• DSC04125
  • DSC04142
  • DSC04155
  • DSC04171
  • DSC04188
  • DSC04196
  • DSC04199
  • DSC04213
  • DSC04221
  • DSC04238
  • DSC04238_IMG_3733
  • DSC04238_IMG_3743
  • DSC03680
  • DSC03702
  • DSC03712
  • DSC03716
  • DSC03720
  • DSC03731
  • DSC03757
  • DSC03791
  • DSC03796
  • DSC03801
  • DSC03803
  • DSC03813
  • DSC03841
  • DSC03842
  • DSC03847
  • DSC03862
  • DSC03867
  • DSC03885
  • DSC03887
  • DSC03890
  • DSC03907
  • DSC03988
  • DSC04005
  • DSC04049
  • DSC04052
  • DSC04089
  • DSC04109_IMG_3651
  • DSC04115
  • DSC04116
  • DSC04122
  • DSC04123

Bolivië

 

22/02/2005   Copacabana – Huarina

85 km – 4u35min – gem. 18.5 km/u

Deze morgen kropen we na het ontbijt terug in bed, inderdaad het regende. Rond 9u bleken de weersgoden ons gunstiger gezind en maakten we ons klaar voor een nieuwe fietsdag langs lago Titicaca. We verlieten Copacabana op een stijgende weg. Na een uur klimmen bevonden we ons op 4250 meter hoogte, ondertussen werden we links en rechts getrakteerd op schitterende zichten over lago Titicaca. In Tiquina waren we terug op meerniveau, we werden er per ‘boot’ naar de andere oever overgezet. De motor liet het halverwege afweten, maar een snelle ‘bougie’-reiniging bracht gelukkig soelaas. Sinds we ons op Boliviaans grondgebied bevinden hebben we de indruk nogal koel, verlegen onthaald te worden door de meeste inwoners. Vreemd hoe een lijn op een kaart voor zo’n wijziging kan zorgen. Een ander opvallende wijziging tov Peru zijn de infoborden met (gegokte?) afstanden tot nabijgelegen steden. Toen we in de loop van de middag op zo’n bord lazen dat de afstand tot La Paz nog steeds 100 kilometer bedroeg, besloten we onze ambities wat te matigen. La Paz zal voor morgen zijn. We hielden halt in het 4 **** hotel Titikaka, dit bleek goedkoper te zijn dan een KOA-campground in de Verenigde Staten. De sauna en kamer met zicht op, jawel, lago Titicaca hadden het gewenste ontspannende effect.

 

23/02/2005   Huarina – La Paz

84 km – 3u54min – gem. 20.8km/u

Deze morgen waren Niklaus zijn eerste woorden: “Misschien zou ik vandaag wel liever gewoon op kantoor zijn.” Bij mij zal het hiervoor toch nog iets harder moeten regenen 🙂 We bleven wachten tot 10u, maar dit bleek een zinloze onderneming, vandaag zou er in de regen gefietst worden. Alle lichaamsdelen wist ik behoorlijk tegen vocht en koude te beschermen. Alle, behalve mijn voeten. Voor het eerst op deze trip geraakten deze serieus onderkoeld. Dit koudegevoel werd echter snel weggerelativeerd toen ik een herderin blootvoets op stap zag met haar kudde schapen. Blootvoets op 4000m hoogte in de regen en bij temperaturen rond het vriespunt. Primaire levensbehoeften, ooit was dit een abstract begrip uit de lessen economie . Een tiental kilometer voor El Alto kruiste een verse wereldfietser ons pad. Het was een vrouwtje. Virginie, een bevallige Française, is solo op weg richting Alaska. Als je het mij vraagt, een behoorlijk moedige onderneming. Vanaf El Alto begon de chaos terug. Collectivo’s, bussen en taxi’s zwalpten van links naar rechts over de weg op zoek naar klanten. De zwakke weggebruiker wordt hierbij bij voorkeur genegeerd. De politie stuurde ons op een voor fietsers verboden tolweg La Paz in. Het indrukwekkend zicht op de Boliviaanse hoofdstad was goed voor de enige foto van de dag.

 

24/02/2005   La Cumbre – Coroico

63 km – 2u30min – gem. 25.4 km/u The world’s most dangerous road

De langste downhill ter wereld, ik had er enkele jaren terug ‘ns een artikel over gelezen in het tijdschrift ‘Fiets’. Over een afstand van 60 km fiets je vanaf de bergpas La Cumbre (4750m) naar de jungle in Coroico (1200m), onderweg passeer je in sneltempo de verschillende vegetatiezones. In mijn Footprint hadden ze het over een unieke natuurervaring. Omdat Niklaus deze afdaling ook op zijn verlanglijstje had staan boekten we ons downhill-arrangement bij de plaatselijke touroperator. Op zoek naar wat extra info over de downhill surfte ik gisterenavond nog wat rond op het net. Ik stelde er vast dat het toch niet allemaal rozengeur en maneschijn was. Op de weg van La Cumbre naar Coroico verongelukten de afgelopen jaren gemiddeld 100 mensen per jaar. De meeste slachtoffers zijn inzittenden van gemotoriseerde voertuigen die de afgrond insukkelen. Maar ook bij mountainbikers kan het fout lopen. Afgelopen januari miste een mountainbikster een bocht, ze overleefde het niet. Dit alles zorgde ervoor dat ik de afgelopen nacht enkele uren wakker lag. Waarom zou ik me vrijwillig op deze dodenweg wagen? Omdat ’s nachts alles net iets erger lijkt dan ’s morgensvroeg begaf ik me deze morgen samen met Niklaus naar onze plaats van afspraak. Ik kon er vaststellen dat velen van de andere deelnemers helemaal niet van het sportieve type waren, er waren duidelijk geen voorwaarden aan de deelname verbonden. Na een uurtje gemotoriseerd klimmen bereikten we La Cumbre. De andere deelnemers kregen er een fiets toegestopt, de meeste fietsen zagen er net iets minder uit dan deze die we bij de touroperator te zien hadden gekregen. Na een korte ‘uitleg’ over versnellingen en remmen kon de eigenlijke afdaling beginnen. De eerste 15 kilometer was geasfalteerd, we reden in groep aan 50 à 60 km/u naar beneden. Ik vond dit een verantwoorde snelheid, maar ik weet niet of dit voor alle andere deelnemers ook zo was. Na een korte klim bereikten we het einde van het geasfalteerde gedeelte. Vanaf nu moesten we verder over een in de steile bergwand uitgekapte dirt-road. Ondertussen bleek dat sommige van de fietsen niet geheel volgens de verwachtingen functioneerden, niet werkende schijfremmen bijvoorbeeld. De dirt-road afdaling reden we in groep voorzichtig en verantwoord traag naar beneden, dit was geen overbodige luxe daar deze weg ook intensief door bussen en trucks wordt gebruikt. De omgeving was best spectaculair maar ik kon er niet van genieten. Het waren vooral de vele memorials langs de kant van de weg die mijn aandacht trokken. Toen de gids ook nog ‘ns halt hield bij zowat iedere plaats waar een bus of truck de dieperik in ging had ik er snel genoeg van. Meermaals vroeg ik me af wat ik hier juist kwam zoeken. Op het einde van de afdaling zag ik de personen van een andere downhill-groep rondwandelen in t-shirts met het opschrift: ‘I survived the world’s most dangerous road’. Als je het mij vraagt, behoorlijk ongepast. Vanuit Coroico moesten we dan busgewijs de hele weg terug naar boven, gelukkig bleek onze chauffeur geen macho te zijn. Net na La Cumbre passeerden we een ongeval, ook vandaag was er terug een bus de dieperik ingegaan. Het was me ondertussen al een tijdje duidelijk: mijn uitstap van vandaag was behoorlijk stupide en onverantwoord. Om af te sluiten met een positieve noot. Sinds enkele jaren werken ze aan een nieuwe veiliger weg van Cumbre naar Coroico. Als alles volgens plan verloopt zal deze eind augustus geopend worden.

 

25/02/2005   La Paz – Patacamaya

108km – 5u30min – gem.19.6 km/u

La Paz ligt op een hoogte van 3600 meter, de altiplano op gemiddeld zo’n 4000 meter dus moest er deze morgen eerst een uur geklommen worden. In El Alto wist een krantenventer mij te vertellen dat bij het busongeluk gisterenavond op La Cumbre 2 mensen waren omgekomen. De bus telde meer dan 30 inzittenden. Is dat dan goed of slecht nieuws? Op 4000 m was het behoorlijk koud deze morgen, gelukkig kregen we in de loop van de middag de zon te zien. Jos Verwaest, de fietsende Vlaming die ik hopelijk één van de volgende dagen te pakken/te zien krijg, waarschuwde me voor tegenwind op dit traject maar de wind blaast op de altiplano blijkbaar niet steeds uit dezelfde richting 🙂 Mijn veralgemening van enkele dagen terug over de geslotenheid van de Bolivianen bleek – zoals de meeste veralgemeningen – behoorlijk fout te zijn. De bewoners van de Boliviaanse altiplano waren vandaag bijzonder spontaan en enthousiast. Net voor Patacamaya kruisten 3 fietsende Britten ons pad. Vele fietsers hebben La Paz blijkbaar op hun route liggen. Meer info op www.southamerica5000.org

 

26/02/2005   Patacamaya – Oruro

132 km – 6u00min – gem. 21.9 km/u

Deze morgen konden we de altiplano onder een helblauwe hemel betreden. De fietsomstandigheden waren ideaal: zon, een min of meer vlakke weg en rugwind. Ik kon me dan ook maar moeilijk intomen. Het strakke tempo wist Niklaus echter maar matig te appreciëren, zijn aanslepende maagproblemen zorgen momenteel voor een dip in zijn fysieke conditie. De altiplano biedt misschien weinig variatie maar ik genoot niettemin de hele dag van de strakke-lijnen-natuur. De omgeving was zeer gelijkend aan deze van de high plains in Montana en Wyoming in de Verenigde Staten.

 

27/02/2005   Oruro – Media de la Nada

180 km – 8u16min – gem. 21.6 km/u

Maagproblemen blijven Niklaus parten spelen. Hij zal de komende dagen wat rust nemen en daarna via een alternatieve route naar Uyuni fietsen. Indien alles volgens plan verloopt treffen we elkaar daar opnieuw binnen 5 dagen. Ik maak ondertussen een ommetje via Potosi. Normaliter zal ik er Jos Verwaest ontmoeten, hij fietste de afgelopen17 maanden door Zuid-Amerika. De altiplano was terug zonovergoten vandaag. Helaas leverde me dat gisteren 2 verbrande armen op met als gevolg dat ik de hele dag met mijn vest aan kon fietsen. De eerste125 kilometer tot in Challapata waren vlak. Ik fietste enkele uren aan een stevig tempo en bereikte mijn lunchpauze voor de wind de kop opstak. In de namiddag pakte ik het iets rustiger aan. Dit was geen domme zet daar het parcours heuvelachtiger werd. Niettemin, de kilometers vorderden vrij snel en de vermoeidheidsverschijnselen bleven uit. Mijn aantal rode bloedlichaampjes is ondertussen ogenschijnlijk tot een aangenaam hoog niveau gestegen. Na 180 kilometer altiplano-genot hield ik het voor bekeken, wanneer je alleen door zulke landschappen fietst lijkt alles nog net iets grootser. Op 4200m hoogte vond ik een schitterende kampeerplaats.

 

28/02/2005   Media de la Nada – Potosi

147 km – 8u12min – gem. 17.8 km/u

Ik ontwaakte in een bevroren altiplano. Mooie plaatjes en koude handen waren het resultaat. Nadat ik het ijs van mijn fiets had gekrabd zette ik mijn tocht richting Potosi verder. De weg van Oruro tot Potosi is pas sinds 2 jaar geasfalteerd. Hier en daar waren de restanten van de vroegere dirt-road nog te zien, deze zag er alles behalve uitnodigend uit. Maar ook op de geasfalteerde versie waren de hellingen vandaag opvallend steil, de triple werd meerdere keren bovengehaald. De zeer variërende berglandschappen maakten de inspanning echter meer dan de moeite waard. In de loop van de middag lieten de vele kilometers van gisteren zich dan toch gevoelen. Gezwind klimmen lag niet langer binnen mijn mogelijkheden en dit terwijl het parcours steeds geaccidenteerder werd. De finale klim tot Potosi voerde ik op wilskracht (en 600ml cola) uit. In Potosi trof ik een verbaasde Jos Verwaest aan. In 2 dagen van Oruro naar Potosi fietsen, volgens hem was het onmogelijk. Tijdens een gezellige lunch met net iets te veel wijn wisselden we enthousiast onze fietservaringen uit. Jos, 59 jaar jong, fietste de afgelopen 17 maanden doorheen Zuid-Amerika in alle mogelijke windrichtingen.

 

1/03/2005     Potosi – rustdag

Vandaag bracht ik, net als alle andere toeristen op bezoek in Potosi, een bezoek aan de mijnen van Cerro Rico. De Spanjaarden stichtten Potosi in 1545 nadat ze de overvloedige aanwezigheid van diverse mineralen (goud, zilver, tin, zink, wolfsram,…) in de Cerro Rico hadden ontdekt. De mijnwerkzaamheden in de beginjaren waren bijzonder eenvoudig. Het zilver lag gewoon voor het oprapen, smelten en klaar was kees. Potosi was in de 17e eeuw uitgegroeid tot de tweede grootste stad ter wereld. De Spanjaarden gebruiken tegenwoordig nog steeds de uitdrukking ‘es un Potosi’ voor alles wat superlatief rijk is. Het bezoek was zowel een fascinerende als schokkende ervaring. We daalden (kruipend op handen en voeten want liften hebben ze hier niet) af tot niveau -4 en konden er zien hoe de mijnwerkers er tot op de dag van vandaag nog steeds in 17e eeuwse omstandigheden werken. We hadden voor de mijnwerkers enkele ‘geschenken’ mee. Dynamiet, frisdrank en coca-bladeren. Daarmee waren ze zeer tevreden, werd ons verteld, maar ik denk dat ze een jaar tijdskrediet ook wel in dank hadden aangenomen. In de namiddag voerde ik nog enkele kleine fietsopknapwerken uit. Ik detecteerde helaas 2 nieuwe euvels: de bracket begint speling te vertonen en het achterwiel maakt een alles behalve gezond geluid na de lagervernieuwing in La Paz. Afwachten maar. Tijdens de afsluitende lunch met Jos demonstreerde ik dat ik tegenwoordig ook na het nuttigen van een lasagne om 16u, ‘s avonds zonder problemen 2 spaghetti’s consumeer.

2/03/2005     Potosi – Ticatica

129 km – 8u29min – gem. 15.1 km/u

Vanaf vandaag is het over met het asfalt. Onze route doorheen Zuid-Bolivië verloopt volledig over dirt-road. Of beter: Iedere route doorheen Zuid-Bolivië verloopt volledig over dirt-road. Vermoedelijk hebben we een dag of 7 nodig vooraleer we Chili en het eerste asfalt terug bereiken. Een zonovergoten morgen en 2 sterke benen, de dag zag er veelbelovend uit. Na een kwartier fietsen was er van Potosi niets meer te zien, ik bevond me middenin een schitterend berglandschap. Op wereldfietser.nl had ik gisteren gelezen dat ik op weg naar Uyuni 6 keer tot boven 4250m zou stijgen. De wegenwerkers hadden deze cols mooi over het volledige traject verdeeld. In de praktijk blijken de cols hier net iets steiler dan in Peru te zijn maar met een aangepaste snelheid kom je wel overal boven. De natuur was werkelijk adembenemend. Het was van de nationale parken in de Verenigde Staten geleden dat ik nog zo’n verbluffende landschappen had gezien. Ieder nieuwe vallei was goed voor een volledig ander decor. Bolivia, kom dat (per fiets) zien! De hele dag op de fiets genoten, mijn kilometerteller en kaart consulteerde ik nauwelijks. Ik was dan ook enigszins verbaasd toen ik in de late middag Ticatica binnenreed, dit dorpje stond pas voor morgen op de planning. Aldaar nuttigde ik 2 borden heerlijke groentesoep (straks word ik nog een gezonde jongen). Verder vond ik er een onderkomen in de enige alojamiento van het dorp. Een dak van stro boven mijn hoofd en een matras van stro om op te slapen. Het leven kan soms eenvoudig en goed zijn.

 

3/03/2005     Ticatica – Uyuni

86 km – 5u28min – gem. 15.8 km/u

Deze morgen was ik om 7u al op pad. Ik was in het gezelschap van enkele wegenwerkers die zich per fiets naar hun werkterrein begaven. De kruiwagen hadden ze als een bob-yak trailer aan hun fiets gekoppeld. Bij wijze van afscheid oliede ik hun kettingen. De weg was de eerste 40 kilometer vlak. Het was echter de kwaliteit van het wegdek die me parten speelde. De eerste kilometers was de dirt-road net zo goed als een asfaltweg, mooi egaal stevig aangestampte aarde maar plots kwam ik in een grote zandbak terecht. Ondanks het fijne weggedrag van mijn TravelContact banden was het toch hard zwoegen. 40 kilometer voor Uyuni begon het parcours daarenboven terug heuvelend te worden. Ze waren het blijkbaar niet vergeten dat ik nog 2 keer tot 4250 meter moest stijgen. Eerst klom ik zeer geleidelijk stroomopwaarts langs een opgedroogde rivier, daarna werd het steiler en terug trippelen. Mijn benen lieten mij weten dat ik al mijn krachten had verspeeld in de lastige zandstroken. In Pulacayo was ik toe aan een cola, helaas buiten de laatste trein die Butch Cassidy en de Sundance Kid hadden overvallen was er niets te zien of te krijgen. Gelukkig liep de weg vanaf hier in dalende lijn naar Uyuni. In Uyuni begaf ik me naar het hotel van afspraak. Ik zag tot mijn tevredenheid Niklaus zijn naam in het register staan.

 

4/03/2005     Uyuni, rustdag

Door de aanwezigheid van zo’n halve meter water behoort een salar-oversteek per fiets helaas niet tot de mogelijkheden. De aanwezigheid van water op de zoutvlakte in de maanden januari, februari en maart blijkt een jaarlijks terugkerend fenomeen te zijn. Geen nood, ik kom nog wel ‘ns terug. Als alternatief hadden we ons een salar-rondrit per 4×4 geboekt. De ondergelopen zoutvlakte bleek een bizarre, surrealistische omgeving te zijn. Het was alsof we over een spiegel reden. Na een uitgebreide fotosessie was het tijd voor de lunch aan het Hotel de Sal. Het volledig uit zout opgetrokken hotel voldoet echter niet helemaal aan de milieu-normen (de menselijke faecalieën vormen oa probleem) en zou in de toekomst verdwijnen. Na het zout brachten we nog een blitzbezoek aan het ‘treinkerkhof’. Je dumpt je oude treinstellen in een woestijnvlakte en een nieuwe toeristenattractie is geboren. ’s Avonds hadden we een gezellige lunch met Ann en Luc. Deze sympathieke Vlamingen genieten, net als ik, van een jaar tijdskrediet en verkennen ondertussen Zuid- en Midden-Amerika. Meer info, klik hier.

 

5/03/2005     Uyuni – ziekteverlof

De dagactiviteit van vandaag vat zich eerder kort samen: slapen. In de panaderia was ik gisteren overgegaan tot de aankoop van enkele cakejes. In de loop van de nacht bleken deze allesbehalve licht verteerbaar. Op mijn arbeidsfiche vulde ik de Z van ziek in voor vandaag.

 

6/03/2005     Uyuni – Villa Alota

152 km – 8u05 min – gem. 18.8 km/u

Gisteren nog gieln dag lik un slunse in bedde en vandoage mjir dan 150 kilometre op de zoate over slighte boane. Het kan verkeren. Deze morgen voelde ik me voldoende hersteld voor onze ‘avontuurlijke’ tocht doorheen Zuid-Bolivië. De lichamelijke malaise was maw even snel verdwenen als ze gekomen was. Gewapend met 3 kaarten en 2 kompassen begonnen we aan de trip richting Chili. Onze Salar-gids bracht ons enkele dagen geleden op de hoogte van een nieuwe dirt-road in aanleg, de kwaliteit was volgens hem uitstekend. En inderdaad de eerste kilometers bleken alvast veelbelovende, goed bollende dirt-road. Na een uurtje fietsen kreeg ik mijn eerste flamingo’s te zien, de Boliviaanse toeristische dienst had dit wederom mooi geregeld. Rond de middag stond er al 90 kilometer op de teller en dit terwijl ik met diezelfde benen gisteren amper tot aan het toilet geraakte. Wat een ‘weg in aanleg’ precies betekende konden we na de middag vaststellen, het traject is nl. nog niet overal van de noodzakelijke bruggen voorzien. Niklaus en ik maakten er een spelletje van om steeds onze eigen weg doorheen water en aarde te zoeken. Het gevolg was dat ik uiteindelijk kwam vast te zitten in een modderbad, met 2 bleken we net sterk genoeg om mijn beladen fiets terug op het ‘droge’ te trekken. De resterende kilometers tot Villa Alota bleken vlak maar lang te zijn. Daarenboven draaide 10 kilometer voor de finish de wind, ik denk dat hij er ons wou op wijzen dat hij wel degelijk de hele dag in de rug blies. Verder is één zaak na een dag ‘avontuurlijke’ route vrij duidelijk, geen enkele van de 3 kaarten blijkt correct te zijn.

 

7/03/2005     Villa Alota – Laguna Hedionda

67 km – 6u26 min – gem. 10.3 km/u

Villa Alota was de laatste gelegenheid waar we voedsel en drank konden inslaan voor de komende 3 of 4 dagen. Het aanbod was helaas tegenvallend, brood was er oa niet te vinden. We zullen de volgende dagen moeten doorkomen op een rantsoen van koekjes en bananen. 10 liter water zou de voornaamste dorst moeten lessen. We konden nog 25 kilometer gebruik maken van de nieuwe dirt-road in aanleg, daarna moesten we via een desvio invisible richting westen zien te geraken. Vanaf die splitsing verminderde de kwaliteit van de weg spectaculair (= understatement). Gelukkig bleef de kwaliteit van het natuuraanbod onveranderd mooi. In vergelijking met gisteren vorderden we maar matig. Naast de verschrikkelijke dirt-road en een doorgedreven stijgingspercentage kwam na de middag ook nog ‘ns de wind stevig opzetten. Toen rond 17u Laguna Hedionda tevoorschijn kwam hadden we een eersteklas excuus om de fietsactiviteiten van de dag te stoppen. De laguna baadde in schitterend licht en was voorzien van duizenden (volgens de politie honderden) flamingo’s, een mooiere kampeerplaats zouden we vandaag niet meer vinden.

 

8/03/2005     Laguna Hedionda – Laguna Colorado

84 km – 7u20 min – gem. 11.3 km/u

Na een laatste blik over Laguna Hedionda geworpen te hebben was ik klaar voor een nieuwe dag hard labeur op de fiets, althans dat hoopte ik. We klommen op een nog steeds bijzonder slechte ‘weg’ tot een hoogte van 4700 meter. Het landschap was uniek, bergen en meren in gevarieerde schakeringen kleurden de woestijnomgeving. 13u, lunchtijd. Er stond 38 km op de teller en dat terwijl we al meer dan 4u30min stevig hadden getrapt. Het washboard wegdek was nu eens met stenen bezaaid, dan eens met zand overgoten. Geen enkele mogelijkheid dat een beladen fiets ook maar één centimeter uit zichzelf bolde. Vandaag Laguna Colorado bereiken leek onhaalbaar. Na de middag kwamen we echter op een geprepareerde weg terecht, dit bleek een serieuze verbetering. Ik noteerde tijdens een afdaling zowaar een maximum snelheid van 19 km/u. Anderhalf uur later stonden we 20 km verder. We konden er de Arbol de Piedra aanschouwen, een door de natuur tot boom gesculpteerde steen. Ook de volgende kilometers bleken over ‘geveegd’ wegdek te verlopen. Daardoor bereikten we uiteindelijk toch Laguna Colorado. Het camponomiento was eerder basic, maar bood niettemin meer weerstand tegen wind en koude dan onze tent. We troffen er ook de meeste van de toeristen aan die ons vandaag – vriendelijk zwaaiend – per 4×4 waren voorbijgereden. Ons fietstochtje wekte verbazing en ongeloof. Wat de plaatselijke bevolking betreft? Wel de voorbije dagen kwamen we onderweg, behalve de flamingo’s en jeep-toeristen, nog weinig levende wezens tegen. Het sublieme laguna-gebied in Zuid-Bolivië is ongeveer even groot als Belgiëmaar helaas is (drinkbaar) water er niet voorhanden, meteen de verklaring voor de afwezigheid van vaste bewoners.

 

9/03/2005     Laguna Colorado – Laguna Chalviri

62 km – 5u05min – gem. 12.2 km/u

De rust werd afgelopen nacht even verstoord door een genietende dame enkele kamers verderop. Duidelijk niet iedereen had Laguna Colorada uitgeput bereikt. Deze morgen vertrokken we onder een dreigend wolkendek voor alweer een verse dag off-road fietsen. Mijn achterwerk begint alvast verlangend naar de asfalt uit te kijken. Na een 20-tal vlakke kilometers begonnen we aan een klim naar ongekende hoogte. Ons doel: de pas ‘Sol de manana’, goed voor 4950 hoogtemeters. De weg was in tegenstelling tot mijn benen van redelijke kwaliteit. Na 3 dagen van hoofdzakelijk koekjes eten heb ik het gevoel dat mijn lichaam enkele essentiele voedingsstoffen tekortkomt. Het was dan ook hard zwoegen om het nieuwe hoogterecord te vestigen. Mijn poging om uit de greep van een naderend onweer te blijven lukte tot net bovenop Sol de manana. Na de ochtendzon kwam daar de middaghagel. Hagel op 4950 meter, warm is anders. Na 20 kilometer bibberen bevonden we ons 500 meter lager. Het temperatuursverschil was nog niet meteen spectaculair maar we bevonden ons wel bij de thermale baden van Laguna Chalviri. Er volgde een ontspannende middag in water van om en bij de 38 gr. Celcius. Net voor ze het licht uitdeden passeerde de ‘veegploeg’. Hopelijk kunnen we dankzij hen morgen over een geëffend pad richting Chili.

 

10/03/2005   Laguna Chalviri – San Pedro de Atacame

101 km – 6u07min – gem. 16.5 km/u

Warm was het de voorbije nacht niet op 4400 meter. Mijn slaapzak zou bescherming moet bieden tegen temperaturen tot -18 gr. Celsius maar daar heb ik ondertussen toch mijn twijfels over. Daarnaast draagt een leeglopend Thermarest-matje helaas ook niet bij aan het kampeercomfort. Niettemin, voor vandaag stond de laatste dag dirt-road en eveneens de laatste dag op Boliviaans grondgebied ingepland. Ondanks de ‘geveegde’ weg verliep het fietsen andermaal vrij moeizaam. Voor de liefhebbers die zelf ooit deze route langs de laguna’s willen fietsen, mtb-noppenbanden zijn (net als een voorraad gezond voedsel) zeer aan te raden. Voordat we onze laatste laguna’s (Verde & Blanca) te zien kregen moest we eerst nog even over een col van 4700 meter zien te geraken. De brandstof voor mijn lichaam bestond nog steeds uit koekjes, mijn verhemelte ligt er zowaar open van. De natuur verzachtte andermaal de inspanning. Na de afdaling bleken ook de laguna’s bijzonder te zijn. Toen de jeep-toeristen verdwenen waren kleurde Laguna Verde zelfs echt groen. Dankzij bijzonder nuttige route-info die we op de website van een andere ciclisto loco hadden gevonden wisten we van het bestaan van een ‘hotel’ aan Languna Blanca. Niklaus informeerde er of we toevallig geen spaghetti konden krijgen en dit bleek tot onze verbazing zelfs te kunnen. Na de spaghetti (en een liter cola) voelde ik me herboren. De laatste klim tot aan de grenspost verliep, ondanks een tegenwerkende stormwind, vrij vlot. Na Hito Cojones restte ons nog 5 kilometer dirt-road. De vicunas kwamen nog even afscheid nemen en daarna konden we over asfalt ruim 2000 hoogtemeters afdalen tot in San Pedro de Atacame. Helaas had ik mijn achterband de voorbije dagen blijkbaar aan flarden gereden. Met enkele scheurtjes aan de velgrand leek me een rustige afdaling geen onverstandige keuze. In San Pedro de Atacame moesten we nog de Chileense grensformaliteiten vervullen. Voor het eerst op mijn trip verliepen deze niet bijzonder vlot. Groenten- en fruitcontrole inclusief spendeerden we er ruim een uur.