iets beter dan gisteren. Zou het verval dan toch nog niet zijn ingezet? Delicate Arch staat echt wel delicaat opgesteld, vroeg of laat zal hij sneuvelen maar dat is natuurlijk het lot van alle arches hier. Na Delicate Arch had ik de spectaculairste arches nu wel gezien, in het totaal staan er hier zo’n 50-tal opgesteld, maar uiteindelijk is het altijd een gat in een steen. Ik besloot om rustig het park uit te fietsen en maakte onderweg hier en daar nog een panoramische stop. Rond 11u30 was ik aan de uitgang, ik twijfelde even of ik vandaag toch al niet zou doorfietsen naar Horse State Park in Canyonlands, maar nog 30 miles klimmen in de middagzon leek me wat overdreven. Ik besloot een supermarkt te bezoeken en wat eten in te slaan. Wat ik hier de laatste dagen binnenspeel, is ongelofelijk, maar blijkbaar raakt alles nog steeds verbrand. Tijdens het verorberen van mijn middagmaal werd ik door een of andere spin gebeten. Zo kon ik onmiddellijk zien dat er best nog wat ruimte is voor spierontwikkeling, mijn rechterdijbeen is plots een derde dikker dan mijn linker. Buiten wat jeuk heb ik er verder weinig last van. De rest van de middag bracht ik in het schaduwrijke Lions Club Park door, staat chic, vind je niet? Ik trof er Erik aan, een kruising tussen een zwerver en een wereldfietser. Hij was al 10 jaar onderweg, maar een echt doel had hij niet meer. Mits de nodige relativeringen was hij best aangenaam gezelschap. Hij had onder andere zelf een trailer gebouwd, het ding zag er niet uit maar volgens hem was het duizend keer beter dan mijn versie. Voor zijn 80 kg bagage was dat geen overbodige luxe. Hij reisde met 2 honden en die droegen zelf hun voedsel. Hij liet me ook enkele van zijn kortverhalen lezen. Een over een koppel die een bomauto gingen kopen voor hun zoon en een ander over politieagenten die hun eigen schaduw neerknalden. Ze waren best grappig en doorspekt met de nodige zwarte humor. Indien Bush terug verkozen zou worden, had hij wel terug een doel, dan zou hij naar Siberië? fietsen. In de loop van de middag streek ook een Oostenrijks koppel met hun dochtertje neer. Hij was in 4 maanden tijd in een oude vw camionette van Calgary naar Baja California gereden. Zijn vriendin en dochter waren hem daar komen vergezellen en nu waren ze terug op weg naar het noorden. Het waren super fijne mensen. Na enkele aangename uren gaven ze me nog een houten lieveheersbeestje mee dat me moet beschermen tegen “bad experiences”. Tegen die tijd was mijn middagmaal helemaal verwerkt en was ik klaar voor enkele hamburgers. Het terug aanpassen van mijn eetgewoontes zal geen klein bier zijn.

 

16/08/2004   Moab – Canyonlands Willow Flat

Deze morgen terug om 6u opgestaan en 45 min later was ik aan het fietsen. Rond die tijd is het hier ook al zo’n 25 graden maar dat voelt tegenwoordig al vrij fris aan. Het zou dus hoofdzakelijk klimmen worden vandaag, toch zeker de eerste 50 km tot aan de ingang van Canyonlands National Park. Dat klimmen verliep lekker, het stijgingspercentage was niet overdreven en de benen maakten geen bezwaar over de extra kilo’s water. Canyonlands krijgt heel wat minder bezoekers over de vloer dan zijn buur Arches. Nogal verwonderlijk vind ik, want de uitzichten over de canyons zijn hier bijzonder spectaculair. Het is het meest indrukwekkende dat ik tot op heden heb gezien. In het visitor center kocht ik nog een gallon water, met mijn voorraad water zal ik het moeten stellen tot morgenmiddag want op de camping is er geen water aanwezig. Enkele kilometers voor die camping stopte ik om een kijkje te nemen naar de Mesa Arch. Wel, Arches bezit dan misschien wel het grootste aantal arches maar de mooiste hebben ze toch hier neergeplant. En dan plots, in een bocht, krak … een gebroken spaak in het achterwiel, natuurlijk langs de zijde van de tandwielen dus zonder het nodige gereedschap niet te vervangen. Daar stond ik terug mooi, er zat behoorlijk wat slag op het wiel maar ik geraakte nog op de Willow Flat kampeerplaats. Gelukkig heb ik als tiener behoorlijk wat afleveringen van MacGyver en the A-team gezien, voor elk probleem is er dus een oplossing. Met mijn tang plooide ik een haakje aan het uiteinde van een reservespaak en mits een beetje prutswerk kreeg ik dat door het gaatje van mijn wielnaaf. Links en rechts wat spaken bijgedraaid en het wiel is terug zo goed als recht. Het testritje zonder bagage bleek geen probleem – nu maar hopen dat het met bagage beter afloopt dan de vorige keer. Oorspronkelijk was ik van plan hier de White Rim te fietsen, dat is een off-road route doorheen de canyons. Maar in de zomermaanden blijkt dit toch gekkenwerk te zijn, de temperatuur beneden in Canyons loopt aardig op en op het hele traject ( toch snel een 4-tal dagen fietsen) is nergens water te vinden. Zonder assistentievoertuig is het dus vrij onmogelijk. Jammer, maar misschien passeer ik hier ooit nog wel ‘ns.

 

17/08/2004   Canyonlands Willow Flat – La Sal Junction

Dienstmededeling

De trip-logs die je vanaf 17/08/04 tem 24/08/04 te lezen krijgt, zijn (beknopte) waarheidsgetrouwe reconstructies van de originele trip-logs van die data. Ik verklaar me nader: ik heb per abuis een file met 8 trip-logs overschreven. Een van mijn betere movingsouth-momenten 🙂 Gisterenavond kreeg ik nog bezoek van Julie uit Denver. Ze was op zoek naar een kampeerplaats maar alle beschikbare plaatsen waren al ingenomen, of ik mijn stekje niet wou delen. Dit vond ik natuurlijk geen enkel probleem, Julie mocht best gezien worden. Haar aangeboden geldelijke bijdrage weigerde ik maar ik maakte wel van de gelegenheid gebruik om mijn watervoorraad aan te vullen. Julie beschikte over 5 gallons en dus konden er wel enkele liters vanaf. Dit leverde me alsnog een bescheiden wasbeurt op. Het werd nog een gezellige avond, in de loop van deze verorberde ik ook mijn eerste “nutrition bar for women”, benieuwd wat dat zal brengen. Een onrustige nacht? Neen, hiervoor was een andere verklaring. Ik had mijn tent blijkbaar bovenop de wintervoorraadopslagplaats van een stel eekhoorns gezet, deze waren de hele nacht druk doende de boel te reorganiseren. Om 5u30 was ik het wakker liggen beu en besloot ik mijn dag te beginnen. Ik fietste naar een uithoek van het park, er heerste absolute stilte boven de canyons. Ik was net op tijd bij een spectaculaire overlook om de zon te zien opkomen: een kippenvel-moment. Toen ik rond 8u op een ontwakende camping arriveerde, kon mijn dag al niet meer stuk. Daarna was het tijd om mijn zelf geprepareerde spaak onder belasting te testen. Ik pakte alles in en begaf me richting Moab, de spaak gedroeg zich voorbeeldig. In Moab zocht ik deze keer een andere fietsenmaker op. Chili bikes (some bike it hot) monteerde in geen tijd en tegen een democratische prijs een nieuwe spaak. Toen begaf ik me naar de bib voor een internet-update. In de bib van Moab beschikten ze over 3 pc’s en die kon je per kwartier reserveren om je mail te checken. Een kwartier? Daarmee kon ik echt niets aanvangen gelukkig was er ook een pc beschikbaar voor tekstverwerking en net nu moest ik juist teksten verwerken 🙂 Ik kon er gedurende anderhalf uur rustig mijn ding doen totdat ik iets te uitgebreid mijn mail begon te checken, dan werd me gevraagd om af te ronden. Tussen mijn mails vond ik het relaas van Thomas. Thomas is een super getalenteerd renner, tijdens het verlof heeft hij een vakantietrip richting Zuid-Frankrijk gemaakt. Zijn motto was: hoe meer cols, hoe beter. De reeks Vogezen-, Jura- en Alpencols die hij bepakt heeft beklommen, is indrukwekkend. Op de Galibier haalde hij nog een 12 km/u, de doorsnee wielertoerist haalt hier zonder bagage zo’n 7 km/u. Hij fietste eveneens door het nauwe onverlichte tunneltje van de Parpaillon. Moest hij nu ‘ns prof willen worden dan zat er voor mij misschien nog een job als manager-verzorger-mecanicien in. En nu ik het toch over fietsende vrienden heb. Tine heeft deze zomer eveneens al peddelend haar fiets naar Zuid-Frankrijk gebracht. In 12 dagen fietste ze 1400 km bij elkaar. Vanaf nu houdt ze een strak trainingsschema aan zodat ze top is tegen eind december want dan komt ze mij voor 2 weken vergezellen in Costa Rica. Na de website-update besloot ik onder een dreigende hemel nog een stukje verder te fietsen. De benen voelden ok maar ik kreeg de teller niet boven 15 km/u, een hevige tegenwind en hellend oppervlak waren hiervan de oorzaak. Na een uurtje fietsen kruiste ik een Nederlands fietskoppel, deze hadden net rechtsomkeer gemaakt. Ze vreesden verderop geen kampeerplaats meer te vinden, iets waar ik me tegenwoordig nog weinig zorgen over maak. De Nederlanders waren 4 dagen terug in Green River gestart maar het plan om na 14 dagen trappen Las Vegas binnen te fietsen, hadden ze nu al opgegeven. Het was hen veel te warm, ze overwogen zelfs om vroeger huiswaarts te keren. Ik probeerde hun moral nog wat op te krikken maar ik vrees zonder veel resultaat. Ik fietste nog tot in La Sal Junction maar dat bleek niets meer dan een vervallen benzinestation te zijn. Er bleek een bewoner aanwezig en na enige twijfeling mocht ik op het terrein toch mijn tent opslaan. Uiteindelijk kreeg ik nog 6 liter water cadeau, dat was terug goed en goedkoop geregeld. De eerstvolgende dagen moet ik toch ‘ns uitkijken naar een camping met douche want er begint een geurtje aan te zitten.

 

18/08/2004   La Sal Junction – Blanding

Dankzij de Nederlanders wist ik dat mijn eindbestemming van vandaag 1000 meter hoger lag dan mijn vertrekpunt. Goed om te weten, alleen is iedere meter die je dan in de loop van de dag moet afdalen vrij vervelend. Het waren er een behoorlijk pak, ik waande me op de processie van Echternach. Toen ik na een korte pauze terug wou vertrekken, hoorde ik een krak-geluid. Inderdaad, terug een spaak in het achterwiel gebroken. Gelukkig had ik gisteren in Moab een professionele vervangspaak gekocht, het is een kevlar touwtje dat sterk genoeg is om je wiel terug recht te krijgen. Het was nog 30 km fietsen tot aan het eerste stadje, Monticello en nog 50 km tot in Blanding, dat kon geen probleem zijn. In Monticello was er geen fietsenwinkel maar dat lag ook wel een beetje binnen de verwachtingen. Toen ik echter 20 km verder was gefietst, bleek er ook in Blanding geen fietsenwinkel aanwezig. Wat nu, op het infobriefje bij de reservespaak stond er dat je deze bij thuiskomst moest vervangen maar daar zullen ze wel geen 24000 km mee bedoelen. De dichtstbijzijnde fietsenwinkels waren in Moab gelegen maar 140 km terugfietsen zag ik niet zo goed zitten, helaas bleken er ook geen bussen doorheen Blanding te rijden. Via via kwam ik bij ene Steve Hiatt terecht, hij moet zowat de enige fietsende inwoner van Blanding zijn. Ik zocht hem op in het bedrijf waar hij werkte en het bleek een super sympathiek mens te zijn. Bovendien kon hij me snel geruststellen, hij had de tool om de tandwielen van het freewheel te verwijderen. Hij wou deze onmiddellijk thuis gaan ophalen maar ik stelde voor dat ik na de kantooruren wel ‘ns zou terugkeren, ik hoefde nu ook niet per se de Amerikaanse economie om zeep te helpen. Om 17 u stond hij al met het gereedschap klaar, hij had de hele middag met zijn collega’s over mijn tocht gekletst. De klus was in een halfuurtje geklaard en ik bedankte hem hartelijk. Na het afscheid vroeg ik me af of ik zijn tool niet beter had overgekocht, hopelijk krijg ik daar geen spijt van. In Blanding trof ik sinds lang nog ‘ns een douche op de kampeerplaats. Meer zelfs bij een bezoek aan het visitors centre had ik zelfs een stuk zeep cadeau gekregen, blijkbaar kon ik mijn ongewassen toestand niet langer verbergen. De maaltijd bestond uit een gesmaakt bezoek aan de Taco Bell. Nog steeds lekker en goedkoop.

 

19/08/2004   Blanding – Hite

Steve Hiatt had me voor vandaag een perfecte wegbeschrijving gegeven. Eerst wat dalen dan een 10 miles climb om daarna op een hoofdzakelijk vlakke weg richting Hite te fietsen. De 10 miles climb was wel best pittig en was goed voor 2 uur arbeid. Net toen ik boven was kwam July voorbij, het was een fijn weerzien. Of ik nog genoeg van alles had, enz. ze was de behulpzaamheid zelve. Een collega van Steve had melding gemaakt van een winkeltje annex café in the middle of nowhere. Het leek me een goed idee om daar in het gezelschap van een frisse cola mijn lunch te verorberen. En inderdaad na 100 km fietsen een café, met aan de deur een bordje: “gesloten tot einde augustus”. Daar ging mijn fris cola visioen. Het was de hele voormiddag bewolkt geweest maar de zon vond dat dit lang genoeg had geduurd. De temperatuur liep onmiddellijk snel op. Net zoals de resterende miles naar Hite. In Hite vond ik tot mijn verbazing een winkeltje. Ze hadden geen Cola maar de Mountain Dew smaakte eveneens verfrissend. Hite was aan het Jackson Lake gelegen maar door de voorbije warme decennia was het water hier compleet verdwenen. Samen met het water waren ook de toeristen opgedroogd, behalve die ene fietsende Belg dan. Het zag er allemaal een beetje als vergane glorie uit. Er stond nog een info-bord dat melding maakte van 2 miljoen bezoekers per jaar maar dat kon de schijn niet ophouden. In de loop van de avond kwam er toch nog wat volk langs, de meesten verdwenen even snel terug maar uiteindelijk bleven we toch met 4 kamperen. Een bescheiden gezelschap zou je denken maar niets bleek minder waar. Er was een koppel uit Miami en een meisje uit Illinois. Het Miamees koppel nam het initiatief en nodigde me uit voor een verfrissende cocktail. De cocktail bleek vodka-pinapple te zijn, met het nodige ijs natuurlijk. Dat was op deze manier ook bijzonder snel gebroken. De man stelde zich voor als George Bush, zijn naamgenoot vond hij gelukkig een idioot. Zijn vrouw Patricia had net haar masseuse-diploma behaald en toen ze hoorde dat ik zo ongeveer 100 miles had gefietst was er geen ontkomen aan. Voor ik het goed besefte lag ik met een vodka-pinapple in de hand op de massagetafel. Zo mogen ze de avonden wel meer organiseren.

 

20/08/2004   Hite – Capitol Reef Fruita

Toen ik deze morgen zo goed als ingepakt was, kwam George Bush aangefietst. Of ik nog ‘ns goeiedag aan Patricia wou zeggen. Ik ben geen moeilijk mens en de benen voelden super na de massagebeurt van gisteren dus een proper afscheid kon er wel vanaf. Na het uitwisselen van email-gegevens en een uitgebreide foto-shoot kon ik mijn dagtocht beginnen. Het Alpen-decor hadden ze gisterenmiddag gewisseld voor de roodbruine Utah tinten. Kwestie van de mensen niet te snel te vervelen. Ik mocht eerst een stevig stuk uit de canyon klimmen maar daarna was het hoofdzakelijk in dalende lijn richting Hanskville. Na een 40-tal kilometer fietsen kwam de familie Bush in hun RV terug voorbij. George wist me te vertellen dat Lance zeker een kwartier achterop lag, dat zag er goed uit voor mijn klassement. Na 4 uur fietsen bereikte ik Hanksville, mijn geplande eindbestemming. Maar Hanksville kon me maar weinig bekoren dus besliste ik na de lunch nog een stukje verder te fietsen. Het nieuwe doel was Caineville, zo’n 20 miles verderop. De weg volgde stroomopwaarts de Fremont rivier. Na een uurtje fietsen passeerde ik een camping met winkeltje, het zag er aanlokkelijk uit maar ik fietste toch verder richting Caineville. Een kwartier later begon de weg plots meer op te lopen en begon ik verder van de rivier weg te fietsen, tiens daar was op mijn kaart niets van te zien. Nog een kwartier later begon ik me af te vragen waar Caineville bleef en na nog een kwartier wist ik het ondertussen zeker. Ik was Caineville zo’n 45 min geleden gepasseerd. Dank u wel Rand McNally wegenkaart, je zat er maar een kleine 10 miles naast. Omdat terugkeren bij mij niet echt een optie is, koos ik Fruita als nieuw doel, zo’n 10 miles verder. De benen voelden serieus vermoeid dus vertelde ik hen maar niks. Als toemaatje hadden ze nog een onweer voor mij in petto. Ik kreeg de resterende ijsblokken van gisterenavond naar mijn hoofd gekegeld. Verfrissend maar vrij pijnlijk. Behoorlijk stuk bereikte ik na 7u30min fietsen Fruita in Capitol Reef National Park.

 

Capital Reef National Park

Ik heb er eigenlijk bijna niets van gezien maar dat neemt natuurlijk niet weg dat ik er al een mening over heb. Capitol Reef is een mengeling tussen natuur en indianencultuur. De natuur kan je vergelijken met de Alpen maar dan in lichtbruine i.p.v. lichtgrijze tinten. De cultuur kan je helaas met niks meer vergelijken, de indianenhuisjes en -schooltjes die ik heb gezien, waren pijnlijk kapot gerenoveerd. Om één voorbeeld te geven: alle gebouwtjes waren voorzien van gewapend glas. Tja, dan hoeft het voor mij al eigenlijk niet meer.

 

21/08/2004   Fruita – Boulder

Van bij het begin van de etappe was het duidelijk dat ik vandaag met een aantal factoren zou moeten rekening houden. Ten eerste: de benen, deze wisten de extra kilometers van gisteren duidelijk niet te appreciëren draaiden dan ook behoorlijk vierkant. Ten tweede: de hellingshoek, oplopend en dit voor de hele dag, zou later blijken. Ten derde: de wind, de eerste maand had ik behoorlijk wat geluk met de windrichting maar de laatste weken is daar toch verandering ingekomen. En omdat Meirhaeghe en Vdb nog steeds niet zijn komen opdagen, kan ik al het werk voor mijn rekening nemen. Gelukkig passeerde ik vrij snel een benzinestation. Tijd voor een koffie en een Snicker, iets gezonders was er niet te vinden. Nog een halfuurtje later fietste ik door Torrey, tijd voor een volgende stop. Nu nuttigde ik een croissant en een halve liter fruitsap. Daarna fietste ik naar Grover. Doordat dit meer zuidwaarts was gelegen, was ik bijna volledig van de factor wind verlost, de factor helling vond echter dat dit gecompenseerd moest worden. Tijdens een nieuwe stop was mijn oog op een witte plek in de achterband gevallen (gelukkig vond ik ze snel terug), het rubber bleek over enkele vierkante centimeters compleet verdwenen. Oeps, en ik had geopteerd om geen reserveband mee te nemen, gewichtsbesparing weet je wel. Enkele kilometers verder passeerde ik een camping en besliste ik om een bandenwissel door te voeren, zo zou de gehavende band toch minder worden belast. De wissel verliep vlekkeloos totdat ik mijn banden moest oppompen, het darmpje van de pomp bleek lekgeslagen. Leveranciers van fiets- en ander materiaal die hun gerief eerst willen testen voordat ze het op de markt brengen, kunnen dit steeds opsturen naar Wim Allegaert / Amerika. Geen paniek echter, op de kampeerplaats vond ik iemand met een compressor en zo werden de banden zonder menselijke inspanning met lucht gevuld. Terzelfder tijd had ik ook geïnformeerd naar het verdere parcours (even ter zijde, zou het geen leuk idee zijn om een Tour de France te organiseren zonder dat de renners vooraf weten wat hen die dag te wachten staat?) dit bleek niet mals te zijn. Er moest nog 10 miles worden geklommen en dan zou ik me op Mount Boulder bevinden, 9400 feet alstublieft, en ik wist weer van niks. Dit is het hoogste punt van de trip tot nog toe en eveneens het hoogste punt dat ik ooit per fiets heb bereikt, tenzij Col de la Bonette nog net enkele meters hoger is. Maar in Zuid-Amerika komen er natuurlijk nog cols van een ander kaliber. Na de klim kon ik nog een uurtje in de regen afdalen. In augustus, al klappertandend door Utah, wie had dat gedacht. In Boulder vond ik geen officiële camping maar wel een mooie bush-kampeerplaats, dat was ook alweer een tijdje geleden.

 

22/08/2004   Boulder – Kodachrome State Park

Tijdens de nacht was de hemel terug opengetrokken en doordat ik me nog steeds op zo’n 7000 feet bevond, stond dit garant voor een ijskoude morgen. De natuur liet zich echter nog ‘ns van zijn mooiste kant zien. De weg van Boulder naar Escalante verliep enkele miles over een spectaculaire crête. In Escalante vond ik een gezellige coffeeshop met een connectie naar de virtuele wereld. Om 10u ’s morgens nuttigde ik er ook een overheerlijke milkshake. Toen ik na mijn pauze verder fietste, ontwaarde ik in de verte een fiets. Het bleek een tandem te zijn met daarop een sympathiek Zwitsers koppel. Ze waren van plan om gedurende 3 maanden West-Amerika te doorkruisen. Ze beschikten o.a. over een veel betere kaart dan ik en ik maakte van de gelegenheid gebruik om de cols voor de komende dagen te noteren. Verder volgden ze hetzelfde strakke dieet. Op den buiten pasta met tonijn of kip en in verstedelijkt gebied fastfood van McDonalds of Taco Bell. Toen ik mijn weg verderzette, had de wind precies nog een tandje bijgestoken. Omdat mijn benen ook al behoorlijk vermoeid aanvoelden, borg ik mijn plan om vandaag al tot in Bryce te fietsen snel op. In Cannonville was er een alternatief, of beter in de buurt van. Want in Cannonville zelf was er een KOA camping, met als gevolg dat er niet in het stadspark mocht gekampeerd worden. 23$ wil ik echt niet meer spenderen aan enkele vierkante meters gras voor een nacht dus fietste ik naar Kodachrome State Park. Dit State Park was zo’n 10 miles oostwaarts gelegen, een kampeerplaats kostte er 14$. Mocht ik een prof zijn, dan zou ik mijn contract toch laten aanpassen, 2×10 miles fietsen voor 9$. Compleet uitgeteld bereikte ik mijn eindbestemming voor vandaag. Maar dan echt compleet uitgeteld. Ik nuttigde eerst 3 (drie) blikjes cola en sleepte me dan richting douche. Na de douche werd ik bij een bejaard echtpaar uitgenodigd om mijn verhaal te doen, de frisse cola aanvaardde ik in dank. En toen was het tijd voor het eerste trip-dip-moment. Ik was van plan om deze avond mijn foto’s van mijn memory-cards naar mijn Archos mp3 player over te kopiëren. Dit elektronische speeltje is niets meer dan een harde schijf van 20Gb waarop ik, zonder behulp van een pc, mijn foto’s kan plaatsen. Dit had ik tot nog toe al vele keren vlekkeloos uitgevoerd maar deze avond wou mijn Archos niet meer opstarten. Ik heb tot in de vroege uurtjes naar oplossingen zitten zoeken om het ding terug aan de praat te krijgen maar zonder resultaat. De kans dat ik al het originele fotomateriaal van de voorbije 2 maanden ben kwijtgespeeld, is helaas vrij groot. Ik weet wel dat ik alles in het echt heb gezien maar op dit moment is dat maar een magere troost.

 

23/08/2004   Kodachrome State Park – Bryce Canyon

Op weg naar Cannonville verscheen km 5000 op mijn teller, en dit in exact 8 weken. Al zeg ik het zelf, toch niet zo slecht gefietst. In Cannonville pleegde ik een telefoontje naar Bike Unlimited in St-George. Bij MovingStore Gent maken ze momenteel een pakketje voor me klaar dat ze naar ginder zullen versturen. Normaal kom ik daar zaterdag langs, dan kan alles gemonteerd en gewisseld worden. Voor internet acces moest ik tot in Tropic fietsen. 10$ voor 20 min online op een linux-machine, je kan hier nog steeds goede zaken doen met het internet-gebeuren. Ik pleegde een mailtje naar Archos i.v.m. het falen van mijn mp3-speler en daarna zocht ik het adres op waarnaar ik het toestel voor reparatie kon opsturen. De vriendelijke en behulpzame postbeambte hoopt samen met mij dat het beeldmateriaal kan gerecupereerd worden. Inderdaad dezer dagen hou ik me meer bezig met dispatching dan met het fietsen zelf. Door heel het Archos-gedoe had ik ook behoorlijk wat koppijn gekregen, het positieve gevolg daarvan was dat het gewicht van mijn uitgebreide medicijnenkast naar beneden werd gehaald, en wel met 3 gram. Misschien is iedere 2 maanden een trip-dip-moment nog niet zo’n slechte score. Alleen als het telkens het fotoarchief betreft, zal er weinig tastbaars overblijven van de movingsouth-trip. Na het praktische geregel moest ik nog een 20-tal kilometer fietsen tot ik in Bryce Canyon was. Onderweg kreeg ik hier en daar al een voorsmaakje van wat mij te wachten stond. Eenmaal in Bryce begaf ik me onmiddellijk naar het Sunset Point. Het was bijlange nog geen sunset maar het amfitheater zag er ook op dit uur van de dag indrukwekkend uit. Ondertussen werden blijkbaar hier en daar mensen ingehuurd om mijn moral terug op te krikken. Zo hoorde ik een Frans koppel zeggen: “il est vraiment musclé…” Fijne mensen die Fransen, ze noemden me nog net geen Hoodoo. Wat een Hoodoo is? Wel volgens de Bryce-infobrochure: “a pillar of rock, usually of fantastic shape, left by erosion”.

 

24/08/2004   Bryce Canyon – rustdag

De dag – rustdag – waardig begonnen. Ik was van plan om deze morgen de zonsopgang te bekijken vanop Sunrise Point maar in plaats daarvan heb ik me nog ‘ns omgedraaid. Morgen heb ik een nieuwe kans. Na het ontwaken ben ik in het winkeltje de krant gaan halen. Deze van vandaag was er nog niet en de winkelbediende keek nogal vreemd toen ik me tevreden stelde me een exemplaar van gisteren. Maar wanneer je bijna 2 maanden aan het rondfietsen bent, maakt nieuws van gisteren, vandaag of morgen eigenlijk niet zoveel meer uit. De enige actie van vandaag bestond uit een anderhalf uur durende hike tussen de Hoodoos. Deze zien er van dicht ook best aardig uit. Indrukwekkend hoe regen, ijs en wind die zandsteen zo kunnen vormen. Voor de rest heb ik nog behoorlijk wat uren geslapen vandaag. Zou ik getroffen zijn door het Nijl-virus of gewoon uitgeput na enkele dagen intensief fietsen? In de loop van de middag slaagde ik er ook nog in om de file met de trip-logs van de voorbije dagen te overschrijven. Goed voor enkele uren extra werk.

 

25/08/2004   Bryce Canyon – East Zion Mukuntuweap RV Park

Deze morgen was ik wel op tijd voor de sunrise. Veel volk was er op dat uur van de dag nog niet aanwezig, wellicht hadden ze allen een rustdag gepland. In alle rust de zon zien opkomen boven Bryce Canyon, het heeft wel iets. Na het rusten van gisteren moest ik vandaag klaar zijn voor een nieuwe 100 km zuidwaarts. Op mijn linker kuit na reageerden alle onderdelen van mijn benen vrij enthousiast. In Red Canyon kreeg ik zowaar een fietspad ter mijne beschikking, het was de 3e strook van enkele miles sinds ik in de Verenigde Staten ben. Daarna compenseerden ze het ruimschoots door me tientallen miles over een smalle shoulder met losse gravel te sturen. Angstvallig laveerde ik mijn gehavende voorband tussen de steentjes. De Highway 89 was duidelijk drukker dan de afgelegen wegen waar ik de voorbije dagen op fietste, maar tot in Las Vegas zijn er helaas weinig alternatieven voorhanden. In één van de stadjes onderweg hoopte ik een internetverbinding te vinden maar helaas aan de moderne wereld doen ze hier voorlopig nog niet mee. In Mount Carmel Junction vond ik wel een telefooncel. Via een collect call belde ik Els op zodat we nog het één en ander konden afspreken voor haar bezoek aan de movingsouth-expeditie. Ik zweeg vooral over het gebrek aan inzet voor mijn Spaanse studie. Els vertelde me eveneens dat MovingStore Gent het pakket morgen per koerier zal versturen, als de zending vlot verloopt, kan ik zaterdag bij Bike Unlimited in St-George alles monteren. Eigenlijk was ik van plan om in Mount Carmel Junction in het RV park te kamperen maar om 18u30 bleek plots dat dit toch niet kon i.v.m. wetgeving ofzo. Ik had de keuze, 2 miles terug of 11 miles verder fietsen, omdat terug nooit een optie is, begon ik aan een bergtijdrit tegen de zon. 19 km bergop in anderhalf uur was de opdracht, want rond 20u wordt het hier donker. Gelukkig viel het stijgingspercentage best mee en zo won ik met 15 min voorsprong de tijdrit, net voldoende om mijn tent op te zetten.

 

Bange blanke man

Tot nog toe ben ik zeer mild geweest voor mijn Amerikaanse broeders maar één iets moet me ondertussen toch van het hart: de meeste mensen hier zijn o zo bang. Ze hebben schrik of voor de law, of voor virussen, of voor elkaar, … Enkele voorbeelden om mijn indruk toch enigszins geloofwaardig te maken. Verschillende mensen drukten me hier al op het hart dat ik zeer alert moest zijn voor het Nijl-virus. Wel, wanneer je als gezonde volwassene gestoken zou worden door een Nijl-mug dan hou je daar in het ergste geval enkele dagen een grieperig gevoel aan over, niets om over naar huis te schrijven dus. De overheid slaagt er zonder problemen in, door het verspreiden van affiches met monsterachtige-muggen, de bevolking nog banger te maken. Op deze manier kunnen ze natuurlijk de verspreiding van tonnen giftige pesticide rechtvaardigen. Een ander voorbeeld, ik kon daarstraks niet op het RV-park blijven overnachten omdat de eigenaar, volgens de wet, niet over voldoende sanitair beschikte. Mocht je in België ergens willen betalen om te overnachten dan denk ik niet dat de terreineigenaar van dienst zich zou afvragen wat de overheid daarvan zou kunnen denken. En zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan. Het valt op deze manier misschien ook te verklaren waarom zovelen hier gewapend rondlopen. Daarover nog een “grappige” anekdote, de visser die me over de barely hilly weg naar Price stuurde, had zo ongelofelijk graag ook ‘ns met zijn motor door Canada gereden maar dat was voor hem onmogelijk. Toen ik vroeg waarom, antwoordde hij doodserieus dat hij met zijn 3 revolvers nooit de grens zou over geraken.

 

26/08/2004   Mukuntuweap RV Park – Zion South campground

Door de (gewonnen) klimtijdrit van gisterenavond was het aantal te fietsen kilometers voor vandaag bijna nihil. Om 9u30 was ik al op de South Campground in Zion een stekje aan het zoeken, niet eenvoudig als zowat iedereen nog ligt te slapen. Van alle kampeerplaatsen die ik in de nationale parken heb bezocht, is dit met voorsprong de duurste: 16$ voor een kampeerplek met zeer geringe sanitaire voorzieningen. In Glacier en Grand Teton was het slechts 3$, in Yellowstone 6$ en in Bryce 10$, je zou denken “nationaal” dan zal dat wel in heel de natie hetzelfde zijn maar zo werkt het hier precies niet. Nadat ik uitgepakt was, nuttigde ik voor de 2e maal een ontbijt, dit wordt stillaan een traditie. En dan was ik klaar voor wat hiking in Zion. Hiking klinkt vrij spectaculair maar dat hoeft het hier niet per se te zijn, ‘ns voor 5 min de benen strekken, wordt in deze contreien ook al hiking genoemd. Ik pikte er de tocht naar de Hidden Canyon uit, in de info-brochure hadden ze het over een ‘strenuous walk’ van 3 uren. Het vertrekpunt lag enkele miles verderop maar met de gratis shuttle kan je je hier in Zion zeer eenvoudig verplaatsen. Uiteindelijk bleek het grootste probleem mijn conditie te zijn, neen deze liet me niet in de steek – integendeel – maar doordat het zo vlot ging, had ik niet door dat ik na 45 min al op mijn eindbestemming was. Het pad liep ook verder dus was ik me van geen kwaad bewust, alleen moest er plots zo nu en dan een obstakel al klimmend overwonnen worden. De eerste hindernissen gingen nog vrij eenvoudig maar plots werd het me toch iets te link en haalde ik de kaart boven – daarop las ik dat het officiële pad stopte aan de ingang van de canyon, ach zo. De weg terug bleek nog iets moeilijker te zijn maar uiteindelijk bereikte ik zonder kleerscheuren terug de bushalte. Toen ik terug op de camping was, kwamen de buren ‘ns langs om goeiendag te zeggen. Blabla … mijn reisverhaaltje kan ik ondertussen in voor iedereen verstaanbaar Engels aframmelen blabla …. Uiteindelijk kreeg ik een balpen cadeau met volgende inscriptie: ” That whoever believes in Christ shall not perish, but have eternal life. John 3:15 “. Haha, wel als ik mag kiezen, geef me dan maar die vodka-pineapple met de massage, dat eeuwige leven daar denk ik zo ondertussen het mijne van. Den Duits Ik bevind me ondertussen een 2-tal weken in Utah en vind het mijn plicht om jullie van hieruit melden dat dit gebied door de Duitsers werd geannexeerd, volgens mij is Utah gewoon een nieuwe deelstaat van Die Bundesrepublik. Doordat alle Amerikaanse militairen nog steeds in Irak zitten, hebben ze het hier gelukkig zelf nog niet door. Dat je de Duitsers in een park als Zion terugvindt, valt nog enigszins te verwachten 🙂 maar ze zitten echt overal in Utah, de voorbije weken hoor ik niks anders meer dan die verschrikkelijke (sorry Katie) Deutsche Sprache.

 

27/08/2004   Zion South Campground – St-George Settlers RV Park

Voor vandaag was er andermaal een rustige fietsdag gepland, het is zo’n beetje uitbollen naar mijn vakantie. Wanneer je Zion langs de south-exit verlaat, word je nog getrakteerd op enkele spectaculaire bergzichten. Als hiker kan je je hier zonder probleem enkele weken zoet houden. Net voor ik Hurricane binnen fietste, kruiste een andere bepakte fietser mijn weg. Het bleek een Fransman te zijn maar echt sympathiek kwam hij niet over, volgens mij waren er wat kosten aan. Luisteren kon hij in elk geval niet, hij was vol van zijn eigen onderneming. Ik spendeerde er dan ook niet veel tijd aan en zette mijn tocht verder. In Hurricane zou ik nog ‘ns een website-update doorvoeren maar de mannen van de security dachten daar anders over. Ze hadden er niets beters op gevonden dan alle usb-poorten te blokkeren. Zo kan ik het ook, wanneer je de stroomvoorziening blokkeert, heb je volgens mij pas echt goede security. Dus fietste ik verder naar St-George. Daarvoor moest ik 20 miles de Interstate 15 trotseren, zeg maar een stevige versie van de E40 tussen Aalst en Ternat. Dit was maar een voorsmaakje want wanneer ik mijn weg naar Las Vegas voortzet, mag ik nog 120 miles op deze autostrade fietsen, echte alternatieven zijn er niet voorhanden. In St-George werd ik eerst een beetje overrompeld, zoveel drukte na alle rust van de voorbije maanden. Maar ik paste me snel aan en gebruikte mijn fietskoerier-ervaring om door het stadsverkeer te laveren. In de bibliotheek was het deze keer geen probleem om mijn update uit te voeren. Daarna zocht ik Bikes Unlimited op, helaas bleek het pakketje van MovingStore nog niet aangekomen. Hopelijk morgen meer geluk. In St-George bleek er geen camping te zijn maar er was wel een RV-park. Deze was dit keer op sanitair vlak wel voldoende uitgerust om mij een plaatsje te mogen geven. Meer zelfs, voor slechts 10$ per nacht mag ik ook van het zwembad gebruik maken. Als dat geen vakantie is.

 

6/09/2004     De autovakantie-triplog

Intro

Vooraleer ik autogewijs met Els door Utah ging cruisen, had ik nog enkele fiets technische zaken te regelen. Het herstelpakket van MovingStore bleef vrijdag echter in het UPS-depot in Salt Lake City hangen en op zaterdag leverden de “sprint-koeriers” niet, dus werd het knutselen noodgedwongen enkele dagen uitgesteld. Ik verdeelde mijn beschikbare vrije tijd hoofdzakelijk tussen het zwembad, de bib en fastfood restaurants. Op zaterdag bracht ik nog een bezoek aan kapper Richard, ik opteerde voor een aerodynamische coupe die me de komende weken weinig tot geen extra werk zou bezorgen. Maandagmiddag was het zover. Bike Unlimited had het pakketje ontvangen en ik kon gaan sleutelen. Het nieuwe achterwiel ziet er veelbelovend sterk uit en de aangevoerde Continental Sporttouring banden beschikken over een stevige rubberlaag. Uiteindelijk heb ik bij Bike Unlimited ook nog Schwalbe Marathon XR’s banden besteld, vanaf Mexico zal ik op die touring-banden verder fietsen. De bagagedrager installeren, bleek echter een ander paar mouwen te zijn, op mijn aanraden hadden ze bij MovingStore de montage getest. Dit bleek voor hen geen probleem te zijn, na de montage hadden ze alles in een plastic zak verzameld en doorgestuurd. Alles behalve de montage-handleiding 🙂 Ik riep Mike, de plaatselijke mecanicien, ter hulp maar hij zag het zo ook niet onmiddellijk, na een halfuur gesleutel kregen we de bagagedrager uiteindelijk op een aanvaardbare manier rond de voorvork. Onderweg had Mike wel de draad van één van de essentiële bevestigingsbouten beschadigd. Na het sleutel-moment begaf ik me met spoed naar het motel alwaar Els een halfuurtje later neerstreek. Het was een blij weerzien. ’s Avonds bezochten we de Taco Bell. Dat was ondertussen al mijn 4e dag fastfood, ik was een mooie reeks aan het neerzetten. Daarna gingen we nog ‘ns gezellig naar de plaatselijke brico, ik zocht en vond er het noodzakelijke bagagedrager-herstelmateriaal. De volgende dag leverde ik na de finetuning mijn fiets voor een weekje af in het Settlers RV-Park. Het weekje autovakantie kon beginnen. Onze eerste stop was de Wall-Mart, we schaften er ons naast een exuberante hoeveelheid voedsel en drank ook 2 opvouwbare stoelen (met cup holder) en een frigobox aan, een investering die zich in 30 dagen zeker moest terugverdienen.

 

Grand Canyon

De Grand Canyon ligt een goede 100 miles ten zuidoosten van St. George. Met de fiets zou het een stevige inspanning geweest zijn, maar vanop de passagierszetel van de Chevy Classic viel het nogal mee. Mijn rug en achterwerk moesten zich even aanpassen aan de nieuwe omgeving maar met een goede airco, het nodige voedsel en dito drank binnen handbereik verliep deze aanpassing bijzonder vlot. In de Grand Canyon werden enkele brandjes gecontroleerd brandend gehouden, maar die zorgden er helaas voor dat we op de meeste viewpoints doorheen een rookgordijn moesten kijken. Niettemin, die Grand Canyon is echt wel groots. Veel te groot om ook maar enigszins bevredigend in foto’s vast te leggen. We reserveerden ons een kampeerplaats op de camping van de North Rim. In de vooravond bracht een gepensioneerde Amerikaan nog een fijn spektakel, hij was in zijn immense muskietentent met een vliegenmepper aan de slag. Kamperen, een fijne tijdsbesteding.

 

Antelope Canyon

Op donderdag, onderweg naar Antelope Canyon, werden we andermaal door de toeristische dienst van Amerika getrakteerd, ze hadden voor ons de Vermillion Cliffs uitgestald, honderd kilometer rode rotsen onder een staalblauwe hemel. Antelope Canyon bevindt zich in Navajo-land. De indianen vonden het een gepast moment voor pay-back time, 42$ voor een uur kijkplezier. We werden in een pick-up naar de canyon gereden, onderweg werd een Chinese bompa door de wind van zijn pet beroofd. Ik was nog geen 2 minuten in de canyon of ik was de afzetterij al lang vergeten, geniaal lichtspel in een smalle, diepe canyon. Zand en regen hadden er door de jaren heen voor gezorgd dat alles van een vloeiend lijnenpatroon was voorzien.

 

Lake Powell – Lone Rock

Diezelfde namiddag zochten we ons een kampeerplaats aan Lake Powell, stiekem hoopte ik terug op vodka-pineapple maar deze keer werd het niks. Het lake was hier wel nog ruimschoots van water voorzien. Een frisse duik was dan ook een aangename tijdsbesteding. Voor de rest was het vooral een winderige bedoening, dat dit slechts een voorsmaakje was voor de volgende dag wisten we toen nog niet.

 

Monument Valley

Vrijdagochtend, onderweg naar Monument Valley, kruisten we een wereldfietser, luid claxonnerend moedigden we de eenzame fietser aan, hij genoot zichtbaar van onze aandacht. Toen we op onze bestemming uitstapten, werden we door de wind gezandstraald, even waanden we ons monuments in opbouw. Het “achtste wereldwonder” was adembenemend, in de verte zagen we zelfs John Wayne te paard.

 

Goosenecks

Via Mexican Hat, een stenen toren die maar niet wil omvallen, bereikten we Goosenecks. Hier had de San Juan rivier zich door de jaren heen een serieuze omweg door de rotsen gemeanderd, alweer een mooi natuurspektakel.

 

Canyonlands

Via de Taco Bell van Blanding reden we ’s anderendaags (in de regen) naar Canyonlands. Onderweg stopten we even bij Newspaper Rock, een rots vol indianen-droedels, ofte graffiti van toen het nog mocht. In de zuidkant van Canyonlands kregen we potholes en needles te zien. De potholes zijn putten in de rots waar bij regen voor enkele dagen water wordt opgeslagen, goed voor micro-organismen en enkele mooie foto’s. De needles hebben, zoals de naam doet vermoeden, iets weg van een uitvergroot speldenkussen. Daarna gingen we Canyonlands nog ‘ns bekijken vanaf Dead Horse Point. We zagen hier terug hoe de Colorado zich verschillende verdiepingen naar beneden had gemeanderd. Ooit stortten Thelma en Louise zich hier naar beneden. Canyonlands blijft mijn absolute favoriet, de canyons zijn er beter te vatten dan die in Grand Canyon.

 

Bryce Canyon

Daarna reden we via Green River richting Bryce Canyon. Zaterdagavond vond ik, na een kleine rondvraag, wel het aangeprezen burgerrestaurant (Ray’s – voor de liefhebbers van het betere beef). De nacht spendeerden we in mijn geliefkoosde Green River State Park camping, alwaar een hond de linker achterkant van onze tent afbakende als grens van zijn territorium. De volgende dag werd het een lange zondagse autorit, ik verdeelde mijn tijd tussen slapen en een handboekje Mexicaans Spaans. Als een volleerde Japanse gids loodste ik Els doorheen de hoodoos van Queens Garden en Wall Street. De licht omstandigheden waren ditmaal wat aangepast, de hoodoos zagen er daardoor nog feller oranje uit. Na het zien van het fastfood restaurant beslisten we deze keer dat we toch zelf gingen koken. We opteerden voor een gezond menu: home-made taco’s. We waren klaar om de koude nacht te trotseren, of beter dat dachten we. Twee stevige slaapzakken en een fleece deken konden ons amper beschermen tegen de vrieskou. Zelfs de Nutella choco was onder de indruk.

 

Zion

De laatste stop van de autotrip werd Zion. Voor we de eigenlijke scenic canyon binnenreden, nam ik een foto van Checkerboard Mesa, een mooie rots in schaakpatroon. Daarna reden we door richting South Campground, we reserveerden dezelfde plaats als die waar ik 10 dagen terug op stond. Dat honkvaste gedrag krijg je er blijkbaar zo snel nog niet uit. De Zion-wandeling bestond deze keer uit een bezoek aan Emerald Pools. Lower, middle en upper pool, er wordt op geen inspanning meer of minder gekeken. Morgen begeven we ons terug naar St. George. Indien de fiets er nog staat, peddel ik woensdag richting Las Vegas, benieuwd hoe de benen de autotrip verteerden. Intussen vraag ik me ook af hoe het zou zijn met Eva uit ‘Thuis’ – heeft ze het schokkende nieuws al een beetje verwerkt?

 

8/09/2004     St-George – Bunkerville

Vandaag kon er terug gefietst worden. Een eerste gevolg daarvan was dat ik iets vroeger uit de veren moest, zo hoopte ik de warmte wat voor te blijven. Tot in San Diego kan ik dus op een assistentievoertuig rekenen maar voor alle duidelijkheid: ik speel het spel eerlijk en sta dus nog steeds zelf in voor het vervoer van al mijn bagage (behalve de frigobox en de strandstoelen dan). Die bagage wordt vanaf nu wel verdeeld over mijn voor- en achterwiel, de bob-yak zit voorlopig opgeborgen in de koffer van de Chevy Classic. Kandidaat-kopers kunnen steeds een bod uitbrengen per mail. Ik was natuurlijk goed uitgerust na een weekje autovakantie maar het verschil tussen fietsen met of zonder bob-yak was wel bijzonder groot. Het was precies alsof ze het touw hadden doorgesneden waaraan een klein mannetje voortdurend stond aan te trekken. De tassen aan het voorwiel belemmerden wel mijn (al gebrekkige) stuurvaardigheid maar misschien komt daar nog beterschap in. In elk geval ben ik na 1 dag fietsen behoorlijk opgetogen over de doorgevoerde bagage-herschikking. De eigenlijke fietstocht bracht me van St. George via Snow Canyon tot in Bunkerville. Het eerste deel was een rustige weg doorheen een glooiend landschap, de sneeuw was blijkbaar wel al een tijdje verdwenen, ik kon rekenen op 102 graden Fahrenheit. Onderweg hoopte ik op een gekoelde bevoorrading vanuit het assistentievoertuig maar wegens communicatiestoornissen ging dat de mist in. Na nog een 8-tal mijl op Highway 15 te hebben gefietst, bereikte ik Mesquite, de geplande aankomstplaats voor vandaag. Na wat over en weer ge-sms vond ik Els terug aan de bibliotheek. Ze had het geweldige nieuws dat er nog wat gefietst kon worden wegens geen camping. Uiteindelijk viel de extra afstond nog mee, we beslisten nl. om een 3-tal mijl verder onze tent in het stadspark van Bunkerville op te slaan. Bunkerville ligt in Nevada, daarmee zijn we ook een tijdszone opgeschoven. Wij komen nu 9u achter t.o.v. van jullie in België.